les 3:

les 3: bedcomplicaties, decubitus
1 / 48
next
Slide 1: Slide
VerzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

les 3: bedcomplicaties, decubitus

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Les 1&2 25-03

praktijk:
mondzorg en 
scheren

verschil. doelgroepen en ziektebeelden
ADL/PDL
P2-K1-W3 Verkennen 4. 
AVG
dementie, fasen, benaderingswijzen
mondhygiëne, paradontitis
afweergedrag bij mondzorg
bedcomplicaties; decubitus, trombose, spitsvoeten. behandeling en aandachtspunten tijdens verzorging
controles: temp, AH, gewicht/vochtbalans, kleur/huidconditie pols
Boek: persoonlijke verzorging en ADL

Boom Thema 4: 4.1 t/m 4.18
5, 6, 7, 9, 11, 12, 14, 17, 23, 28, 31, 36

Boom Thema 4: 4.19 t/m 4.35
37, 39, 42, 44, 45, 47, 50, 51, 53, 57, 58, 59, 62, 64, 65
Les 3 01-04
obstipatie/incontinentie en oorzaken
Bristol Stool Chart / def rapporteren
aandachtspunten bij observatie sputum (kleur, hoeveelheid) en braaksel (hoe om te gaan met uitgebraakte medicatie?)
hulpmiddelen bij mobiliteit en ergonomie hierbij 
AVG, sociale problematiek en meldcode huiselijk geweld
haptonomie
Boek: persoonlijke verzorging en ADL

Boom Thema 4: 4.36 t/m 4.49
68, 69, 73, 75, 76, 77, 78, 82, 86

Les 4 08-04
Boek: persoonlijke verzorging en ADL

Boom Thema 4: 4.50 t/m 4.68
87, 88, 89, 92, 97, 100, 103, 104, 105, 106, 108, 111, 114, 124

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

bufferweek 15-04
bufferweek
bufferweek
Les 5  22-04
Les 6
Boek: Anatomie en ziekteleer
Les 7
Les 8
Quiz vragen verzamelen opdr 70,71
Les 9
Quiz spelen met de klas
Les 10
Presentaties 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

P2-K1-W3 V4: benaderingswijzen
  • ROT/ROB --> realiteitsoriëntatie benadering (therapie)
  • Belevingsgerichte zorg --> cliënt staat centraal (zintuigstimulering)
  • Reminiscentie --> ophalen van herinneringen (levensboek)
  • PDL --> Passiviteiten van het dagelijks leven, doel is stabilisatie (NAH)
  • Validation --> reactie op ROT/ROB, empatisch en humanistisch 
  • Bemoeizorg --> naar elkaar omkijken ( psych. problematiek / verslaving)
  • Ervaringsgericht begeleiden --> door te spelen leer je, geen prestatiedoelen (BSO, school)
  • Warme zorg --> sfeer; veiligheid, nabijheid, vrijheid, familie (dementerend)
  • Snoezelen --> zintuigactivering; kalmeren (vergevorderde dementie, EVB)

Slide 4 - Slide

- ROT: zo lang mogelijk in contact houden met de realiteit
- bel. ger. zorg: mensen die moeite hebben bij prikkelverwerking
- reminiscentie: gevoel van identiteit
- PDL: grote of volledige zorgafhankelijkheid
- bemoeizorg: kwaliteit van leven verbeteren (verwaarlozing, middelen misbruik) Het team Bemoeizorg bestaat uit verpleegkundigen, sociaalpsychiatrische verpleegkundigen, hulpverleners, maatschappelijk werkers, een psychiater en een gz-psycholoog van Mediant en Tactus
- ervarings ger. begl: welbevinden, betrokkenheid, eigen kracht.
- warme zorg: Het doel van warme zorg is een sfeer te scheppen waarin gedesoriënteerde oude mensen zich veilig voelen waardoor angsten en onzekerheden verminderen of verdwijnen. De theoretische uitgangspunten van deze benadering zijn gebaseerd op de gehechtheidtheorie.

