cours du 31 mars

cours du 31 mars
1 / 15
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1,3,6

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 6 min

Items in this lesson

cours du 31 mars

Slide 1 - Slide

devoirs
- Apprends p. 2 Leidse Lijst (Quizlet)
- texte 9 & 10 (p. 247-250)

                      

Slide 2 - Slide

programme du 31 mars
- Quizlet Leidse Lijst TIJDSAANDUIDINGEN
   - apprends 7 min (Teams Post)
   - Petite compétition 
- Regarder Lupin


timer
7:00

Slide 3 - Slide

devoirs
Apprends Leidse Lijst TIJDSAANDUIDINGEN (https://quizlet.com/nl/1023680833/leidse-lijst-tijdsaanduidingen-flash-cards/?i=1xdi70&x=1qqt)

                      

Slide 4 - Slide

mini test
1. déménager
2. se cacher
3. d'abord
4.  s'ennuyer
5. la mort
6. l'envie
7. le clochard
8. nettoyer
9. contre
                      

timer
3:00

Slide 5 - Slide

préparer test oral
- carte heuristique de Veux-tu danser ? (avec toute la classe)
- regarde les questions I, J, K (p. 23-31) et marque les questions difficiles
- Speed date avec les questions difficiles
timer
5:00

Slide 6 - Slide

Réponds aux questions de p. 46

Slide 7 - Slide

6. Is er nog iets dat je niet helemaal snapt? Schrijf dat hier:

Slide 8 - Open question

1.
A

Slide 9 - Quiz

voir & dire
- apprends les verbes voir & dire (p. 133)
- fini ? -> répète les autres verbes de cette page
- quelques questions
- faire des phrases avec les deux verbes (dans une phrase)

Slide 10 - Slide

devoirs
- apprends voir & dire (p. 133)
- fais 7a (p. 64) & 1d (p. 49)
                      

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

les adjectifs

Slide 13 - Slide

histoire drôle
6 groepen

iedere groep maakt een wiel met Franse woorden 
- pas het volgende wiel aan
- 2x zelfstandignaamwoorden/personen, 2x bijvoeglijknaamwoord, 2x werkwoord

Daarna delen we de wielen die we gebruiken om in je groepje een grappig verhaal te schrijven 

Slide 14 - Slide

histoire drôle
Met het groepje waar je net mee werkte:

- Je draait de wielen van zelfstandig-, bijvoeglijknaamwoord en werkwoord en maakt daar samen een kloppende zin van (je mag zoveel woorden toevoegen als je wilt). 
- Draai nogmaals voor de volgende zin, ga zo door...
- Voor het huiswerk ga je dit verhaal nog verder perfectioneren.

Slide 15 - Slide