Examentraining week 10 les 1

Welkom!
Klaar voor de start:
   -boek, pen, schrift
   -jas uit, tas op de grond
   -telefoon uit, in de tas
1 / 44
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 44 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Welkom!
Klaar voor de start:
   -boek, pen, schrift
   -jas uit, tas op de grond
   -telefoon uit, in de tas

Slide 1 - Slide

Vooraf: 
Mondeling essay 5%
Afronden essay

Slide 2 - Slide

Terugblik
-Vraag-antwoordstructuur
-Eindexamenidioom
-Oefenexamen

Slide 3 - Slide

Vooruitblik
-Examenwoorden                                               wk 11
-Bespreken oefenexamen                              wk 11
-Argumentatieleer                                              wk 11?
-Examen 2024: analyse gemaakt werk      wk 14/15
-'Nieuwe' examenvragen                                  wk 14/15
-Tips, trucs                                                               wk 14/15

Slide 4 - Slide

Deze les
Examenwoorden, 2e ronde: kwizmode
Bespreken oefenexamen vraag 1 t/m 9

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Link

Vraag 1
De vraagstructuur:
-Tegenstelling
-Aanleiding
-Noemen, geen aantal woorden, alinea 2?
-Het woordje 'dat' en 'toch'

Dus eerst: tegenstelling zoeken, dan aanleiding.

Slide 7 - Slide

Vraag 1
Dus antwoord:
-(De tegenstelling die de aanleiding vormde voor Marjan Slob om haar boek te schrijven was): 
                 vooruitstrevend/modern/ feministisch
                                                       t/o
                ouderwetse, stereotype, vastgeroeste ideeën over man                                            tegenover vrouw.
Tip: laat de vraag in het antwoord terugkomen waar mogelijk.


Slide 8 - Slide

Vraag 2
Vraag:
   Problematisch
   Volgens Slob
   Foute fantasieën

Slide 9 - Slide

Vraag 2
Niet goed: 
-verre van onschuldig (niet problematisch)
-zet de toon voor de omgang van de seksen (te vaag).
Wel:
-bevestigen traditionele rollen tussen man en vrouw
-beïnvloeden op negatieve wijze de omgang tussen man/vrouw
-vrouwen leren een bedenkelijk beeld te volgen



Slide 10 - Slide

Vraag 3
Vraag:
   -uiteindelijk
   -doel
   -fantasie, in het algemeen dus

Slide 11 - Slide

Antwoord
Uiteindelijk, dus einde alinea 5? Ja dus.
Tip: probeer altijd bewijs te halen uit de tekst; het examen Nederlands is meer:
           -een zoekopdracht
           -een oefening in nauwkeurigheid
en minder:
            -een test in leesvaardigheid

Slide 12 - Slide

Vraag 4
Vraag: 
-woord of woordgroep, geen zin of zinsdeel.
-'Denys spreekt in vergelijkbare termen over fantasie'. Dus het antwoord staat er direct boven.
-alinea 5: eerste zin = kernzin. 
Antwoord: 'mentale proeftuin'. 
Tip: let altijd op alinea-opbouw, kernzinnen. Maak gebruik van jouw kennis van tekstopbouw en onderstreep/arceer kernzinnen.

Slide 13 - Slide

Vraag 6
Vraag:
-Leg uit
-wetmatigheid
-'inhoudt'
-en
-welke manier
-conclusie
-fantaseren is zinnig




Slide 14 - Slide

Vraag 6
De kern van een goed antwoord is:
• De wetmatigheid houdt in dat mensen alleen doorgaan met activiteiten
die zinnig zijn                                                                                                                          1
• Aangezien mensen nog steeds fantaseren, moet het wel zinnig zijn       1

Maximumlengte van het antwoord: 35 woorden.
Beoordeel de spelling en grammatica.
Tip: 35 woorden is niet 37 woorden, maar ook niet 10.

Slide 15 - Slide

Vraag 7
'Tegenstrijdigheid', dus twee kanten.
Tegenstrijdigheid is enkelvoud, dus één tegenstrijdigheid.
Al 6 t/o al. 10.

