13.2 Rekenen aan zwakke basen

13.2 Rekenen aan zwakke basen
1 / 11
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 11 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

13.2 Rekenen aan zwakke basen

Slide 1 - Slide

Planning
  • Notatie benoemen
  • Basen in je lichaam
  • Stukje lezen
  • De relatie tussen Kz en Kb. 
  • Aan de slag!

Slide 2 - Slide

''Notatie'' zwakke en sterke zuren
''Notatie'' is eigenlijk het verkeerde woord: het betekent eigenlijk --> Als het oplost/ioniseert in water, van welke stof heb ik na de reactie het meeste 
(net zoals we deden bij het oplossen van de zouten) 

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Lees uit 13.2 Binas tabel 49 en de baseconstante Kb
Wat valt je op? 
Zelfstandig bedenken en daarna in DUO's

Slide 5 - Slide

Basen in water
B- (aq) + H2O (l)--> OH-  (aq) + HB (aq)
OH- = hydroxide ion 
HB = geconjugeerde zuur

*Tip* Basen zijn vaak (niet altijd) negatief geladen

Slide 6 - Slide

Baseconstante Kb
In tabel 49 staan  rechts de baseconstante. Rechter pagina onderaan is sterk. 
In sommige maagzuurtabletten zitten carbonaat ionen, een zwakke base. bij het oplossen ontstaat dit evenwicht:

Slide 7 - Slide

Baseconstante Kb
Het oplossen van natrium carbonaat levert de volgende evenwichtsconstante op:                     

En omdat deze constante heel sterk lijkt op die van de zuren geldt voor deze ook:

Slide 8 - Slide







abc formule, 

Slide 9 - Slide

Relatie tussen Kz en Kb
In tabel 49 staat op elke regel een zuur-basekoppel
Voor elk koppel geld dat KzKb = 1,0 * 10-14. Hoe dan? HF als voorbeeld:

Vermenigvuldig de constantes met elkaar en je krijgt de waterconstante Kw

Slide 10 - Slide

Aan de slag
H: 21
B: 18 t/m 20, 22 t/m 25
V: 26

Nu samen 19a. 

Slide 11 - Slide