Thuiszorg: hulp die je krijgt om thuis te blijven wonen.
Mantelzorg: familie of buren helpen.
Extra zorg gaat via de huisarts of de wijkverpleegkundige. Zij maken een zorgplan.
Verzorgingstehuis: eigen kamer, je eet en leeft met anderen.
Verpleeghuis: voor mensen die bijna niets niets meer kunnen.