1. HB Herhalen elektriciteit start zintuigen

Welkom vandaag 
Planning
  • Introductie module 7
  • Wat weet je nog of weet je al?
  • Planning




M7 bestaat uit
- Elektriciteit
- Zenuwstelsel van de mens

- Rekenen met het metriekstelsel
- Rekenen met formules

1 / 35
next
Slide 1: Slide
NT2Voortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Welkom vandaag 
Planning
  • Introductie module 7
  • Wat weet je nog of weet je al?
  • Planning




M7 bestaat uit
- Elektriciteit
- Zenuwstelsel van de mens

- Rekenen met het metriekstelsel
- Rekenen met formules

Slide 1 - Slide

week/datum
Planning
28 januari
Start module 7
4 februari
11 februari 
kort lesrooster
vakantie
25 februari
4 maart
11 maart
18 maart
studiemiddag
25 maart
HB2

Slide 2 - Slide

Huiswerk voor 4 februari 2025
Bestuderen [Module 7 Elektriciteit]

Maken [uitleg P=U X I met oefenvragen] 
opgave 1 t/m 5
 
 





Slide 3 - Slide

Wat weet je al of nog?
Terugblik naar vorige lessen 
                          
                          Inloggen met je eigen naam 
timer
1:00
Let op de timer!

Slide 4 - Slide

Wat betekent symbool 1
1
A
batterij
B
lampje
C
stroomdraad
D
schakelaar

Slide 5 - Quiz

Hoe groot is de spanning bij jou thuis?
A
500 Volt
B
230 Volt
C
230 ampère
D
500 ampère

Slide 6 - Quiz

Welk van onderstaande stoffen is een isolator?
A
Kunststof (plastic)
B
Ijzer
C
Koper
D
Aluminium

Slide 7 - Quiz

Het symbool van vermogen is ........
en de eenheid van vermogen is .........

A
P en W
B
U en V
C
I en A
D
P en mA

Slide 8 - Quiz

Wat is het vermogen?
A
230 Volt
B
0,3 Ampere
C
9 Volt
D
6 Watt

Slide 9 - Quiz

Formule van vermogen is
A
P = U / V
B
U= P / V
C
P = U x I
D
U = P x I

Slide 10 - Quiz

Wat is het vermogen van een lampje dat op een spanningsbron van 3 V aangesloten wordt met een stroomsterkte van 1 A bedraagt?

Slide 11 - Open question

Hoe wordt elektriciteit opgewekt?

Slide 12 - Mind map

wat weet je allemaal over je zintuigen

Slide 13 - Mind map

Eindstand

Slide 14 - Slide

Elektricteit

Slide 15 - Slide

Lesdoelen aan het eind van de les weet je weer
Stroomkring
  • dat spanning U gemeten wordt in Volt (V)
  •  stroomsterkte I gemeten wordt in Ampére (A)
  • vermogen (P) uitgedrukt wordt in Watt (W)
  • Kun je rekenen met de formule  P=U*I

Slide 16 - Slide

Elektrische stroom
  • Spanning (U) loopt alleen over gesloten stroomkring
  • Spanning (U) meet je in Volt (V)
  • Spanning duwt Elektronen door stroomkring 
  • Elektronen transporteren energie van batterij naar lampje 
  • Elektronen bewegen van min naar plus
  • Elektrische stroom gaat van plus naar min
  • Hoe sterker de stroom hoe meer elektronen  per seconde door de stroomkring
  • Stroomsterkte (I) meet je in Ampére (A)
let op
andersom!

Slide 17 - Slide

Vermogen

Een apparaat met meer vermogen (meer Watt) is sterker dan een apparaat met minder vermogen. 


