Mens & Activiteit Hoofdstuk 2

Mens & Activiteit Hoofdstuk 2
1 / 48
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 55 min

Items in this lesson

Mens & Activiteit Hoofdstuk 2

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Kom binnen
Ga zitten op je plaats
Pak je boeken/spullen

timer
2:00
Wanneer de timer is afgelopen is iedereen stil

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Wat weet je nog van
de vorige les?

Slide 4 - Mind map

This item has no instructions

• Meer over activiteiten voor kinderen
• Welke verschillende ontwikkelingsgebieden er     zijn;
• Welke verschillende ontwikkelingsfasen er zijn;
• Sociale vaardigheden;
• Welke activiteiten er bij verschillende                 leeftijden passen;
• Waar je op moet letten bij de begeleiding van     een activiteit.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Mens & Activiteit
Hoofdstuk 2
Activiteiten voor kinderen

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

HOOFDSTUK 2 Activiteiten voor kinderen 
 
2.1 In dit hoofdstuk maak je kennis met verschillende soorten activiteiten die passen bij de doelgroep kinderen. Een doelgroep heeft overeenkomende kenmerken met elkaar, zoals; leeftijd, hobby enz.
  • De doelgroep in hoofdstuk 2 gaat over de leeftijd van         0 jaar tot en met 12 jaar.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Welke ontwikkelingsfasen ken jij?

Slide 8 - Mind map

This item has no instructions

2.3 Ontwikkelingsfasen




Er zijn vier soorten ontwikkelingsfasen bij kinderen van 0 t/m 12 jaar:
  • 0-2 jaar | Baby & Dreumes
  • 2-4 jaar | Peuter
  • 4-6 jaar | Kleuter
  • 6-12 jaar | Schoolkind


De kinderen leren in elke ontwikkelingsfase nieuwe dingen en laten ander gedrag zien.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Ouderen
volwassene
tiener/ puber
schoolkind
kleuter
peuter
baby en dreumes
Tiener
0-2 jaar
2-4 jaar
4-6 jaar
6-12 jaar
12-18 jaar
18-60 jaar
60 en ouder

Slide 10 - Drag question

Ontwikkelingsfasen
0-2 jaar Baby en dreumes
2-4 jaar Peuter
4-6 jaar Kleuter
6-12 jaar Schoolkind
12-18 jaar Tiener
18-60 jaar Volwassenen
60 en ouder Ouderen

Welke
ontwikkelingsgebieden
ken jij?

Slide 11 - Mind map

This item has no instructions

2.4 Ontwikkelingsgebieden:




Interne factoren: (in)
Deze factoren zijn bij je geboorte al bepaald --> geslacht, talent enz.

Externe factoren: (uit)
Zijn factoren van buitenaf. omgeving en omstandigheden waarin je opgroeit of woont.  




Slide 12 - Slide

This item has no instructions

interne factoren bij de ontwikkeling zijn?
A
erfelijke ziekten
B
opvoeding
C
School
D
aangeboren

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

externe factoren bij de ontwikkeling komen van buiten af
goed
fout

Slide 14 - Poll

This item has no instructions

2.4 Ontwikkelingsgebieden:




Lichamelijke ontwikkeling
* Motoriek --> Grove en Fijne motoriek (grove= bewegingen met je hele lichaam) (fijne=bewegingen met een deel van het lichaam, kleine bewegingen)

Geestelijke ontwikkeling
* Denken, geheugen, taal en spraak. 


Sociale ontwikkeling
* Omgaan met andere mensen, en hoe je met gevoelens en emoties omgaat. 


Slide 15 - Slide

This item has no instructions

de ontwikkeling van het lichaam en de motoriek of het bewegen.
de ontwikkeling van het denken, waarnemen, het geheugen en de spraak en taal.
de omgang met anderen en de ontwikkeling van emoties en gevoelens.
Lichamelijke ontwikkeling 
Cognitieve ontwikkeling
Sociaal-emotionele ontwikkeling

Slide 16 - Drag question

This item has no instructions

Wat is motoriek?
A
hoe je praat
B
hoe je alles ervaart
C
hoe je beweegt
D
Hoe je een motor rijdt

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Welke motoriek zie je?
A
Fijne motoriek
B
Grove motoriek

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Dit is een …………. motoriek
A
Grove
B
Fijne

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Welke soorten speelgoed stimuleren de fijne motoriek
A
eenvoudige puzzels
B
een driewieler
C
potlood of pen
D
blokjes met verschillende vormen in de juiste opening doen

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

2.5 Sociale vaardigheden



Sociale vaardigheden zijn vaardigheden die betrekking hebben op de omgang met anderen.

