This lesson contains 24 slides, with interactive quiz, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 50 min
Items in this lesson
Hoofdstuk 4: Nooit meer...
Ein Volk, ein Reich, eine Wille, ein Führer
Slide 1 - Slide
Feniks, Geschiedenis Werkplaats, Memo, Saga
Slide 2 - Slide
Vorige week:
Door de 'beurskrach' van 1929 op Wall Street, gevolgd door een zware economische crisis begin jaren dertig, weet Adolf Hitler aan de macht te komen.
Hoe?
Slide 3 - Slide
Belangrijkste standpunten:
1. Weg met het Verdrag van Versailles
2. Weg met de Weimarrepubliek:
Hitler geloofde in de Dolkstootlegende en vond dat de democratische regering en het parlement na de Eerste Wereldoorlog het volk hadden verraden. Eén leider: geen democratie.
3. Weg met de werkloosheid: werkverschaffingsprojecten
Slide 4 - Slide
Verdrag van Versailles
Duitsland mocht niet meepraten
Duitsland kreeg alle schuld
Gedwongen het verdrag te tekenen
Harde/strenge bepalingen, welke?
Duitsers spreken hierom van het 'Diktat von Versailles'
Slide 5 - Slide
De opkomst van de NDSAP door de economische crisis van 1929
Slide 6 - Slide
Rijksdagbrand
Slide 7 - Slide
Machtigingswet geeft Hitler onbeperkte macht in 1933
Alle andere politieke partijen worden verboden.
Tegenstanders (zoals communisten en kritische journalisten) worden gearresteerd.
Deze tegenstanders worden in concentratiekampen opgesloten.
Censuur en propaganda blijven belangrijk voor Hitler en zijn partij.
Slide 8 - Slide
Waarom kwam de Rijksdagbrand voor Hitler erg goed uit?
Slide 9 - Open question
Ein Volk, Ein Reich, Eine Wille, Ein Fuhrer
Hitler schreef in Mein Kampf dat hij een groot, raszuiver rijk wilde stichten waarin iedereen dacht en deed zoals hij dat wilde. Om dat doel te bereiken heeft hij het Nationaal-socialisme op basis van het Fascisme bedacht, maar dan met 2 belangrijke toevoegingen: Lebensraum en Rassenleer
Slide 10 - Slide
Lebensraum en Rassenleer
1 Volk: Rassenleer: Hitler wilde de Joden wegpesten uit Duitsland met achterlating van hun bezittingen. Hij noemde de Joden etc. Untermenschen. Het Arische (Germaanse) ras was superieur.
1 Reich: Lebensraum: Hitler wilde een groot rijk om zijn Arische volk leefruimte te geven. Hij wilde alle Duitstaligen in zijn rijk huisvesten (Alle Deutscher heim ins Reich)
Slide 11 - Slide
Eine Wille, Ein Fuhrer
1 Wille: Totalitaire staat: Iedereen moest denken en doen zoals de Führer dat wilde. Het volk moest middels terreur, censuur, propaganda en gelijkschakeling gehersenspoeld worden. Andersdenkenden werden verwijderd.
1 Fuhrer: Führerprincipe: Hitlers wil was wet en hij moest overal gevolgd worden, zonder enige kritiek.
Slide 12 - Slide
Totale gelijkschakeling
Hitler wilde DU weer een groot en machtig maken (Derde Rijk) en streefde naar een totalitaire samenleving.
Om dit te realiseren onderging Duitsland binnen twee jaar een proces van nazificatie en gelijkschakeling.
Andere politieke partijen werden verboden en tegenstanders werden opgesloten in bijv. Dachau.
Slide 13 - Slide
Indoctrinatie (hersenspoelen) alle niveaus van de samenleving
Schoolboeken vervangen door leermethodes van de nationaalsocialisten.
Jongens moesten lid worden van de Hitlerjugend en meisjes van de Bund Deutscher Mädel.
Slide 14 - Slide
Klaslokalen in Nazi-Duitsland
Slide 15 - Slide
De Hitler-jugend
De jongens gingen bij de Hitlerjugend en kregen les in vechten, sporten, navigeren etc. zodat zij goede soldaten zouden worden. De meisjes moesten bij de Bund Deutsche Mädel en werden voorbereid op het baren en opvoeden van nieuwe Arische kinderen.
Slide 16 - Slide
De SA (Stürmabteilung)
Bruinhemden: zorgden voor terreur in de straten en vielen communisten aan.
Nacht van de Lange Messen juni 1934.
De top van de SA wordt vermoord door de SS. De SA wordt omgedoopt in de Wehrmacht.
Slide 17 - Slide
De SS
In 1925 wordt de SS (Schützstaffel) opgericht als persoonlijke lijfwacht van Hitler. Bij de SS mochten alleen de mannen, die van zuiver Duits bloed waren en het nazi-gedachtengoed in hun hart meedroegen. De SS was verantwoordelijk voor 95% van alle nazi-misdaden tijdens WO2.
Slide 18 - Slide
Eén volk, één ras
NSDAP: Arische raswaren Übermenschen. Het beste ras, alle andere rassen ondergeschikt.
Daarnaast Untermenschen, in het bijzonder het Joodse volk (Antisemitisme)
Neurenbergerwetten (1935) werden aangenomen.
Kristallnacht (1938),veel Joden vluchten uit Duitsland.
Slide 19 - Slide
Neurenberger wetten: wegbereider voor de Holocaust
Wet ter bescherming van Duits bloed en Duitse eer: voor Joden verboden te trouwen met niet-Joodse Duitsers.
De Burgerschapswet: heeft als doel vast te stellen wie Joods is en wie niet; Joden mogen niet meer in overheidsdienst werken.
Wet ter bescherming van de Genetische Gezondheid: koppels die willen trouwen moeten medisch onderzoek ondergaan om vast te stellen of zij 'geschikte kinderen' voort kunnen brengen.
Slide 20 - Slide
Slide 21 - Slide
Binnenlandse successen
Ondanks terreur en Jodenvervolging steeg de populariteit van Hitler: er kwam een einde aan de economische crisis.
Werkeloosheid daalde: werkverschaffingsprojecten.
Rijksarbeidsdienst ingevoerd: alle mannen van 18 jaar en ouder verplicht een halfjaar voor de overheid gaan werken.
Slide 22 - Slide
Voorbereiden voor oorlog
Ook de dienstplicht werd afgeschaft tegen het VvV in: meer soldaten = meer banen.
Wapenindustrie werd uitgebreid: nog meer banen.
Door deze positieve economische ontwikkelingen volgen en geloven Duitsers massaal hun Führer, Adolf Hitler.