5E Beeldspraak

Welkom!
Ga rustig zitten op je plek en leg al je boeken op tafel. 
Leg je huiswerk op de hoek van je tafel (opdracht 5 t/m 12 op bladzijde 35-40)
1 / 12
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 12 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Welkom!
Ga rustig zitten op je plek en leg al je boeken op tafel. 
Leg je huiswerk op de hoek van je tafel (opdracht 5 t/m 12 op bladzijde 35-40)

Slide 1 - Slide

10 minuten stil lezen

Slide 2 - Slide

5E Beeldspraak 

Slide 3 - Slide

Wat gaan we vandaag doen?
  • Huiswerk bespreken
  • Verkennen
  • Theorie
  • Werken aan de opdracht

Je leert verschillende soorten beeldspraak in gedichten kennen en herkennen. 

Slide 4 - Slide

Huiswerk bespreken
 opdracht 5 t/m 12 op bladzijde 35-40

Slide 5 - Slide

Theorie
Beeldspraak

Slide 6 - Slide

Theorie
Wat is het verschil tussen letterlijke en figuurlijke taal?

  • Figuurlijk taalgebruik noem je beeldspraak; oftewel metaforisch taalgebruik. 
  • Dit komt heel veel voor in gedichten.


Ik slaap zoals flamingo's slapen
met één been gestrekt, het andere
bij de knie geknakt tegen de onderbuik
als een opgeplooide blindenstok 

Slide 7 - Slide

Theorie
Metafoor:
  • Dit zijn vergelijkingen die gebaseerd zijn op een overeenkomst. 

  • Zuivere metafoor -> een vergelijking zonder als, zoals of alsof
  • Personificatie -> iets was geen mens is, krijgt een menselijke eigenschap
  • Synesthesie -> twee soorten zintuigelijke waarnemingen worden met elkaar gecombineerd 

Slide 8 - Slide

Theorie
Zuivere metafoor: Het is hier een zwijnenstal.

Personificatie: De wind slaat in mijn gezicht. 
                                Het gevaar loert op elke straathoek

Synesthesie: fluwelen stem (voelen-horen)
                             bittere kou (proeven-voelen)
                             schreeuwende kleuren (gehoor-zichtsvermogen)

Slide 9 - Slide

Theorie
Symbolen:
  • Verwijst naar een betekenis die het voorwerp of verschijnsel op zichzelf niet heeft. 
  • Je moet ze kunnen herkennen

  • Bijbel -> witte duif verwijst naar vrede, slang naar het kwaad en kruis naar lijden
  • Natuur -> lente - opkomst, zomer - bloei, herfst - verval, winter - dood

Slide 10 - Slide

Werken aan de opdracht 
Wat? Maak opdracht 3, 4, 5, en 6 op bladzijde 90-91
Hoe? Zelfstandig en stil
Tijd? Tot het einde van de les (het is huiswerk voor 29/11)
Vragen? Steek je hand op en ik kom bij je langs
Klaar? Lees verder in je leesboek of maak ander huiswerk


timer
2:00

Slide 11 - Slide

Wat weet je nog?
De jongen leest een spannend boek in de bibliotheek.

Gisteren heeft zij de hele dag huiswerk gemaakt.

De kat ligt lekker te slapen op de bank.

Morgen gaan we met de trein naar Amsterdam.

 De nieuwe film lijkt spannend.

Slide 12 - Slide