8.3 Samenwerken is slimmer.

8.3 Samenwerken is slimmer
1 / 33
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

8.3 Samenwerken is slimmer

Slide 1 - Slide

Jij koopt in Spanje een ijsje op het strand. Import, export of wederuitvoer?
A
Import
B
Export
C
Wederuitvoer
D
Geen van allen.

Slide 2 - Quiz

Welke protectiemaatregelen ken je?

Slide 3 - Mind map

Het verschil tussen een open en gesloten economie is dat ...
A
Een open economie minder overheidsbemoeienis heeft.
B
Een open economie veel handelt.
C
Een open economie veel meer importeert.
D
Een open economie meer contact heeft met het buitenland.

Slide 4 - Quiz

Peru heeft een importwaarde van € 3 miljard dollar en een uitvoerwaarde van € 1,8 miljard dollar. De betalingsbalans heeft
A
een tekort
B
een overschot
C
is in evenwicht

Slide 5 - Quiz

Protectiemaatregelen
Importbeperkende maatregelen
Exportbevorderende maatregelen
Invoerverbod
Contigentering
Importheffingen
Exportsubsidie

Slide 6 - Drag question

Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde. Dit laat zien wat de gevolgen zijn als een land protectiemaatregelen neemt.
1
2
3
De export van staal door Europese staalbedrijven neemt af.
Amerika besluit invoerrechten te gaan heffen op Europees Staal.
Europese staalproducenten ontslaan werknemers.

Slide 7 - Drag question

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

De interne markt is
A
De binnenlandse markt in een land.
B
Dat er in de EU vrij gehandeld kan worden.
C
Een markt in een hal zoals de markthallen.

Slide 12 - Quiz

Vrij verkeer van goederen en diensten
Vrij verkeer van personen
Vrij verkeer van kapitaal
Je gaat in België op vakantie
Je gaat in Duitsland werken
Je spaart je geld bij een bank in Spanje
Je importeert wijn uit Frankrijk

Slide 13 - Drag question

Slide 14 - Slide

Als de koers van de dollar ten opzichte van de euro daalt, is dat:
A
Gunstig voor onze export, onze producten zijn voor de Amerikanen goedkoper geworden.
B
Ongunstig voor onze export, want onze producten worden voor de Amerikanen duurder om te kopen.
C
Niet van invloed op de Nederlandse export, want de Amerikanen betalen in dollars.

Slide 15 - Quiz

Juist of onjuist?
In alle landen van Europa kun je
met de euro betalen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 16 - Quiz

Juist of onjuist?
De landen waar je met de euro kunt betalen, vormen samen de eurozone.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 17 - Quiz

Wat zijn vreemde valuta?
A
Buitenlands geld
B
Wisselkoers
C
Provisiekosten
D
Euro's

Slide 18 - Quiz

Als de waarde van een euro gisteren
1 dollar was is en nu 1,30 dollar, dan is de wisselkoers van de euro:
A
gestegen
B
gedaald

Slide 19 - Quiz

Als de wisselkoers van de euro stijgt:
A
verbetert onze concurrentiepositie
B
verslechtert onze concurrentiepositie
C
verandert onze concurrentiepositie niet

Slide 20 - Quiz

Slide 21 - Slide

Het doel van de EMU
[invoeren van een gezamenlijke munt]
A
De handel tussen landen makkelijker maken
B
De handel tussen landen moeilijker maken
C
Om meer te kunnen importeren
D
Om staatsschuld te verlagen

Slide 22 - Quiz

Wat zijn de voordelen van de euro?
A
Prijzen makkelijk vergelijken
B
Geen wisselkosten meer betalen
C
Producten worden goedkoper
D
Alle antwoorden zijn goed

Slide 23 - Quiz

Waar staat de EMU voor?
A
Europese Moderne Unie
B
Europese Monetaire Unie
C
Europese Metaal Unie
D
Europa Voor Moeders Unie

Slide 24 - Quiz

Alle EMU-landen zijn lid van de EU.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 25 - Quiz

Welke land is geen lid van de EU
A
Nederland
B
Zwitserland
C
Ierland
D
Oostenrijk

Slide 26 - Quiz

Slide 27 - Video

Europese Unie
Buiten de Europese Unie
Groot Brittanië
Nederland
paspoort
geen wisselkoers
vrij verkeer van personen
eurozone
wisselkoers
euro

Slide 28 - Drag question

Wat is de EMU?
A
Alle landen binnen Europa
B
Alle landen binnen de Europese Unie
C
Alle landen die met de euro betalen

Slide 29 - Quiz

Het doel van de EMU
[invoeren van een gezamenlijke munt]
A
De handel tussen landen makkelijker maken
B
De handel tussen landen moeilijker maken
C
Om meer te kunnen importeren
D
Om staatsschuld te verlagen

Slide 30 - Quiz

Weektaken
Maken 8.3 + 8.4 + al het rekenen af

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide


Leerdoelen waren voor mij duidelijk.
😒🙁😐🙂😃

Slide 33 - Poll