Modale werkwoorden

De stekker eruit of doorploeteren?
Katinka Polderman is cabaretier en ze maakt grappige beslisbomen. 

Volg de beslisboom > wat begrijp je nog niet?
Tot welke conclusie kom jij?

(De tekst achterop lezen we later in de les)
1 / 24
next
Slide 1: Slide
NT2BasisschoolGroep 6

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

De stekker eruit of doorploeteren?
Katinka Polderman is cabaretier en ze maakt grappige beslisbomen. 

Volg de beslisboom > wat begrijp je nog niet?
Tot welke conclusie kom jij?

(De tekst achterop lezen we later in de les)

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Programma
Woordenschat oefenen met Blooket
Terugblik op de vorige les
Workshop modale werkwoorden
Pauze
Zelfstandig werken / vragen / trajectplannen invullen

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Link

This item has no instructions

Hulp (modale) werkwoorden
Doel workshop:

  1. Ik weet welke betekenis de hulpwerkwoorden geven
  2. Ik weet hoe ik hulpwerkwoorden gebruik
  3. Ik kan verschillende hulpwerkwoorden gebruiken in een zin

Mogen/willen/moeten/kunnen/zullen/

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Waarom gebruiken we hulpwerkwoorden?
(denk jij)

Slide 5 - Mind map

This item has no instructions

Hulp (modale) werkwoorden
Hulpwerkwoorden geven een extra betekenis  aan een actie


Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Voorbeelden:
Ik kan alleen in de ochtend werken.                                    kunnen
Hij mag op straat fietsen.                                                         mogen
Zij moet altijd thuis schoonmaken.                                     moeten
Ik zal dit volgende week voor u doen.                                zullen
Hij wil heel graag later studeren.                                        willen

Modale werkwoorden geven een speciale betekenis aan de zin.
Op welke plaats staat het hulpwerkwoord?

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

kunnen
to be able to

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

timer
1:30
Schrijf een correcte zin
Gebruik 'kunnen'

Slide 9 - Mind map

This item has no instructions

mogen
allowed

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

timer
1:30
Schrijf een correcte zin
Gebruik 'mogen'

Slide 11 - Mind map

This item has no instructions

moeten
must

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

timer
1:30
Schrijf een correcte zin
Gebruik 'moeten'

Slide 13 - Mind map

This item has no instructions

zullen
toekomst

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

timer
1:30
Schrijf een correcte zin
Gebruik 'zullen'

Slide 15 - Mind map

This item has no instructions

willen
to want

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

timer
1:30
Schrijf een correcte zin
Gebruik 'willen'

Slide 17 - Mind map

This item has no instructions

zouden
wensen, beleefd vragen, hypothetisch
voorwaarde = conditionals

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

zouden als beleefdheidsvorm
Zou je mij willen helpen?
Zou u de biologische drinkyoghurt voor mij kunnen pakken? Zouden jullie wat rustiger willen zijn?
Zou ik van iemand een pen mogen lenen?
Zouden we hier mogen zitten?

(zou(den) + willen / mogen / kunnen + infinitief)

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

timer
2:00
Schrijf een correcte zin
Gebruik 'zouden'

Slide 20 - Mind map

This item has no instructions

Let op!
Ken je nog andere hulpwerkwoorden?

Slide 21 - Slide

hoeven        ENG= have to do
                      DUI= muss nicht?
durven        ENG= to dare                                                        DUI: wagen
Spreek samen:
Bestel iets van de kaart
Gebruik: mogen/willen/moeten/kunnen/zullen/zouden
timer
3:00

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Leestekst over cabaret
Door AI gegenereerde tekst:
Zoek de modale werkwoorden in de tekst en onderstreep deze woorden.
Zoek de betekenis op van woorden die je nog niet kent

(Na afloop: Wat vind je van de kwaliteit van de tekst?)
timer
10:00

Slide 23 - Slide

hoeven        ENG= have to do
                      DUI= muss nicht?
durven        ENG= to dare                                                        DUI: wagen
Zelfstandig werken
Zelfstandig werken
Trajectplannen bespreken


Wat willen jullie de volgende les leren?

Slide 24 - Slide

hoeven        ENG= have to do
                      DUI= muss nicht?
durven        ENG= to dare                                                        DUI: wagen