les 2 Groepsklimaat

les 2 Groepsklimaat
1 / 35
next
Slide 1: Slide
GroepsklimaatMBOStudiejaar 1

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

les 2 Groepsklimaat

Slide 1 - Slide

DE GROEP

Slide 2 - Slide

Werkprocessen
B1-K1 Begeleiden van kinderen bij hun ontwikkeling

· B1-K1-W1 Zorgt voor een veilig pedagogisch klimaat
· B1-K1-W2 Inventariseert behoeften en wensen van het kind
P2-K1 Opvoeden en ontwikkelen van kinderen/jongeren



Slide 3 - Slide

Leerdoelen
Aan het eind van de les kun je vertellen wat 
een groep, een positieve en een negatieve groep is 
rollen in een groep, groepsnormen, groepsstructuur en groepsprocessen zijn

Slide 4 - Slide

Wat gaan we doen?
* theorie
* groepsgesprek
*Theorie
*opdracht in tweetallen 
*theorie
* Video
* Quizvragen

Slide 5 - Slide

INLEIDING
Kinderen hebben begeleiding van een pedagogisch werker of onderwijsassistent nodig om goed te kunnen functioneren in een groep. Om het groepsproces te begeleiden is het nodig dat je inzicht hebt in de groep. Als er problemen in de wilt aanpakken, dan moet je weten hoe de groep in elkaar zit.








Slide 6 - Slide

Definitie van een groep

Een groep is een verzameling mensen die een eenheid vormen op basis van een of meer overeenkomsten. Daardoor voelen ze zich betrokken bij elkaar, hebben contact met elkaar en is er sprake van saamhorigheid..

Slide 7 - Slide

POSITIEVE GROEP
Een positieve groep is goed voor de ontwikkeling van kinderen en gunstig voor de prestaties.

Kenmerken:
- Ontspannen en gezellige sfeer
- Respect voor elkaar
- Gemeenschappelijk doel
- Weinig ruzie, meningsverschillen worden snel uitgepraat
- Respect voor ieders rol en inbreng

Slide 8 - Slide

NEGATIEVE GROEP
Kenmerken negatieve groep:

- Spanningen
- Ruzie
- Pestgedrag
- Moeilijk voor kinderen om rustig en zelfstandig aan het werk te zijn
- Onrustige houding



Slide 9 - Slide

Herhaling GROEPSVORMING
Het groepsproces is de groepsvorming en groepsverandering die optreedt doordat groepsleden op elkaar reageren.
De groepsontwikkeling is de levenscyclus van een groep. Bestaat uit vijf fasen: vormfase, stormfase, normfase, prestatiefase en afscheidsfase.


Slide 10 - Slide

VORMFASE
Tijdens de vormfase zijn de kinderen bezig met het veroveren van een plekje in de groep. Wat wordt er van mij verwacht? Wie ken ik? Hoe kom ik over? Wie kan ik vertrouwen en wie niet? Met wie kan ik vrienden worden?

Slide 11 - Slide

STORMFASE
In deze fase gaat het erom hoe iedereen in de groep met elkaar omgaat. Met wie kan ik het goed vinden? Van wie kan ik maar beter een beetje afstand houden?

Er komt beweging in de groep. Het kan er in deze fase soms behoorlijk onrustig aan toegaan. Deze fase heet niet voor niets stormfase: je vraagt je misschien af wat er met die rustige groep is gebeurd. Is er soms storm op komst?

Slide 12 - Slide

NORMFASE
In de normfase verloopt alles een stuk rustiger. In deze fase worden de omgangsregels vastgesteld waaraan iedereen zich moet houden.
Hoe gaan we met elkaar om? Hoe krijgen we een fijne groep? Wat is daarvoor nodig? Wat kan ieder van ons daar aan doen? Hoe denk je er zelf over? Hoe lossen we problemen op?
 


Slide 13 - Slide

PRESTATIEFASE
De groep heeft zich gevormd, de rollen liggen vast, de regels zijn duidelijk.

Nu kan er gewerkt, gepresteerd en goed worden samengewerkt.
Er heerst een ´wij´gevoel.


Slide 14 - Slide

AFSCHEIDSFASE
De afscheidsfase is de laatste fase van de groep voordat deze uit elkaar valt. De groepsleden kennen elkaar door en door. Als de sfeer goed is, vindt iedereen het jammer dat de groep uit elkaar gaat.

Slide 15 - Slide

Lees de casus.
Het is het begin van het schooljaar. De leerlingen van groep 4 zijn weinig taakgericht en er is veel onrust in de klas. Het kost de leerkracht moeite om iedereen aan het werk te houden. Leerlingen schreeuwen tegen elkaar, pakken spullen van elkaar af en gooien die door het lokaal. De jongens zijn verbaal zeer aanwezig; de meisjes kletsen en roddelen over elkaar in de les.

