1. leerling Herhalen elektriciteit

Welkom vandaag 
Planning
  • Introductie module 7
  • Uitdelen boekje
  • Wat weet je nog of weet je al?
  • Planning




M7 bestaat uit
- Elektriciteit
- Zenuwstelsel van de mens

- Rekenen met het metriekstelsel
- Rekenen met formules

Proefwerk donderdag 17 april (week 16)

Nu week 5
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NT2Voortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Welkom vandaag 
Planning
  • Introductie module 7
  • Uitdelen boekje
  • Wat weet je nog of weet je al?
  • Planning




M7 bestaat uit
- Elektriciteit
- Zenuwstelsel van de mens

- Rekenen met het metriekstelsel
- Rekenen met formules

Proefwerk donderdag 17 april (week 16)

Nu week 5

Slide 1 - Slide

Wat betekent symbool 1
1
A
batterij
B
lampje
C
stroomdraad
D
schakelaar

Slide 2 - Quiz

Hoe groot is de spanning bij jou thuis?
A
500 Volt
B
230 Volt
C
230 ampère
D
500 ampère

Slide 3 - Quiz

Welk van onderstaande stoffen is een isolator?
A
Kunststof (plastic)
B
Ijzer
C
Koper
D
Aluminium

Slide 4 - Quiz

Het symbool van vermogen is ........
en de eenheid van vermogen is .........

A
P en W
B
U en V
C
I en A
D
P en mA

Slide 5 - Quiz

Wat is het vermogen?
A
230 Volt
B
0,3 Ampere
C
9 Volt
D
6 Watt

Slide 6 - Quiz

Formule van vermogen is
A
P = U / V
B
U= P / V
C
P = U x I
D
U = P x I

Slide 7 - Quiz

Wat is het vermogen van een lampje dat op een spanningsbron van 3 V aangesloten wordt met een stroomsterkte van 1 A bedraagt?

Slide 8 - Open question

Hoe wordt elektriciteit opgewekt?

Slide 9 - Mind map

wat weet je allemaal over je zintuigen

Slide 10 - Mind map

Elektricteit

Slide 11 - Slide

Lesdoelen aan het eind van de les weet je weer
Stroomkring
  • dat spanning U gemeten wordt in Volt (V)
  •  stroomsterkte I gemeten wordt in Ampére (A)
  • vermogen (P) uitgedrukt wordt in Watt (W)
  • Kun je rekenen met de formule  P=U*I

Slide 12 - Slide

Elektrische stroom
  • Spanning (U) loopt alleen over gesloten stroomkring
  • Spanning (U) meet je in Volt (V)
  • Spanning duwt Elektronen door stroomkring 
  • Elektronen transporteren energie van batterij naar lampje 
  • Elektronen bewegen van min naar plus
  • Elektrische stroom gaat van plus naar min
  • Hoe sterker de stroom hoe meer elektronen  per seconde door de stroomkring
  • Stroomsterkte (I) meet je in Ampére (A)
let op
andersom!

Slide 13 - Slide

Vermogen

Een apparaat met meer vermogen (meer Watt) is sterker dan een apparaat met minder vermogen. 


Slide 14 - Slide

Werken met formules
Plan van aanpak:
  1. Wat wordt gevraagd?
  2. Wat weet je?
  3. Welke formule heb je nodig/
  4. Wat zijn de eenheden:  gegeven en gevraagd?

Geef altijd de berekening en de eenheden!

Slide 15 - Slide

  • Alle onderdelen zitten in dezelfde stroomkring 
  • De stroom (= aantal elektronen) die er loopt is dus overal even groot 
  • Bij een onderbreking in de stroomkring gaan alle lampjes uit
  • De meeste apparaten in huis zijn parallel aangesloten
  • Elk onderdeel heeft een eigen  stroomkring, de stroomsterkte is dus niet overal even groot 
  • Bij een onderbreking gaan alleen apparaten waarvan de stroomkring wordt onderbroken
serieschakeling                                       parallelschakeling

Slide 16 - Slide