Les 3: 1F H9 breuken en decimale getallen

Welkom!
Leg je boeken en schriften open op de tafel
Pak je etui erbij.


1 / 34
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Welkom!
Leg je boeken en schriften open op de tafel
Pak je etui erbij.


Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Les 3: breuken en decimale getallen
Breuken en decimale getallen zijn eigenlijk hetzelfde, maar je schrijft ze anders op. 

De enige manier om dit te leren, is om het uit je hoofd te leren en heel vaak te oefenen.
 
De volgende komen het vaakst voor:

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Planning
  
                  1F : Breuken vermenigvuldigen 
                                 met een geheel getal (blz. 63)
 



                  
                        

In deze les gaan we 10 woorden opschrijven.
Herhaling
Uitleg
Aan de slag 
Huiswerk
Afsluiting

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen:
1F:
  • Ik kan breuken vermenigvuldigen met een geheel getal.
     

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Breuken

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Herhaling

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

 Breuken vermenigvuldigen
met een geheel getal

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Video

This item has no instructions

Een handig trucje
Reken de breuk om naar 1/10 (tienden) of naar 1/100) honderdsten. 

Samen 2 voorbeelden bekijken op blz 196 en 197

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Breuken en decimale getallen omrekenen

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Breuken en decimale getallen

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Breuken en decimale getallen

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Breuken en decimale getallen
Van breuken naar decimale getallen, dan schrijf je de breuk eerst om naar tienden, honderdsten of duizendsten

Voorbeeld:

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Breuken als decimale getallen
21=0,5
41=0,25
51=0,2
81=0,125
101=0,1
201=0,05

Slide 19 - Slide

Wat is nu 4 / 5?
wat is nu 3 / 20?
Samen
Welk decimaal getal is hetzelfde (is gelijk) aan 3/5?





Maken opdracht 20 op blz 198. Samen nakijken.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Andersom kan ook
Je kunt een decimaal getal ook als breuk schrijven.
 
1 getal (decimaal) achter de komma --> 10den
2 getallen (decimalen) achter de komma --> 100sten


Slide 21 - Slide

This item has no instructions

een voorbeeld
0,1 spreek je uit als 1 tiende.
Als breuk: 1/10

0,14 spreek je uit als 14 honderdsten
als breuk: 14/100

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Belangrijk dus
Hoe spreek ik het uit? 
Door te luisteren naar de uitspraak weet je of je 10den of 100sten moet gebruiken. 
0,3 spreek je uit als ............ en je schrijft dus..............
0,89 spreek je uit als...............en je schrijft dus..............
1,4 spreek je uit als 1 hele en 4 ............en je schrijft dus..............
3,53 spreek je uit als 3 hele en 53 .... ......en je schrijft dus..............

Slide 23 - Slide

This item has no instructions


is groter dan 0,70
43
A
niet waar
B
wel waar
C
even groot
D
breuken en decimale getallen kun je niet vergelijken

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

schrijf de breuk als decimale getallen:
2 13/100
A
2,13
B
0,213
C
2,013
D
21,30

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Je kunt breuken omzetten in decimale getallen

Welk decimaal getal hoort bij de breuk 13/20?
A
0,13
B
0,52
C
0,65
D
0,1320

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Je kunt breuken en decimale getallen vergelijken

0,4 < 2/5
A
Waar
B
Niet waar

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Je kunt breuken omzetten in decimale getallen

Welk decimaal getal hoort bij de breuk 16/25?
A
0,64
B
0,48
C
0,65
D
0,1625

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Je kunt breuken en decimale getallen vergelijken

2/7 < 0,56
A
Waar
B
Niet waar

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions


Breuken en decimale getallen
oefenen 
Welk decimaal getal hoort bij de volgende breuk?
42318
A
4,78
B
4,87

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

Maken
Opdracht 21, 22, 23 en 24 op bel 198 t/m 201

Klaar? Nakijken

Daarna studiemeter: 
1F --> domein 2 --> oefeningen --> verhoudingen en breuken
Maak deze oefening --> 

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Zelfstandig werken
Laptop werken:
Studiemeter-1F
Domein 2: verhoudingen
Vermenigvuldigen met breuken

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Lesdoel behaalt?
Ik kan breuken vermenigvuldigen met een geheel getal.

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Hoe ging de les?

Slide 34 - Slide

This item has no instructions