Een omgangsvorm is de manier waarop je je tegenover een ander persoon moet gedragen.

Online omgangsvormen zijn ongeschreven regels over hoe je met anderen omgaat en jezelf presenteert online.

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Volgende slide een video
Noteer 10 dingen die jij niet sociaalvaardig vindt. 

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Slide 23 - Video

This item has no instructions

Noem de 10 dingen die jij in de video niet sociaal vaardig vond

Slide 24 - Open question

This item has no instructions

2.6 Baby & Dreumes 0-2 jaar



Lichamelijke ontwikkeling
In de eerste twee jaar groei je heel snel. Bedenk maar eens, 
bij de geboorte weegt een baby ongeveer 3.500 gram 
en heeft een lengte van 50 centimeter. 
Na een jaar is een baby al 75 centimeter lang 
en weegt ongeveer 10.000 gram. 
Dat geldt natuurlijk niet altijd. 
Iedere baby ontwikkelt zich anders. 
De meeste baby’s kunnen ongeveer 
bij 5 maanden zich omrollen, 
bij zeven maanden zitten en 
na vijftien maanden kan een dreumes 
staan en lopen.


Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Baby & Dreumes 0-2 jaar



Geestelijke en sociale ontwikkeling
De baby en dreumes leren op drie verschillende manieren:
- Door ervaring, dingen doen en het leren daarvan.
- Door herhaling, keer op keer dezelfde beweging maken en ontdekken op die           manier.
- Door anderen na te doen, te kijken en het gedrag te imiteren.

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Wat weegt een baby ongeveer bij de geboorte en hoeveel cm is een baby gemiddeld bij de geboorte?

Slide 27 - Open question

This item has no instructions

Wat is een reflex?

Slide 28 - Open question

This item has no instructions

Slide 29 - Video

This item has no instructions

Waarom zijn reflexen belangrijk voor pasgeboren baby's?
A
Ze helpen bij de ontwikkeling van het zenuwstelsel
B
Ze verminderen huilen en onrust
C
Ze stimuleren de taalontwikkeling
D
Ze verbeteren de spierkracht

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

Wat wordt bedoeld met eenkennigheid?
A
De baby is heel erg gericht op 1 persoon
B
De Baby kent nog maar 1 persoon
C
De baby is een allemans vriend

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

2.7 Peuter 2-4 jaar



Lichamelijke ontwikkeling
Een peuter kan al goed lopen en gaat op ontdekkingsreis.
Een belangrijk onderdeel van de lichamelijke ontwikkeling van een peuter is zindelijk worden. Zindelijk betekent dat kinderen zelf kunnen bepalen wanneer ze naar de wc gaan.

Geestelijke en sociale ontwikkeling
Een peuter is ik-gericht en ontwikkelt een eigen wil.
Peuters vinden het moeilijk om samen te spelen. Zij willen geen speelgoed delen.
In deze periode leren peuters het verschil tussen goed en kwaad.

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

wat bedoelen we met de peuter puberteit

Slide 33 - Open question

This item has no instructions

Wat zijn de kenmerken van de peuterpuberteit?
A
Toename in concentratie
B
Sociale vaardigheden verbeteren
C
Stemmingsschommelingen en eigenwijs gedrag
D
Fysieke groei versnelt

Slide 34 - Quiz

This item has no instructions

Hoe kunnen ouders omgaan met peuterpuberteit?
A
Altijd toegeeflijk zijn
B
Negeren van negatief gedrag
C
Grenzen stellen en consistentie tonen
D
Toegeven aan alle wensen

