Thema 3 Genetica B3 Monohybride kruisingen

Thema 3 Genetica
B3
Monohybride
kruisingen
1 / 41
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Thema 3 Genetica
B3
Monohybride
kruisingen

Slide 1 - Slide

Leerdoelen en begrippen
4. Je kunt van een monohybride kruising een kruisingsschema opstellen


5. Je kunt de frequentie van genotypen en fenotypen van nakomelingen bij een monohybride kruising afleiden uit een kruisingsschema of stamboom


Begrippen: monohybride kruising, kruisingsvraagstuk, kruisingsschema, PgF-methode, testkruising, stamboom

Slide 2 - Slide

Hoe noem je de plaats van een gen in een bepaald chromosoom ?
A
karyotype
B
nucleotide
C
allel
D
locus

Slide 3 - Quiz

Een allel is een variant van een.......
A
basepaar
B
nucleotide
C
gen
D
chromosoom

Slide 4 - Quiz

Frank heeft voor haarkleur de allelen Bb.
Frank is....
A
Homozygoot dominant
B
Heterozygoot
C
Homozygoot recessief

Slide 5 - Quiz

Een cavia is heeft voor haarkleur als genotype "AA"
Deze cavia is voor deze eigenschap....
A
homozygoot dominant
B
homozygoot recessief
C
heterozygoot

Slide 6 - Quiz

Zwarte vachtkleur is dominant over roodbruin. Wat is het genotype van deze koe?
A
AA
B
Aa
C
aa
D
Is niet te zeggen

Slide 7 - Quiz

Zwarte vachtkleur is dominant over roodbruin. Wat is het genotype van deze koe?
A
AA
B
Aa
C
aa
D
Is niet te zeggen

Slide 8 - Quiz

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Link

Maak opdrachten
20 t/m 24, 27

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Link

Slide 25 - Link

Maak opdracht 29, 30, 34 - 36
Neem daarna de context 'Ziekte van Huntington' door en 
maak opdracht 37 t/m 39

Klaar? Oefen de flitskaarten en maak Test Jezelf

Op de volgende bladzijdes nog de video van Ruud Lekkerkerk en daarna eventueel een paar oefenopdrachten

Slide 26 - Slide

Nog extra uitleg nodig?

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Video

Slide 29 - Slide

Nog wat extra oefeningen?

Slide 30 - Slide

Vraag 1
Bij cavia’s is de aanleg voor zwart haar dominant over die voor wit haar. Twee cavia’s
(heterozygoot voor deze aanleg), worden met elkaar gekruist. Hoe groot is het percentage
nakomelingen in de F1 dat wit haar zal hebben?

Teken een kruisingsschema op een kladblaadje !

Slide 31 - Slide

Bij cavia’s is de aanleg voor zwart haar dominant over die voor wit haar. Twee cavia’s (heterozygoot voor deze aanleg), worden met elkaar gekruist. Hoe groot is het percentage nakomelingen in de F1 dat wit haar zal hebben?

Slide 32 - Open question

Vraag 1
Bij cavia’s is de aanleg voor zwart haar dominant over die voor wit haar. Twee cavia’s
(heterozygoot voor deze aanleg), worden met elkaar gekruist. Hoe groot is het percentage
nakomelingen in de F1 dat wit haar zal hebben?
Teken een kruisingsschema !

Slide 33 - Slide

Vraag 2a
Hiernaast is een stamboom weergegeven. De eigenschappen C en D erven niet X-chromosomaal over.

Welke eigenschap is dominant: 
C of D?

Slide 34 - Slide

Vraag 2a
Welke eigenschap is dominant?
A
C
B
D

Slide 35 - Quiz

Vraag 2b
Hiernaast is een stamboom weergegeven. De eigenschappen C en D erven niet X-chromosomaal over.

Welk genotype heeft persoon 4?

(Dominant = A, recessief = a)

Slide 36 - Slide

Vraag 2b
Welk genotype heeft persoon 4?

Slide 37 - Open question

Vraag 2C
Hiernaast is een stamboom weergegeven. De eigenschappen C en D erven niet X-chromosomaal over.

Welk genotype heeft persoon 5?

(Dominant = A, recesief = a)

Slide 38 - Slide

Vraag 2c
Welk genotype heeft persoon 5?

Slide 39 - Open question

Vraag 2d
Hiernaast is een stamboom weergegeven. De eigenschappen C en D erven niet X-chromosomaal over.

Welk(e) genotype(s) heeft persoon 7 hebben?

(Dominant = A, recesief = a)

Slide 40 - Slide

Vraag 2d
Welk(e) genotype(s) heeft persoon 7 hebben? (meerdere antwoorden mogelijk)
A
AA
B
Aa
C
aa

Slide 41 - Quiz