Slide 16 - Slide

In welke fase zit de groep?

Slide 17 - Open question

Van welke fase is sprake als de sfeer goed is in de groep en er wordt gewerkt?
A
Normfase
B
Vormfase
C
Prestatiefase
D
Stormfase

Slide 18 - Quiz

Opdracht
a Schets een beeld van de groep waar jij in zit als student.
Onze groep zit in de volgende fase van de groepsvorming:
Onze groep is een groep die ...
Het antwoord is afhankelijk van eigen inbreng.
b Wissel jouw beeld van de groep uit met drie andere studenten. In hoeverre komt
dit beeld overeen met dat van de anderen?
Het antwoord is afhankelijk van eigen inbreng.



Slide 19 - Slide

ROLLEN IN EEN GROEP
Groepsrol is het gedrag dat van een bepaald groepslid wordt verwacht.

Groepsleden met een relatiegerichte rol bewaken de sfeer in de groep en de manier waarop de groepsleden met elkaar omgaan. Groepsleden met een taakgerichte rol hebben een leiderspositie: ze regelen dingen, nemen initiatieven en bewaken de machtsposities.

Slide 20 - Slide

Maak tweetallen en bespreek:
Welke rol past het beste bij jou in een groep? Geef een voorbeeld waaruit dit blijkt. We bespreken klassikaal!

Slide 21 - Slide

Groepsnormen
Elke groep heeft eigen waarden en normen.  De GROEPSCULTUUR is het geheel van waarden, normen, gewoonten en opvattingen. 

Slide 22 - Slide

GROEPSSTRUCTUUR
Als je de groepssfeer wilt beïnvloeden moet je eerst weten hoe de samenstelling binnen de groep is en weten welke processen er zich af spelen

Dit doe je door de interactie tussen de kinderen te observeren en te analyseren. Zo krijg je een beeld van de groepsstructuur

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Video

GROEPSPROCESSEN
Als pedagogisch medewerker en onderwijsassistent begeleid je bij groepsprocessen. Zowel in school, op het plein en b.v. bij uitstapjes.
Concreet: de onderlinge wisselwerking tussen kinderen die iets ondernemen begeleiden.

Slide 25 - Slide

Wat is de definitie van een groep?
A
Een verzameling individuen zonder interactie
B
Een verzameling individuen die regelmatig met elkaar interacteren en een gemeenschappelijk doel hebben
C
Een verzameling individuen die dezelfde hobby delen
D
Een verzameling individuen die in dezelfde buurt wonen

Slide 26 - Quiz

Wat is een kenmerk van een positieve groep?
A
Hoge mate van conflicten
B
Gebrek aan communicatie
C
Onderlinge steun en samenwerking
D
Sterke hiërarchie

Slide 27 - Quiz

Wat is een kenmerk van een negatieve groep?
A
Hoge mate van vertrouwen
B
Gebrek aan respect en samenwerking
C
Goede communicatie
D
Onderlinge steun

Slide 28 - Quiz

Welke fase in groepsvorming wordt gekenmerkt door onzekerheid en verkenning?
A
Vorming
B
Storming
C
Norming
D
Performing

Slide 29 - Quiz

Wat is een rol in een groep?
A
Een taak die door iedereen in de groep wordt uitgevoerd
B
Een specifieke functie of verantwoordelijkheid toegewezen aan een groepslid
C
Een activiteit buiten de groep
D
Een tijdelijke positie binnen de groep

Slide 30 - Quiz

Wat zijn groepsnormen?
A
Individuele gedragsregels
B
Ongeschreven regels en verwachtingen over gedrag binnen de groep
C
Formele wetten
D
Persoonlijke voorkeuren

Slide 31 - Quiz

Wat is groepscultuur?
A
De individuele overtuigingen van groepsleden
B
De gedeelde waarden, overtuigingen en gedragingen binnen een groep
C
De fysieke omgeving van de groep
D
De leeftijd van de groepsleden

Slide 32 - Quiz

Wat is groepsstructuur?
A
De fysieke opstelling van de groep
B
De hiërarchie en rolverdeling binnen de groep
C
De locatie van de groep
D
De grootte van de groep

Slide 33 - Quiz

Wat zijn groepsprocessen?
A
De individuele activiteiten van groepsleden
B
De dynamieken en interacties die plaatsvinden binnen een groep
C
De administratieve taken van de groep
D
De externe relaties van de groep

Slide 34 - Quiz

Welke fase in groepsvorming wordt gekenmerkt door conflicten en meningsverschillen?
A
Vorming
B
Storming
C
Norming
D
Performing

Slide 35 - Quiz