GTST 1.2 Inflatie

1 / 15
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Deze les
Hoe zorgen inflatie en deflatie voor schommelingen in de economie?

Wanneer is inflatie goed en op welke economische variabelen heeft het effect? 


Slide 3 - Slide

Een lage deflatie is gunstiger dan een lage inflatie
A
Juist
B
Onjuist

Slide 4 - Quiz

Inflatie en deflatie
Bij deflatie stellen mensen aankopen uit: producten worden steeds goedkoper

Bij een kleine inflatie blijft men kopen

Het doel van de ECB is een inflatie van 2%: rente wijzigt 

Slide 5 - Slide

Inflatie betekent dat het geld minder waard wordt
A
Juist
B
Onjuist

Slide 6 - Quiz

Inflatie is gunstig voor mensen met schulden
A
Juist
B
Onjuist

Slide 7 - Quiz

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

De prijzen stijgen met 5%. Je koopkracht daalt met 3%. Met hoeveel procent zijn de lonen ongeveer veranderd?
A
Afgenomen met 2%
B
Toegenomen met 2%
C
Afgenomen met 8%
D
Toegenomen met 1%

Slide 10 - Quiz

In tijden van inflatie wordt je spaargeld minder waard
A
Juist
B
Onjuist

Slide 11 - Quiz

Een stijgende inflatie is goed voor de concurrentiepositie van een land
A
Juist
B
Onjuist

Slide 12 - Quiz

In een hoogconjunctuur is er sprake van bestedingsinflatie
A
Juist
B
Onjuist

Slide 13 - Quiz

Slide 14 - Slide

Aan de slag
Maken 1.2 opdracht 18 t/m 23

Lastig? Kijk dan nog https://youtu.be/M_I-DACu-lo

Slide 15 - Slide