This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 50 min
Items in this lesson
H5: bespreking examentekst
Slide 1 - Slide
Hoe pak jij het lezen van een examentekst aan?
Slide 2 - Open question
1. Welke tegenstellingen vormde de aanleiding voor Marjan Slob om haar boek Foute Fantasieën te schrijven?
Slide 3 - Open question
Antwoord vraag 1
de tegenstelling tussen Slob als feministe / vooruitstrevende vrouw en de romantische ideeën die ze had over man en vrouw / over vastgeroeste stereotypen van man en vrouw / over ouderwetse rolpatronen voor man en vrouw
Ook goed: haar eigen overtuigingen tegenover haar romantische fantasieën
Slide 4 - Slide
2. Leg uit wat er volgens Slot problematisch is aan de 'foute fantasieën'
Slide 5 - Open question
Antwoord vraag 2
Deze fantasieën beïnvloeden op negatieve wijze de omgang tussen de seksen / tussen mannen en vrouwen. / Deze fantasieën bevestigen traditionele rollen tussen man en vrouw. / Vrouwen leren zich van jongs af aan te vormen naar (bedenkelijke) bestaande beelden.
Slide 6 - Slide
3. Wat is uiteindelijk het doel van fantasie volgens Marjan Slob, gelet op alinea 3 tot en met 5?
A
het creëeren van een parallelle wereld
B
het herbeleven van fijne situaties
C
het voorstellen hoe iets in het echt zal gaan
D
het zorgen dat foute voorkomen worden
Slide 7 - Quiz
4. Welk woord of welke woordgroep gebruikt Marjan Slob voor dit verschijnsel?
Slide 8 - Open question
5. Welke van onderstaande zinnen vat alinea 8 het best samen?
A
Fantasieën zijn een manier om onze beschaving...
B
Onze fantasie wordt mede gevoed door...
C
Romantische beelden in onze fantasie zijn...
D
Veelvoorkomende fantasieën zijn...
Slide 9 - Quiz
6. Leg uit wat deze wetmatigheid inhoudt en op welke manier die volgens Slob leidt tot de conclusie leidt dat fantaseren zinnig is.
Slide 10 - Open question
Antwoord vraag 6
Let op: deze vraag bevat twee vragen (zie 'en')
De kern van een goed antwoord is:
• De wetmatigheid houdt in dat mensen alleen doorgaan met activiteiten die zinnig zijn
• Aangezien mensen nog steeds fantaseren, moet het wel zinnig zijn
Slide 11 - Slide
7. Enkele uitspraken van Denys lijken tegenstrijdig met elkaar. Wat houdt deze tegenstrijdigheid in?
Slide 12 - Open question
Antwoord vraag 6
Let op: deze vraag bevat twee vragen (zie 'en')
De kern van een goed antwoord is:
• De wetmatigheid houdt in dat mensen alleen doorgaan met activiteiten die zinnig zijn
• Aangezien mensen nog steeds fantaseren, moet het wel zinnig zijn
Slide 13 - Slide
8. Denys noemt twee ongezonde situaties met betrekking tot fantasie. Leg per situatie uit wat er ongezond aan is.
Slide 14 - Open question
9. Welk van de onderstaande omschrijvingen typeert tekst 1 het best?
A
bevestiging van een bestaande opvatting over fantasie
B
nuancering van een belangrijke opvatting over fantaseren
C
verkenning van theorieën over het begrip fantasie
D
weergave van twee tegengestelde theorieën over fantasie
Slide 15 - Quiz
Hoe vond je het om het examen te maken (1. veel te moeilijk - 5. goed te doen!)