Les 1 - Blok 5 Grammatica: zinsontleding

1 / 15
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Lesplanning
- Lesdoel
- Overzicht periode 3
- Voorkennis + theorie grammatica
- Opdracht maken
- Opdracht bespreken
- Afsluiting

Slide 2 - Slide

Lesdoel
Aan het einde van de les...

✓ weet je welke toetsen je krijgt in periode 3

✓ heb je de zinsdelen herhaald: 
werkwoordelijk gezegde/persoonsvorm/onderwerp/lijdend voorwerp/meewerkend voorwerp/bijwoordelijke bepaling





Slide 3 - Slide

Periode 3
Fictiedossier
- Leesboek
- Documentaire (Shabu)
- 3PAK
- Gedicht/rap
- Eindopdracht
Presentatie
- Pitch

Slide 4 - Slide

Voorkennis
Verdeel de onderstaande zin met streepjes in zinsdelen 
(pv - ow - wwg - lv - mw - bwb)

Aan de rand van het bos staat een klein huisje


Slide 5 - Slide

Voorkennis
Verdeel de onderstaande zin met streepjes in zinsdelen 
(pv - ow - wwg - lv - mw - bwb)

Aan de rand van het bos | staat | een klein huisje


bwb
pv
ow

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Bijwoordelijke bepaling
Wij gaan morgen naar de bioscoop toe
Wij gaan naar Amsterdam toe
Wij gaan met de auto naar Amsterdam toe

Slide 8 - Slide

Bijwoordelijke bepaling
Zinsdelen die antwoord geven op vragen zoals
- waar, wanneer, hoe, waardoor, waarvoor, waarom etc. 


Belangrijk (1): niet elke zin heeft een bijwoordelijke bepaling!

Slide 9 - Slide

Bijwoordelijke bepaling
Wij gaan morgen naar de bioscoop toe
Wij gaan naar Amsterdam toe
Wij gaan met de auto naar Amsterdam toe

Slide 10 - Slide

Stap 1
Noteer de persoonsvorm
- Vraagzin maken
- Tijd veranderen
Stap 2
Noteer het werkwoordelijk gezegde
- Noteer alle werkwoorden
Stap 3
Noteer het onderwerp
Wie/wat + werkwoordelijk gezegde
Stap 4
Noteer het lijdend voorwerp
Wie/wat + werkwoordelijk gezegde + onderwerp
Stap 5
Noteer het meewerkend voorwerp
Aan/voor wie + werkwoordelijk gezegde + onderwerp + lijdend voorwerp

Stap 6
Noteer de bijwoordelijke bepaling
Geeft antwoord op vragen zoals:
- waar, wanneer, waarom, hoe, waardoor, waarvoor etc. 

Slide 11 - Slide

Wat is de bijwoordelijke bepaling/wat zijn de bijwoordelijke bepalingen in deze zin?

Met deze auto wil ik rijden.
A
met deze auto
B
wil rijden
C
auto
D
ik

Slide 12 - Quiz

Wat is de bijwoordelijke bepaling?

Vandaag hebben we de bijwoordelijke bepaling behandeld.
A
Vandaag
B
we
C
de bijwoordelijke bepaling
D
hebben behandeld

Slide 13 - Quiz

Zelfstandig werken / verlengde instructie
Wat
Hoofdstuk 5 Grammatica
Blz. 256
Opdracht 1, 2 en 3
Hoe
Nederlands boek en schrift
Hulp
Zelfstandig of uitleg (bij mij)
Tijd
20 minuten
Klaar?
Goed! Lees de theorie op blz. 258 en maak opdracht 5

timer
15:00

Slide 14 - Slide

Lesdoel: behaald?
Aan het einde van de les...

weet je welke toetsen je krijgt in periode 2 

weet je hoe je een artikel moet schrijven 





Slide 15 - Slide