Week 23

Week 23 - Cursus Taal 
1 / 38
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 38 slides, with text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Week 23 - Cursus Taal 

Slide 1 - Slide

Welkom hv1a!
Telefoon thuis of in je kluis? Ga dan lekker zitten en leg klaar:

 - je schrift en pen;
  - je leesboek
 - Nieuw Nederlands

Laat je laptop nog even je tas. 









maandag 30 september 2024
Maandag 3 februari 2025

Slide 2 - Slide

Lesdoelen, na deze les:
  • Kun je spreekwoorden en gezegdes van elkaar onderscheiden.
Planning van deze les :

  • Lezen in je leesboek - 10 minuten
  • Taalvoutje van de week
  • Introductie cursus Taal, §2 - Spreekwoorden en uitdrukkingen
  • Resultaten interviewverslag


Slide 3 - Slide

Lezen in je leesboek
Je leest ongeveer 10 minuten in stilte.
Ik loop langs om je gelezen pagina's te noteren.
Na afloop kun je een vraag krijgen over wat je gelezen hebt. 
timer
10:00

Slide 4 - Slide

Taalvoutje van de week
Welke letter
mist?

Slide 5 - Slide

Kakifruit

Slide 6 - Slide

Cursus 4   - Taal
Planning deze week:  

  • We doen paragrafen 2 en 7:
    §2 Spreekwoorden en uitdrukkingen - vandaag, blz. 92
    §7  Beeldtaal - later deze week, blz. 102

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

§2 - Spreekwoorden en uitdrukkingen
Wat zijn spreekwoorden en uitdrukkingen?
  • Figuurlijk taalgebruik, je bedoelt iets anders dan je zegt, een beeld (figuur) maakt de betekenis duidelijk.
  • Bijvoorbeeld: van een mug een olifant maken, een gat in je hand hebben, dweilen met de kraan open.

Slide 9 - Slide

Spreekwoord of uitdrukking? Verschil?

Als er een schaap over de dam is, volgen er meer.


Met de mond vol tanden staan.




Slide 10 - Slide

Verschil spreekwoord en uitdrukking
  • Spreekwoord is vaste zin in de tegenwoordige tijd. Kun je niet veranderen. 
  • Uitdrukking is een deel van een zin. Je moet er iets aan 
     toevoegen. 
  • Bijvoorbeeld: iets op je kerfstok hebben
    -> Ik heb iets op mijn kerfstok. 
    -> Zij had iets op haar kerfstok.


Slide 11 - Slide

Zelf aan de slag
WAT?           Vind zo veel mogelijk spreekwoorden en uitdrukkingen op de spreekwoordenzoekplaat en schrijf deze op in je schrift. 

HOE            Schrijf in je schrift: Cursus 4 Taal, paragraaf 2 Spreekwoorden en uitdrukkingen.                                                                            Spreekwoordenzoekplaat
                      Daaronder schrijf je de gevonden  spreekwoorden op en de betekenis ervan
                      
TIJD               10 minuten. Daarna nabespreken.
KLAAR?        Maak opdracht 1 in je leerwerkboek, blz. 92 of online

KLAAR?           


timer
10:00

Slide 12 - Slide

Gevonden spreekwoorden
en uitdrukkingen?

Slide 13 - Slide

Welkom hv1a!
Telefoon thuis of in je kluis? Ga dan lekker zitten en leg klaar:

 - je schrift en pen;
  - je leesboek
 - Nieuw Nederlands

Laat je laptop nog even je tas. 









maandag 30 september 2024
Woensdag 5 februari 2025

Slide 14 - Slide

Lesdoelen, na deze les:
  • Kun je spreekwoorden en gezegdes van elkaar onderscheiden.
Planning van deze les :

  • Lezen in je leesboek - 10 minuten
  • Cursus Taal, herhaling §2 - Spreekwoorden en uitdrukkingen
  • Huiswerk bespreken - spreekwoordenplaat

Slide 15 - Slide

Lezen in je leesboek
Je leest ongeveer 10 minuten in stilte.
Ik loop langs om je gelezen pagina's te noteren.
Na afloop kun je een vraag krijgen over wat je gelezen hebt. 
timer
10:00

Slide 16 - Slide

Cursus 4   - Taal
Planning deze week:  

  • We doen paragrafen 2 en 7:
    §2 Spreekwoorden en uitdrukkingen - maandag en vandaag, blz. 92
    §7  Beeldtaal - later deze week, blz. 102

Slide 17 - Slide

§2 - Spreekwoorden en uitdrukkingen
Wat is letterlijk taalgebruik?
  • Je bedoelt precies wat je zegt of schrijft.

Wat is figuurlijk taalgebruik? 
  • Je bedoelt iets anders dan je zegt, een beeld (figuur) maakt de betekenis duidelijk.
  • Bijvoorbeeld: daar kraait geen haan naar, ik kan er geen touw aan vastknopen.

