Herhaling pers.vnw. en bez.vnw

Silent Reading
timer
10:00
1 / 28
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Silent Reading
timer
10:00

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen vandaag
Uitdelen bladen taalportfolio (boekje, werkblad, woordenlijst.)

Opfrissen persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden

Slide 2 - Slide

Test jezelf: personal pronouns
1. Wat zijn persoonlijke voornaamwoorden?

2. Hoe schrijf je 'ik' in het Engels?
3. Welk Engels persoonlijk voornaamwoord gebruiken we voor dieren en dingen? 
4. Welk persoonlijk voornaamwoord gebruiken we voor jij, u en jullie? 
5. Welke twee vormen voor 'zij' hebben we in het Engels? 

Persoonlijke voornaamwoorden (personal pronouns) gebruik je om naar iets of iemand of iets te verwijzen. 
Ik oftwel ‘I’ in het Engels wordt altijd met een hoofdletter geschreven, ook middenin een zin!
Als je over dieren of dingen spreekt, gebruik je 'it'. 
In het Engels gebruiken we 'you' voor zowel jij, u als jullie.
Als het gaat over één persoon dan gebruiken we in het Engels 'she', gaat het over meerdere personen dan gebruiken we 'they'.

Slide 3 - Slide

I
He
She
You
They
It
We
ik
jij
u
hij
zij (enkelvoud)
wij
zij (meervoud)
het
jullie

Slide 4 - Drag question

Persoonlijke voornaamwoorden

Slide 5 - Slide

Persoonlijke voornaamwoorden
Pnv. ond
pnv.  niet ond
I
ik
me
mij
You
jij
you
jou
He
hij
him
hem
She
zij
her
haar
It
het
it
het
We
wij
us
ons
You
jullie
you
jullie
They
zij
them
hen

Slide 6 - Slide

Persoonlijke voornaamwoorden

Slide 7 - Slide

Persoonlijke voornaamwoorden

Slide 8 - Slide

Persoonlijke voornaamwoorden zijn in het Engels..
A
I, you, he/she/it, we, they, you
B
My, mine, yours, theirs
C
What, who, where, when, why

Slide 9 - Quiz

Wat is het Engelse persoonlijke voornaamwoord voor 'wij'?
A
us
B
we
C
you
D
them

Slide 10 - Quiz

"Vertaal" naar een persoonlijk voornaamwoord:
dog
A
he
B
it
C
you
D
I

Slide 11 - Quiz

'verander' naar een persoonlijk voornaamwoord:
Peter
A
you
B
we
C
it
D
he

Slide 12 - Quiz

persoonlijk voornaamwoorden verwijzen naar:
A
personen, namen, dieren
B
dieren, namen, woorden
C
Woorden, dingen, personen
D
mensen, dieren of dingen

Slide 13 - Quiz

Possessive pronouns 
Als je wilt uitdrukken dat iets van jou (of van iemand anders) is, gebruiken we bezittelijke voornaamwoorden, zoals jouw, mijn, zijn, gevolgd door datgene wat jij of iemand anders bezit.

Voorbeelden:
my house
his dog

Bezittelijke voornaamwoorden

Slide 14 - Slide

bezittelijk voornaamwoord: zijn
A
his
B
your
C
its
D
my

Slide 15 - Quiz

Bezittelijke voornaamwoorden

That is ............book .
A
my
B
mine

Slide 16 - Quiz

Wat zijn bezittelijke voornaamwoorden?
A
my, your, us
B
he, his, hers
C
their, our, mine
D
its, me, our

Slide 17 - Quiz

Je gebruikt bezittelijke voornaamwoorden....
A
om te zeggen waar ik naartoe ga
B
om aan te geven van wie iets is

Slide 18 - Quiz

Wat is het Engelse bezittelijke voornaamwoord voor 'mijn'
A
my
B
her
C
our
D
their

Slide 19 - Quiz

bezittelijk voornaamwoord: jouw
A
my
B
her
C
your
D
their

Slide 20 - Quiz

Bezittelijke voornaamwoorden

This is ... pen.
A
his
B
his
C
of his

Slide 21 - Quiz

Bezittelijk voornaamwoord:
ons / onze
A
us
B
we
C
our
D
hour

Slide 22 - Quiz


Wat is geen bezittelijk voornaamwoord?
A
you
B
my
C
his
D
our

Slide 23 - Quiz

Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in:
She is going to wash ............. hands.

Slide 24 - Open question

Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in:
They live with ............ parents.

Slide 25 - Open question

Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in:
I saw Steve with .......... wife, Laura.

Slide 26 - Open question

Ik begrijp wanneer ik persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden gebruik in het Engels
😒🙁😐🙂😃

Slide 27 - Poll

Ik weet welke verschillende persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden er zijn in het Engels
😒🙁😐🙂😃

Slide 28 - Poll