Slide 35 - Quiz

This item has no instructions

Wat is zindelijkheid?
A
alles in hun omgeving ontdekken
B
baby's en peuters dragen nog een luier
C
zelf bepalen wanneer ze naar de wc moeten
D
pubers doen waar ze zin in hebben

Slide 36 - Quiz

This item has no instructions

Bij welke ontwikkeling hoort het zindelijk worden van een kind?
A
Motorische ontwikkeling
B
Sociale ontwikkeling
C
Cognitieve ontwikkeling
D
Lichamelijke ontwikkeling

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

In welke leeftijdsfase wordt een kind zindelijk?
A
Baby
B
Peuter
C
Kleuter
D
Schoolkind

Slide 38 - Quiz

This item has no instructions

2.8 Kleuter 4-6 jaar



Lichamelijke ontwikkeling
Een kleuter groeit in de lengte. De fijne motoriek wordt steeds beter. Het evenwichtsgevoel is in ontwikkeling.

Geestelijke en sociale ontwikkeling
Een kleuter gaat naar de basisschool, al werkend en spelend leert de kleuter.
Een kleuter kan echt opgaan in de eigen fantasie. Soms weet de kleuter niet wat echt of onecht is.

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Wat kan het effect zijn van fantasierijk spel op de emotionele ontwikkeling van kinderen?
A
Het kan leiden tot emotionele afstandelijkheid.
B
Het kan hen helpen om emoties te begrijpen en te uiten.
C
Het kan leiden tot emotionele overgevoeligheid.
D
Het heeft geen invloed op de emotionele ontwikkeling.

Slide 40 - Quiz

This item has no instructions

Hoe kunnen ouders fantasierijk spel bij kinderen stimuleren?
A
Door hen aan te moedigen om nieuwe rollen te spelen.
B
Door hen te ontmoedigen om hun verbeelding te gebruiken.
C
Door hen te beperken tot specifieke rollen.
D
Door hen constant te corrigeren tijdens het spelen.

Slide 41 - Quiz

This item has no instructions

2.9 Schoolkind 6-12 jaar



Lichamelijke ontwikkeling
Schoolkinderen gaan van een melkgebit naar een volwassen gebit. Sommige kinderen krijgen een groeispurt, armen en benen worden snel langer. 

Ook zijn er veranderingen in de hormonen. 

Sommige meisjes ontwikkelen al borsten of zijn voor het eerst ongesteld. 

Jongens krijgen de baard in de keel waardoor zij een lagere stem krijgen.

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Schoolkind 6-12 jaar




Geestelijke en sociale ontwikkeling
Een schoolkind is veel minder thuis. Het gaat naar school, naar de BSO, spelen bij vrienden en worden lid van bijvoorbeeld een voetbalclub. Ook worden zij steeds zelfstandiger, ze lopen alleen naar school of spelen alleen in de speeltuin. 
Ook ontdekt een schoolkind emoties bij zichzelf en bij anderen. Hierdoor kan een schoolkind zich beter inleven in het leven van een ander. Ze worden zich steeds meer bewust van de wereld om hen heen.

Activiteiten en begeleiding
Een schoolkind heeft veel behoefte aan beweging. Ze zijn bang dat ze het niet kunnen of niet goed doen. Daarom is het belangrijk dat je goed uitlegt wat de bedoeling is en dat je het kind stimuleert om het te proberen. 
Geef complimenten tijdens de uitvoering.


Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Kinderen spelen graag met elkaar. Op deze manier leren ze:
A
de wereld van de volwassenen kennen
B
met elkaar omgaan
C
hun motoriek te ontwikkelen
D
alle antwoorden zijn juist

Slide 44 - Quiz

This item has no instructions

Hebben jullie nog vragen?

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

timer
5:00

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

  • Meer over activiteiten voor kinderen
  • Welke verschillende ontwikkelingsgebieden er zijn;
  • Welke verschillende ontwikkelingsfasen er zijn;
  • Sociale vaardigheden;
  • Welke activiteiten er bij verschillende   leeftijden passen;
  • Waar je op moet letten bij de begeleiding van een activiteit.

Slide 47 - Slide

This item has no instructions

Slide 48 - Slide

This item has no instructions