§3.3; Een welvarende tijd les 1

§3.3; Een welvarende tijd les 1
1 / 12
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

This lesson contains 12 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

§3.3; Een welvarende tijd les 1

Slide 1 - Slide

Deze les
Stukje uitleg: 
  • Welvaart in de jaren 1920
  • De Amerikaanse cultuur

Zelfstandig werken
  • Opdrachten paragraaf 3

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

De welvaart in de jaren '20
Na WOI; groeide de economie in de westerse landen
  • VS het rijkste land ter wereld
  • lonen van werknemers stegen
  • Industrieproducten werden goedkoper
  • Veel Amerikanen kunnen goederen kopen als koelkasten, strijkijzers en auto's
  • Te weinig geld voor de consumptie? Geen probleem!
  • Je kunt altijd een lening afsluiten bij de bank (=krediet)

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Welvaart in Nederland
Ook in Nederland ging het goed met de economie
  •  Veel werkgelegenheid en de welvaart groeide
  • In de jaren 20 werd de radio populair
  •  Omroep: alle radiobedrijven

  •  Protestanten, katholieken en socialisten richtten hun eigen verenigingen op
  •  AVRO werd het populairste (voor alle Nederlanders)


Slide 6 - Slide

De Amerikaanse cultuur
"The Roaring Twenties"; de roerige jaren '20
Amerikanen verdienen meer geld en hebben meer tijd om dit uit te geven. 
  • Films, uitgaan, honkbal en restaurants

  • De mentaliteit veranderde; Genieten van het leven in plaats van zuinig doen en hard werken. 
Mentaliteit = manier van denken en voelen

Slide 7 - Slide

Conservatieve Amerikanen in de politiek zijn tegen deze manier van leven en vooral tegen het alcoholgebruik. 
Van 1920 en 1933 was alcohol verboden in de Verenigde Staten. Maar dit zorgde juist voor veel criminaliteit!

Slide 8 - Slide

Dictatuur in Italië
In 1922 komt Benito Mussolini aan de macht in Italië
  • Hij was tegen de democratie
  • Zijn ideologie heet het fascisme

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Aan de slag!
Wat: Opdracht 1 t/m 3
Hoe: In je eentje
Vragen? Vinger omhoog of fluisterend overleggen met je buurman of buurvrouw
Klaar? Opdracht 4 t/m 6

Volgende les bespreken; niet af = HW

Slide 12 - Slide