Slide 18 - Slide

Verschil spreekwoord en uitdrukking
  • Spreekwoord is vaste zin in de tegenwoordige tijd. Kun je niet veranderen. 
  • Uitdrukking is een deel van een zin. Je moet er iets aan toevoegen
  • Bijvoorbeeld: iets op je kerfstok hebben
    -> Ik heb iets op mijn kerfstok. 
    -> Zij had iets op haar kerfstok.


Slide 19 - Slide

Waar komen spreekwoorden en uitdrukkingen vandaan?

  • Bekijk het volgende filmpje.

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Video

Gevonden spreekwoorden
en uitdrukkingen?

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Video

Filmpje Straatwijs
Nieuwe spreekwoorden en uitdrukkingen geleerd?

Slide 24 - Slide

Zelf aan de slag
WAT?           Maak opdracht 1 en 2 van  §2 Spreekwoorden en uitdrukkingen

HOE            Online op je laptop: Cursus 4 Taal, §2 Spreekwoorden en                                              uitdrukkingen of in je leerwerkboek, blz. 92                                                  HULP?       Theorie blz. 92, overleg met je buurman/-vrouw                      
                   
TIJD               10 minuten. Daarna nabespreken.
KLAAR?        Maak opdracht 3 en 4. 92 of online

      


timer
10:00

Slide 25 - Slide

Evaluatie
  • Je weet nu wat spreekwoorden en uitdrukkingen zijn en wat de verschillen zijn. 
  • Je weet waar bepaalde spreekwoorden en uitdrukkingen vandaan komen.

Slide 26 - Slide

Volgende les donderdag 6 februari

We gaan verder met §7 Beeldtaal. 

Slide 27 - Slide

Welkom hv1a!
Telefoon thuis of in je kluis? Ga dan lekker zitten en leg klaar:

 - je schrift en pen;
  - je leesboek
 - Nieuw Nederlands

Laat je laptop nog even in je tas. 









maandag 30 september 2024
Donderdag 6 februari 2025

Slide 28 - Slide

Lesdoelen, na deze les:
  • Kun je spreekwoorden en gezegdes van elkaar onderscheiden.
  • Weet je waarom beeldtaal bestaat en welke soorten beeldtaal er zijn.
Planning van deze les :

  • Lezen in je leesboek - 10 minuten
  • opdracht 1 en 2 maken van §2 - Spreekwoorden en uitdrukkingen
  • §7 Beeldtaal - opdrachten

Slide 29 - Slide

Lesdoelen, na deze les:
  • Weet je waarom beeldtaal bestaat en welke soorten beeldtaal er zijn.
Planning van deze les :

  • Lezen in je leesboek - 10 minuten
  • §7 Beeldtaal - opdrachten

Slide 30 - Slide

Lezen in je leesboek
Je leest ongeveer 10 minuten in stilte.
Ik loop langs om je gelezen pagina's te noteren.
Na afloop kun je een vraag krijgen over wat je gelezen hebt. 
timer
10:00

Slide 31 - Slide

Cursus 4   - Taal
Planning deze week:  

  • We doen paragrafen 2 en 7:
    §2 Spreekwoorden en uitdrukkingen  - vandaag opdrachten gemaakt 
    §7  Beeldtaal - vandaag 

Slide 32 - Slide

Zelf aan de slag
WAT?           Maak opdracht 1 en 2 van  §2 Spreekwoorden en uitdrukkingen

HOE            Online op je laptop: Cursus 4 Taal, §2 Spreekwoorden en                                              uitdrukkingen of in je leerwerkboek, blz. 92                                                  HULP?       Theorie blz. 92, overleg met je buurman/-vrouw                      
                   
TIJD               10 minuten. Daarna nabespreken.
KLAAR?        Maak opdracht 3 en 4. 92 of online

      


timer
10:00

Slide 33 - Slide

§7 Beeldtaal
Waarom beeldtaal?
  • iedereen begrijpt het
  • het neemt minder ruimte in dan tekst
  • internationaal



Slide 34 - Slide

Zelf aan de slag
WAT?           Maak opdracht 1 van  §7 Beeldtaal

HOE            Online op je laptop: Cursus 4 Taal, §7 blz. 102                                                  HULP?       Theorie blz. 92, overleg met je buurman/-vrouw                      
                   
TIJD               10 minuten. Daarna nabespreken.
KLAAR?        Maak opdracht 3 en 4. 92 of online

      


timer
5:43

Slide 35 - Slide

Samen aan de slag
WAT?           We bekijken een fragment over emoji's. Beantwoord daarna de vragen van opdracht 3 van  §7 Beeldtaal

HOE            in je leerwerkboek, blz. 103                      
                   
TIJD               10 minuten. Daarna nabespreken.
KLAAR?        Maak opdracht 5, vraag 1.

      


timer
10:00

Slide 36 - Slide

Evaluatie
  • Je weet nu wat spreekwoorden en uitdrukkingen zijn en wat de verschillen zijn. 
  • Je weet waar bepaalde spreekwoorden en uitdrukkingen vandaan komen.

Slide 37 - Slide

Volgende les maandag 24 februari

We gaan starten met Cursus 5 Grammatica Woordsoorten. 

Slide 38 - Slide