This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 45 min
Items in this lesson
Aan de slag
In het digitale boek: §5.3 opgave 29 t/m 37
timer
15:00
Slide 1 - Slide
Toetsinzage
Kijk nog eens kritisch naar je toets. Wat heb je goed gedaan? Wat ging nog niet goed?
Noteer in je schrift wat je bij een volgende toets hetzelfde blijft doen en wat je anders gaat doen.
Klaar: doorlezen §5.4
Slide 2 - Slide
Waarom worden radiatoren niet bij het plafond opgehangen?
Slide 3 - Open question
Voor elke verbranding is zuurstof nodig?
A
waar
B
niet waar
Slide 4 - Quiz
Bij een verbranding verdwijnt de brandstof.
A
waar
B
niet waar
Slide 5 - Quiz
Zolang er maar genoeg zuurstof is blijft het vuur branden
A
waar
B
niet waar
Slide 6 - Quiz
Bij een onvolledige verbranding ontstaat er alleen koolstofdioxide
A
waar
B
niet waar
Slide 7 - Quiz
Wat is waar over volledige verbranding?
A
Een gele vlam betekent volledige verbranding
B
Bij volledige verbranding kan koolstofmonoxide vrijkomen
C
Een vlam met volledige verbranding maakt geen roet
D
Volledige verbranding bestaat helemaal niet
Slide 8 - Quiz
Als je een brand wil blussen, kan dat alleen door de temperatuur te verlagen.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 9 - Quiz
Een gasleiding is in brand geraakt. Om de brand te blussen draait de brandweer de gaskraan dicht. Welke voorwaarde voor verbranding haalt de brandweer weg?
A
Brandstof
B
Zuurstof
C
Temperatuur
Slide 10 - Quiz
Bij een bosbrand wordt de brand op een plek gehouden tot dat stuk is opgebrandt Welke brandvoorwaarde neem je weg?