Geef met behulp van begrippen op macroniveau een omschrijving van de wet van behoud van massa.
De totale massa van alle beginstoffen voor de reactie is gelijk aan de totale massa van alle reactieproducten na de reactie.
Slide 2 - Slide
vraag 1b
Geef met behulp van begrippen op microniveau een omschrijving van de wet van behoud van massa.
De totale massa van alle atomen voor de reactie is gelijk aan de totale massa van alle atomen na de reactie.
Slide 3 - Slide
vraag 2
gegevens 800 g Ca; 1558 g Ca2F ; gevraagd aantal gram fluor
uitwerking
massa calcium + massa fluor = massa calciumfluoride
massa fluor = massa calciumfluoride − massa calcium
massa fluor = 1558 − 800 = 758 g
Slide 4 - Slide
vraag 3
C6 H12 O6 (s) + 6 O2 (g) → 6 CO2 (g) + 6 H2O(l)
glucose zuurstof koolstofdioxide water
molecuulverhouding 1 6 6 6
molverhouding 1 6 6 6
Slide 5 - Slide
vraag 5a
Slide 6 - Slide
vraag 5 b
Slide 7 - Slide
vraag 6a
Uit 20,0 g CuO en 3,0 g C ontstaan 16,0 g Cu en 7,0 g CO
Leg uit dat hieruit volgt dat de beide beginstoffen volledig zijn verbruikt.
De totale massa van de beginstoffen is 20,0 + 3,0 = 23,0 g.
De totale massa van de reactieproducten is 16,0 + 7,0 = 23,0 g.
Deze massa’s zijn aan elkaar gelijk, dus zijn alle beginstoffen verdwenen.
Slide 8 - Slide
vraag 6b op microniveau
Het aantal atomen van elke atoomsoort is links en rechts van de pijl in de reactievergelijking gelijk aan elkaar. Dat betekent dus ook dat de totale massa van alle atomen voor de reactie gelijk is aan de totale massa van alle atomen na de reactie.
Slide 9 - Slide
vraag 6c
Cu = 63,55 u O = 16,00 u C = 12,01 u
links van de pijl
CuO + C massa in u = 63,55 + 16,00 + 12,01 = 91,56 u
rechts van de pijl
Cu + CO massa in u = 63,55 + 12,01 + 16,00 = 91,56 u
De massa in u links van de pijl is gelijk aan de massa in u rechts van de pijl.
Slide 10 - Slide
Leerdoelen
Ik kan op microniveau uitleggen waarom de wet van massabehoud altijd geldt.
Ik kan molverhoudingen gebruiken om massaberekeningen uit te voeren aan reacties.
Ik kan uitleggen wat de begrippen overmaat en ondermaat inhouden en hiermee rekenen
Slide 11 - Slide
Wet van behoud van massa
Totale massa aan het begin van een reactie is hetzelfde als aan het eind van de reactie.
Ook wel de wet van Lavoisier genoemd
Slide 12 - Slide
Microniveau
Hiervoor heb je een kloppende reactievergelijking nodig
de som van de massa's links van de pijl is even groot als de som van de massa's rechts van de pijl
Slide 13 - Slide
Molverhouding
CH4(g) + 2 O2(g) → CO2(g) + 2 H2O(l)
molverhouding is 1 : 2 : 1 : 2
(dus om 1 mol CH4 te verbranden is 2 mol O2 nodig)
Slide 14 - Slide
Rekenen met molverhouding
CH4(g) + 2 O2(g) → CO2(g) + 2 H2O(l)
molverhouding is 1 : 2 : 1 : 2
stel: je hebt 0,80 ml CH4
Bereken hoeveel mol water er ontstaat.
molverhouding
antwoord
mol CH4
1
0.80
mol H2O
2
?
Slide 15 - Slide
Stappenplan rekenen aan reacties
reactievergelijking
bereken het aantal mol als de massa is gegeven
bereken het aantal mol van de gevraagde stof
bereken de massa van de gevraagde stof
controleer op significantie
Slide 16 - Slide
Voorbeeld:
Bereken hoeveel zuurstof er nodig is voor de volledige verbranding van 1,00 kg benzine (C8H18)
reactievergelijking:
2 C8H18(l) + 25 O2(g) → 16 CO2(g) + 18 H2O(l)
aantal mol benzine: 114,224 g/mol
1,00 kg is 1000 g. 1000/ 114,2 = 8,755 mol benzine
Slide 17 - Slide
2 mol benzine reageert met 25 mol zuurstof
1 mol benzine reageert dus met 12,5 mol zuurstof
8,755 mol benzine reageert dan met 8,755 x 12,5 = 109,434 mol zuurstof
molaire massa van O2 = 2 x 16,00 = 32,00 g/mol
massa zuurstof is dan 109,434 x 32,00 = 3502 gram O2