bezit vnw

Het bezittelijk voornaamwoord
1 / 15
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvmbo lwoo, havoLeerjaar 2

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 10 min

Items in this lesson

Het bezittelijk voornaamwoord

Slide 1 - Slide

BEZITTELIJK VOORNAAMWOORD

Dat is hun huis.
A
Das ist Ihr Haus.
B
Das ist ihr Haus.

Slide 2 - Quiz

Wanneer krijgt het bezittelijk voornaamwoord een -E?
A
mannelijk
B
onzijdig
C
vrouwelijk
D
vrouwelijk en meervoud

Slide 3 - Quiz

Bezittelijke voornaamwoorden
(mijn) ......... Zimmer (o)
A
mein
B
meine

Slide 4 - Quiz

Het bezittelijk voornaamwoord
(mijn) Vater hat Geburtstag.
A
mein
B
meine

Slide 5 - Quiz

het bezittelijk voornaamwoord:
Das ist _____ (haar) Freund
A
ihr
B
ihre

Slide 6 - Quiz

Bezittelijk voornaamwoord:
jullie (Haus)
A
sein
B
ihr
C
euer
D
dein

Slide 7 - Quiz

Bezittelijk voornaamwoord:
vertaal: jouw
A
sein(e)
B
ihr(e)
C
mein(e)
D
dein(e)

Slide 8 - Quiz

Vertaal het bezittelijk voornaamwoord:

Maaike ist (haar) Freundin.
A
meine
B
seine
C
ihre
D
eure

Slide 9 - Quiz

Vertaal het bezittelijk voornaamwoord:

Das ist ( uw) Haus.
A
ihr
B
Ihre
C
ihre
D
Ihr

Slide 10 - Quiz

Wat is de Duitse vertaling van het bezittelijk voornaamwoord 'jullie'
A
euer
B
ihr
C
unser
D
mein

Slide 11 - Quiz

BEZITTELIJK VOORNAAMWOORD

..... beste Freundin
A
sein
B
seine

Slide 12 - Quiz

Vervoeg het bezittelijk voornaamwoord:
Sind das (zijn)…... Bücher?


A
seine
B
meine
C
sein
D
mein

Slide 13 - Quiz

Bezittelijk voornaamwoord:
jouw _______ Mutter
A
ihre
B
ihr
C
dein
D
deine

Slide 14 - Quiz

Kapitel 7: BEZITTELIJK VOORNAAMWOORD

..... Klassenlehrer
A
unser
B
unsere

Slide 15 - Quiz