This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 40 min
Items in this lesson
Formuleren
Slide 1 - Slide
Planning
Aantal zinnen herformuleren
Variatie in woordgebruik
Aan de slag: Formuleren §2 opdracht 1 t/m 4
Slide 2 - Slide
Aantal zinnen herformuleren
Lisa is ook bijna jarig, voor d'r verjaardag gaat ze een weekje met haar vriendinnen weg.
Hij pakte zijn spullen, ontbeet en drinkte iets.
Op een dag vondt hij een kaart en die leek oud.
Slide 3 - Slide
Aantal zinnen herformuleren
Toen ik de weg vervolgde waaren er veel zeedieren.
Ik reageerde verbaast. Er zatten heel veel gouden munten in.
Hij zag dat op de kaart de kruis was op die plek.
Slide 4 - Slide
Variatie in woordgebruik
Gebruik synoniemen
Gebruik woorden die ongeveer hetzelfde beteken
Gebruik verwijswoorden
Slide 5 - Slide
Wat is een synoniem?
A
bank - bank
B
oma - grootmoeder
C
voetbalschoen
Slide 6 - Quiz
Wat is geen synoniem:
A
Praten - spreken
B
Vriend - maat
C
Fiets - rijwiel
D
Boos - kwaad
Slide 7 - Quiz
Wat is een synoniem?
A
moeder - mama
B
oma - moeder
C
vader - moeder
D
papa - mama
Slide 8 - Quiz
Wat zijn geen synoniemen?
A
blij - teleurgesteld
B
beginnen - starten
C
dapper - moedig
D
zeggen - vertellen
Slide 9 - Quiz
Wat is een synoniem?
A
Bril-vergrootglas
B
Kaal-haarloos
C
Trui- t-shirt
D
Hal-garage
Slide 10 - Quiz
Variatie in woordgebruik
Gebruik synoniemen
Gebruik woorden die ongeveer hetzelfde beteken
Gebruik verwijswoorden
Slide 11 - Slide
omschrijving van 'aanfluiting'
A
jaloezie
B
zin om aan iets deel te nemen
C
afgang; iets wat schandalig slecht is
D
heel boeiend. mooi of spannend
Slide 12 - Quiz
precieze omschrijving
A
het stramien
B
de definitie
C
de interpretatie
D
het traject
Slide 13 - Quiz
Wat is een omschrijving voor lekker?
A
goed smakend
B
perfect
C
excellent
D
verontreinigd
Slide 14 - Quiz
Wat is een omschrijving van ontvoering?
A
Wanneer je iemand meeneemt zonder dat die ander dat wil
B
Wanneer je liegt over waar je bent
C
Wanneer je verdrietig wordt van iets dat je ziet
D
Wanneer je zomaar wegloopt zonder het te zeggen
Slide 15 - Quiz
Zorgeloos (omschrijving)
A
met heel veel zorgen
B
met zorgen
C
zorgelijk
D
zonder zorgen
Slide 16 - Quiz
Wat is een omschrijving van doneren?
A
geld geven
B
geld krijgen
C
schenken
D
toegeven
Slide 17 - Quiz
Variatie in woordgebruik
Gebruik synoniemen
Gebruik woorden die ongeveer hetzelfde beteken
Gebruik verwijswoorden
Slide 18 - Slide
Verwijswoorden
In welke zin staat een FOUT verwijswoord?
A
Uw collega's stoel staat hier, volgens hem.
B
U vroeg of uw badkamer nog betegeld kon worden.
C
Ik heb jouw broer ook uitgenodigd, nadat zij dat vroeg.
D
Ik heb daarna jouw oom en tante ook uitgenodigd.
Slide 19 - Quiz
Welke verwijswoorden?
A
Hij, hem, zijn
B
Zij/ze, haar
C
Zij/ze, hun
Slide 20 - Quiz
Ik heb zin in de pauze, dan ga ik een croissant kopen. Wat is hier het verwijswoord? Waarop slaat dat verwijswoord?
A
ik - slaat op kopen
B
dan - slaat op in de pauze
C
pauze, croissant
D
zin -slaat op croissant
Slide 21 - Quiz
Variatie in woordgebruik
Gebruik synoniemen
Gebruik woorden die ongeveer hetzelfde beteken
Gebruik verwijswoorden
Slide 22 - Slide
Tekst 1 - Losgeslagen kalkoenen Tientallen wilde kalkoenen veroorzaken overlast in de Amerikaanse stad Foxborough. De politie denkt dat iemand de kalkoenen voert, waardoor de kalkoenen aan mensen gewend raken. De gemeente mag de kalkoenen afmaken, maar de politie zegt dat de kalkoenen daarvoor nog niet voldoende gevaar opleveren. Wat er uiteindelijk met de kalkoenen gaat gebeuren, is dus nog niet bekend. Dierenactivisten hopen dat de kalkoenen niet eindigen als Thanksgivingmaaltijd.