U2 les 3 herhaling geslacht en meervoud zelf. nwd

1 / 11
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 11 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

La preparación para hoy (= vandaag)
Leren vocabulaire persoonlijke informatie spa-ned, ned-spa (zie magister agenda)



Un repaso rápido

Slide 2 - Slide

Vandaag ga je herhalen/leren welk geslacht Spaanse woorden zijn en hoe je het meervoud maakt van woorden.

Slide 3 - Slide

La clase anterior (=  de vorige les)
Habla con tu compañero/a de clase en holandés sobre la clase anterior y contesta a estas preguntas:
1. Welke  opdracht  heb je deze periode voor Spaans?
2. Noem 3 eisen waaraan een goede presentatie moet voldoen.
3.  Wat moet je  goed weten  voor deze presentatie?
timer
2:00

Slide 4 - Slide

Eres un detective
Escribe en tu cuaderno:
1. Hoe kun je zien aan het Spaans woord welk geslacht het heeft?
2. Schrijf de uitzonderingen op.
3. Hoe maak je het meervoud?
4. Welke uitzonderingen zijn er?
timer
3:00

Slide 5 - Slide

Eres un detective
Compara con tu compañero/a de clase.
Vergelijk je antwoorden en indien nodig vul aan of verbeter in je schrift.
timer
3:00

Slide 6 - Slide

Eres un detective
Ga nu samen op internet zoeken welke informatie je kunt vinden over het geslacht van de Spaanse woorden en het meervoud.
Schrijf het op in je schrift.
Schrijf ook de site op waar je het hebt gevonden.
timer
5:00

Slide 7 - Slide

Grote spiekbriefje maken
Je gaat met  elkaar overleggen welke informatie het beste en duidelijkst is en dit ga je kort en bondig samen opschrijven op een groot geel vel.  Dit wordt het grote spiekbriefje van U2.
In drietallen (je mag zelf kiezen wie, maar niemand mag alleen komen te zijn).
timer
1:00

Slide 8 - Slide

Una prueba = een test
Vamos a mirar lo que sabes:
Escribe en tu cuaderno  mannelijk of vrouwelijk?
1. casa
2. estación
3. chico
4. ordenador
5. mano
6. día
7. coche
8. nacionalidad
timer
2:00

Slide 9 - Slide

Una prueba = een test
Ahora hacer el plural:

1. casa
2. estación
3. chico
4. ordenador
5. mano
6. día
7. coche
8. nacionalidad
timer
4:00

Slide 10 - Slide

La evaluación
Levanta la mano (steek je hand op als je het eens bent):
1. Ik weet nu welk geslacht een Spaans woord kan hebben.
2. Ik weet nu wanneer een Spaans woord vrouwelijk is.
3. Ik weet nu wanneer een Spaans woord mannelijk is.
4. Ik ken 2 uitzonderingen op de regel van het geslacht in het Spaans.
5. Ik weet nu hoe ik in  het Spaans het meervoud moet maken.

Slide 11 - Slide