4.7.3: telwoord

Hallo allemaal
- Berg je telefoon op in de tas en ga op je plaats zitten
- Leg je spullen voor Nederlands op je tafel
- Ga alvast lezen in je leesboek



1 / 13
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 13 slides, with text slides.

Items in this lesson

Hallo allemaal
- Berg je telefoon op in de tas en ga op je plaats zitten
- Leg je spullen voor Nederlands op je tafel
- Ga alvast lezen in je leesboek



Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Lezen
timer
10:00

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Lezen en huiswerk check
Tijdens het stillezen, controleer ik het huiswerk van enkele leerlingen. Leg dus je werk open voor je op tafel bij opdr 8 en 9
Huiswerk niet gemaakt is voor de volgende les 1x overschrijven van de woordenlijst. 
1mB
1mC
timer
10:00

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Woorden leren
Je krijgt 3 minuten om de  woorden van de woordenlijst te leren. Je doet dat in stilte. 

Leer de woorden uit de woordenlijst

• Je bedenkt welke betekenis het woord heeft: bedek zelf met je hand de betekenissen of woorden af.
• Woorden waar je moeite mee hebt, schrijf je op een los vel.
• Spreek de woorden waar je moeite mee hebt en de betekenis ervan zachtjes uit.
• Herhaal dit totdat je alle woorden kent.


timer
3:00

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Mondelinge overhoring
1mB
1mC

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Terugblik
Benoem de woordsoorten van de onderstreepte woorden in de volgende zinnen:

denken - delen - uitwisselen

Op haar verjaardag kreeg zij van haar vrienden een bioscoopbon. 
De leerkrachten hebben vandaag voor betere arbeidsvoorwaarden gestaakt
Geef je hem dat gestolen boek morgen terug? 
Gisteravond brak het onweer in alle hevigheid los. 
Mijn tante belde een taxi voor een afspraak.  

Slide 6 - Slide

nee, kan er ook achter = de bal is rond. 

nee, bij stoffelijk bn kan dat niet = een houten boot

ja, als ze afgeleid zijn van een eigen naam = de Syrische jongen


Lesdoelen 
In deze les leer je: 

  • de woordsoorten bijvoeglijk naamwoord, voorzetsel en telwoord benoemen.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Telwoord
Een telwoord geeft een hoeveelheid of een volgorde aan. 

LET OP de twee soorten!
HTW = hoofdtelwoord --> hoeveelheid (vijf kinderen, twee fietsen)
RTW = rangtelwoord --> volgorde (ik ben de eerste, op de tweede stoel)

Zelfstandig lezen leertekst blz 51



Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Deze woordsoorten ken je nu:
lw, zn, bn, ww, vz, htw, rtw

benoem: 

Het
Utrechtse 
meisje
heeft
op 
de
tweede
dag
vijf
kilometer
gelopen.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Aan het werk
Hoofdstuk 4, §4.7 grammatica, opdr 11, 12, 16 

Klaar? 
  1. nakijken
  2. woorden oefen met de woordtrainer of lezen in je leesboek

Niet klaar? dan is dit je huiswerk

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Afsluiting
Hoe sta je t.o.v. het doel van de paragraaf grammatica: 
Ik kan de woordsoorten bijvoeglijk naamwoord, voorzetsel en telwoord benoemen.

Woordslinger maken.
We beginnen met een woord en het benoemen van de woordsoort,
Daarna wordt er een nieuw woord gemaakt met de laatste letter van het eerste woord en ook hierbij benoemen we de woordsoort, zo gaan een door. 

Boek (zn), koek (zn), kleine (bn), eten (ww) etc. 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Huiswerk
Hoofdstuk 4, §4.7 grammatica, opdr 11, 12, 16 maken en nakijken

Leer de eerste woorden van de woordenlijst en de stof voor de toets!

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Slide

This item has no instructions