7.10 Herhaling: praten over vroeger
Wat? Schrijf een zin in de voltooide tijd over wat er is gebeurd.
Hoe? Beschrijf hoe het is gebeurd in een voltooide tijd zin.
Hulp? Schrijf een zin over wie er geholpen heeft (als dat van toepassing is).
Tijd? Geef aan hoe lang het duurde of wanneer het gebeurde.
Uitkomst? Beschrijf het resultaat van de situatie.
Klaar? Geef aan of de situatie nu is afgelopen.