Slide 18 - Slide

Stroom van 1 A bij een spanning van 6 V. Wat is het vermogen van de lamp?
Gegeven
Gegeven: I = 1 A, U = 6 V
Gevraagd
Gevraagd: P in W
Formule
Omrekenen
Invullen
P = 6  x 1 = 6 W of Watt
Antwoord
Antwoord: Het vermogen van de lamp is 6 Watt.
P=UI

Slide 19 - Slide

Grootheid
Symbool
Eenheid
afkorting
Spanning
U
Volt
V

Stroomsterkte
I
Ampere
A

Vermogen
P
Watt
W

Neem tabel over in schrift 
U=IP
P=UI
I=UP

Slide 20 - Slide

Werken met formules
U=IP
I=UP
P=UI
3=26
2=36
6=3.2
1 vergelijking met 3 onbekenden
Weet je twee; dan kun je de andere uitrekenen

Slide 21 - Slide

Werken met formules
Plan van aanpak:
  1. Wat wordt gevraagd?
  2. Wat weet je?
  3. Welke formule heb je nodig/
  4. Wat zijn de eenheden:  gegeven en gevraagd?

Geef altijd de berekening en de eenheden!

Slide 22 - Slide

  • Alle onderdelen zitten in dezelfde stroomkring 
  • De stroom (= aantal elektronen) die er loopt is dus overal even groot 
  • Bij een onderbreking in de stroomkring gaan alle lampjes uit
  • De meeste apparaten in huis zijn parallel aangesloten
  • Elk onderdeel heeft een eigen  stroomkring, de stroomsterkte is dus niet overal even groot 
  • Bij een onderbreking gaan alleen apparaten waarvan de stroomkring wordt onderbroken
serieschakeling                                       parallelschakeling

Slide 23 - Slide

Huiswerk voor 4 februari 2025
Bestuderen [Module 7 Elektriciteit]

Maken [uitleg P=U X I met oefenvragen] 
opgave 1 t/m 5
 
 





Slide 24 - Slide

Dus: Bij een parallelschakeling (met dezelfde lampjes als in de serieschakeling) wordt de totale stroom (It) steeds groter (per lampje dat je extra aansluit) terwijl er door elk lampje afzonderlijk wel dezelfde stroom loopt als bij de serieschakeling

Slide 25 - Slide

Serie/parallel

Slide 26 - Slide

Heb je nog vragen?
schrijf ze op en stel ze aan je docent.

Slide 27 - Mind map

Metriek stelsel

Slide 28 - Slide

Metriekstelsel
Noteer voor jezelf het metriekstelsel (zie hieronder) en bedenk: 1 km= 1000 m

---------> keer X vermenigvuldigen                           
km- hm- dam- m- dm- cm- mm                                         
                    delen / : <---------                 

                                                                                                                        factor 10
                                oppervlakte:                                                             factor 100        (vierkante ...)
                                          inhoud:                                                              factor 1000     (kubieke ...)
Klas 1
Klas 2
km2hm2dam2
km3hm3dam3
km1hm1dam1
kmhmdam
1 l = 1
1 ml= 1  
dm3
cm3

Slide 29 - Slide

Nog een keer!

Nodig papier en pen

Slide 30 - Slide

timer
10:00

Slide 31 - Slide

Veel fout, oefenen met M1

Slide 32 - Slide

Wat heb je vandaag geleerd?
Was de uitleg duidelijk en heb je alles begrepen?

Inloggen met je eigen naam 
timer
1:00
Let op de timer!

Slide 33 - Slide

Faseovergang en temperatuur
Smeltpunt
Fase kamertemperatuur
< kamertemperatuur
vloeibaar
> kamertemperatuur
vast
Kookpunt
Fase kamertemperatuur
< kamertemperatuur
gas
> kamertemperatuur
vloeibaar

Slide 34 - Slide

Vermogen: elektrische apparaten hebben vermogen (Power)


1.000 W = 1 kW
grootheid
symbool
eenheid
symbool
vermogen
P
watt
Deze formule moet je opschrijven als je het vermogen berekend!                                        Vermogen =spanning x stroomsterkte: P=U*I

 
eenheden:                     1 W            =    1V                x   1A     
  
                                           (let dus op dat je de juiste eenheden gebruikt)

Slide 35 - Slide