4.5 woorden basis 3

1 / 23
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Schooltaalwoorden
  • Woorden die je op school gebruikt noem je schooltaalwoorden.
  • Schooltaalwoorden kom je bij alle vakken tegen
  • Voorbeelden van schooltaalwoorden zijn: mentor, tussenuur, mentorles

Slide 3 - Slide

Schooltaalwoorden
Je krijgt straks 10 schooltaalwoorden te zien.
Lees de woorden goed.
Schrijf 1 woord wat je niet kent
en 
Schrijf 1 woord wat je wel kent.

Slide 4 - Slide

10 Schooltaalwoorden
begrippen
inzicht
onderscheiden
deelnemen aan
aantonen
overzichtelijk
te kort aan
in grote lijnen
gaat ten koste van
zijn op de hoogte van

Slide 5 - Slide

10 Schooltaalwoorden
begrippen
inzicht
onderscheiden
deelnemen aan
aantonen
overzichtelijk
te kort aan
in grote lijnen
gaat ten koste van
zijn op de hoogte van

Slide 6 - Slide

10 betekenissen
duidelijk en netjes
het weten hoe iets in elkaar zit
bewijzen
meedoen met
het verschil zien
woorden
de belangrijkste dingen
is een nadeel voor
te weinig van
weten

Slide 7 - Slide

Zoek de juiste combinaties
Je krijgt zo meteen een zin te zien met een schooltaalwoord daarin. 
Kijk goed op je blad met betekenissen en vul het juiste in.

Slide 8 - Slide


Welke betekenis past bij het schooltaalwoord in de tekst?

Achter in het aardrijkskundeboek staat een lijst met begrippen die je moet leren voor het proefwerk.

Slide 9 - Open question


Welke betekenis past bij het schooltaalwoord in de tekst?

Voor wiskunde heb je inzicht nodig. Je kunt de sommen niet leren, je moet ze begrijpen.

Slide 10 - Open question


Welke betekenis past bij het schooltaalwoord in de tekst?

Kun jij een echte iPhone van een namaak onderscheiden?

Slide 11 - Open question


Welke betekenis past bij het schooltaalwoord in de tekst?

Bram gaat deelnemen aan een zangwedstrijd. We hopen allemaal dat hij wint.

Slide 12 - Open question


Welke betekenis past bij het schooltaalwoord in de tekst?

Als je alcohol wilt kopen, moet je met je ID-kaart aantonen dat je achttien jaar bent.

Slide 13 - Open question


Welke betekenis past bij het schooltaalwoord in de tekst?

Is jouw locker overzichtelijk of ligt alles door elkaar?

Slide 14 - Open question


Welke betekenis past bij het schooltaalwoord in de tekst?

Voor het boekverslag vertel je de inhoud van het boek in grote lijnen na.

Slide 15 - Open question


Welke betekenis past bij het schooltaalwoord in de tekst?

Sam stopt met werken, want het gaat ten koste van zijn cijfers.

Slide 16 - Open question


Welke betekenis past bij het schooltaalwoord in de tekst?

Ben je snel moe en zie je witjes? Dan heb je misschien een tekort aan ijzer.

Slide 17 - Open question


Welke betekenis past bij het schooltaalwoord in de tekst?

De kinderen zijn op de hoogte van de verhuizing. Hun ouders hebben het gisteravond verteld.

Slide 18 - Open question

Welk woord hoort op de puntjes?
Een jonge vrouw ... 's nachts geluidsoverlast en belde de politie.
A
Gering
B
Ondervond
C
Passeert

Slide 19 - Quiz

Welk woord hoort op de puntjes?
Ze was erg ... en dacht ze een inbreker hoorde.
A
Alert
B
Gering
C
Gepasseerd

Slide 20 - Quiz

Welk woord hoort op de puntjes?
Een oudere agent met veel ... stelde de vrouw gerust.
A
Passeren
B
Levenservaring
C
Attributen

Slide 21 - Quiz

Het geluid bleek te komen van een looprad, het nieuwe ... van haar hamster.
A
Gering
B
Alert
C
Attribuut

Slide 22 - Quiz

De overlast daarvan was blijkbaar toch niet zo ... .
A
Gering
B
Ondervonden
C
Gepasseerd

Slide 23 - Quiz