Quiz VWO 4 eco

Quiz VWO 4
Vraag en aanbod paragraaf 2.4 en 2.5
Marktvormen en marktfalen paragraaf 1.1, 1.2 en 1.3
1 / 14
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Quiz VWO 4
Vraag en aanbod paragraaf 2.4 en 2.5
Marktvormen en marktfalen paragraaf 1.1, 1.2 en 1.3

Slide 1 - Slide

Bij een vraagoverschot blijven producenten met hun producten zitten. Hierdoor verlagen zij de prijs om deze voorraden kwijt te raken.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 2 - Quiz

Het consumentensurplus is het verschil tussen…

A
De betalingsbereidheid en de evenwichtsprijs
B
De evenwichtsprijs en de marktprijs
C
De evenwichtsprijs en de laagste prijs
D
De betalingsbereidheid en de marktprijs

Slide 3 - Quiz

De prijs wordt verhoogd van 20
naar 30 euro. Welke kleur geeft
het producentensurplus aan van
de nieuwe aanbieders?
A
Blauw
B
Oranje
C
Groen
D
Oranje en groen

Slide 4 - Quiz

De prijs stijgt van 25 naar 33 euro. Welk van deze vakken geeft het nieuwe consumentensurplus weer?

A
a b en f
B
a
C
a b f c g en i
D
c d en g

Slide 5 - Quiz

De prijs stijgt van 25 naar 33 euro. Welk van deze vakken geeft het nieuwe producentensurplus weer?
A
b f h c g en d
B
c g en d
C
b c en d
D
f en g

Slide 6 - Quiz

De prijs stijgt van 25 naar 33 euro. Welk van deze vakken geeft de harberger diehoek weer?
A
b f h c g en d
B
c g en d
C
b c en d
D
f en g

Slide 7 - Quiz

Een monopolie die tot stand komt omdat een bedrijf door een octrooi het alleenrecht heeft om een product te produceren noem je een …
A
Natuurlijk monopolie
B
Staatsmonopolie
C
Technisch monopolie
D
Feitelijk monopolie

Slide 8 - Quiz

Een aanbieder op de markt van volkomen concurrentie wordt ook wel een hoeveelheidsaanbieder genoemd.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quiz

Bij een monopolie wordt de prijs op de markt bepaald door het marktevenwicht.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 10 - Quiz

Bij welke marktvorm loopt de prijsafzetlijn het steilst
A
Volkomen concurrentie
B
Monopolistische concurrentie
C
Oligopolie
D
Monopolie

Slide 11 - Quiz

Slide 12 - Slide

Maximale omzet wordt bepaald door punt ...
A
MO = MK
B
MO = 0
C
TO = TK
D
GTK = GO

Slide 13 - Quiz

Bij een monopolie loopt de MO altijd twee keer zo steil als de GO.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 14 - Quiz