Slide 16 - Slide

Volgens alinea 6 helpt fantaseren ons te overleven / in te beelden wat er in bepaalde situaties zou kunnen gebeuren.    1    

Volgens alinea 10 heeft fantasie eigenlijk geen/weinig nut 
(ook al ontlenen sommigen er betekenis aan).                                 1

Slide 17 - Slide

Vraag 9
'Typeert het best'....
Typering
             bevestiging
             nuancering
             verkenning
             weergave (van tegengestelde theorieën)

Slide 18 - Slide

Vraag 11
Wat is een paradox?
Heb ik de tekst nodig om de vraag te kunnen beanwoorden?

Slide 19 - Slide

Vraag 12
SExI: State, explain, illustrate: alinea 4
Verschijnsel/uiting van een verschijnsel 
Noemen
Citeren?


Slide 20 - Slide

De kern van een goed antwoord is:
Wat we voor ons plezier doen, moet steeds vaker een doel dienen. 
Opmerking
Ook goed: “De competitie, het doel of de sociale context van het spel wordt
belangrijker dan de beleving.” (regels 147-150)

Tip: eigen woorden? Blijf altijd zo dicht mogelijk bij de tekst, qua formulering. Een bijna-citaat is geen citaat maar een parafrase!

Slide 21 - Slide

Vraag 13
Vraag:
-Lees de eerste zin van alinea 4 en de eerste zin van alinea 5. Kernzinnen!

Slide 22 - Slide

Vraag 15
Tip: altijd namen (van deskundigen) onderstrepen/omcirkelen.
Louk Vanderschueren: al. 5 en 6. NB: al. 6 = verklaring!
Vraag:
-onderzoek
-twee
-positieve
-effecten

Slide 23 - Slide

Vraag 15
Dus:
Twee positieve effecten van spelen zijn dat mensen/ratten flexibeler zijn en dat ze beter weten wat gepast gedrag is in een  bepaalde situatie.

Tip: (zeker bij antwoorden in volledige zinnen) Vermijd opsommingstekens/streepjes/bullets enz.

Slide 24 - Slide

Vraag 16
Erik d'Aes:                        1,2
Lara Aarts                        3
Coen Simon                    (3), 4
Louk Verschuren          1,2,4

Tip: het nut van onderstrepen/omcirkelen wordt hier gedemonstreerd!

Slide 25 - Slide

Vraag 18
'Feilloos'. r. (?)

Tip: gebruik een woordenboek!

Citeren (verkort) : 
"Eerste drie woorden ... laatste drie woorden" (r. 105-107)

Slide 26 - Slide

Vraag 20
Citaat: het woordje 'dat' als betrekkelijk voornaamwoord, dus:
het antwoord staat er vlak voor!

Dat......wat?.......antwoord.

Ook hier: blijf zo dicht mogelijk bij de tekst. 

Slide 27 - Slide

Vraag 22/23
1 pt. t/o 2 punten, want ...

Slide 28 - Slide

Vraag 24/25
Onderschatte vragen!
'Met betrekking tot het onderwerp' 
     Wat is het onderwerp van tekst 1? Wat is het onderwerp van           tekst 2?
-Negatieve ontwikkeling 1pt.
-Oorzaak: 1p.
CV: best wel simpel!



Slide 29 - Slide

Vraag 27
Aanleiding, anekdote, constatering, overzicht, standpunt

Voorkeursplaatsen: laatste zin van de eerste alinea/inleiding:

Slide 30 - Slide

Vraag 28
Waarom D? Waarom niet A? 
Motiveer je antwoord!

Slide 31 - Slide

Vraag 29
'Gelijkwaardigheid betekent NAMELIJK niet dat ...'
'en dat ...'
'zo zijn ...'

Slide 32 - Slide

Vraag 31
'wordt gesuggereerd ...'
Tekst: 'Het LIJKT EROP ...' 

Slide 33 - Slide

Verder:

Oefenexamen 1 afmaken
Examen 2024 maken (staat klaar)
     -bespreken? 

Na de toetsweek:
     -'nieuwe' examenvragen
     -gemaakt werk 2024 analyseren
     -argumentatieleer
     (-examentraining)

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Slide


Slide 39 - Open question


Slide 40 - Open question


A

Slide 41 - Quiz


A

Slide 42 - Quiz

Slide 43 - Mind map

Slide 44 - Mind map