BEDCOMPLICATIES

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Bedcomplicaties
  • Trombose
  • Spitsvoeten
  • Longontsteking
  • Smetten
  • Obstipatie/mictie
  • Decubitus

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Complicaties spieren en gewrichten
  • Spieratrofie = slinken van de spiermassa
  • Contracturen  = door rust wordt geatrofieerde spier korter. Hierbij dwingt de verkorte spier het gewricht in een bepaalde stand te gaan staan (= dwangstand van het gewricht).
    bijv. spitsvoet (= contractuur kuitspieren). 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Risicogroep bedcomplicaties
  • Bedlegerige zorgvragers
  • Ondervoede zorgvragers
  • Zorgvragers met diabetes
  • Oudere zorgvragers
  • Zorgvragers met problemen aan hart en bloedvaten
  • Meervoudig verstandelijk gehandicapten

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Waarom flauwvallen?
Door langdurige bedrust en het snel overeind komen, kan 
  het bloed te snel naar de benen stromen, waardoor de
  bloeddruk in de hersenen even minder wordt. 
--> Hierdoor kan de persoon flauwvallen
Hij krijgt dan een te lage bloeddruk in de hersenen 
--> Vaak binnen 3 minuten na het gaan-staan

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Wat kun je als verzorgende doen?
  • Oefeningen in rugligging doen vóórdat hij rechtop gaat zitten 
  • Mobiliseer de zorgvrager in stappen:
--> op de rand van het bed zitten, benen bengelen, goed rechtop op de bedrand laten zitten, naast het bed gaan staan, zitten in een stoel vlak naast het bed, daarna wat verder van het bed af, enzovoort

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Trombose
Bloedstolsel in bloedvat
Ontstaat in de diepe vene (ader) van het been. 
Ook wel DVT = diepe veneuze trombose genoemd
Ontstaat door: 
- Beschadiging van de vaatwand.
- Langzaam stromend bloed door stilzitten of -liggen.
- Verandering in de samenstelling van het bloed, bijvoorbeeld door ziekte, zwangerschap of gebruik van een anticonceptiepil.

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Symptomen trombosebeen
- Pijn in de kuit en voetzool, vooral bij druk of bij overstrekking van de voet
-De kuit voelt vast aan en het been is dikker door oedeem.
-Het been voelt warm aan in vergelijking met het andere been.
-De huid is glanzend en blauwachtig verkleurd door een verlaagd
   zuurstofgehalte.
-De lichaamstemperatuur is licht verhoogd en de pols is versneld.
-De zorgvrager is onrustig en angstig.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Complicaties ademhaling
Pneumonie = longontsteking
Wat is een longontsteking? 

Symptomen zijn o.a.:
- temperatuurverhoging
- hoesten, vaak ophoesten van geel/groen sputum
- pijn bij ademhalen, benauwdheid

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Complicaties huid
O.a. smetten (links) en decubitus (rechts)

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Smetten
  • Een in de grote huidplooien gelokaliseerde, oppervlakkige huidaandoening welke zich kenmerkt door altijd roodheid (erytheem) aan beide zijden van de plooi. 
  • Grote huidplooien: de liezen, de oksels, de bilnaad, de buikplooi, plooien onder de borsten
  • Maar ook: in de nekplooien, in de navel en tussen de tenen.

Slide 16 - Slide

erytheem = roodheid van de huid agv vaatverwijding

Decubitus
  • Decubitus is een beschadiging van de huid en/of onderliggend weefsel, meestal ter hoogte van een botuitsteeksel, als gevolg van druk of druk in samenhang met schuifkracht.
  • Wordt ook wel doorligwond genoemd.

Bekijk de video vanaf 1.40 min

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Indeling van decubitus
Decubitus wordt ingedeeld in categorie 1 t/m 4.
Graad 1: Niet-wegdrukbare roodheid
Graad 2: Blaar of open blaar
Graad 3: Oppervlakkige decubitus
Graad 4: Diepe decubitus

Op de volgende dia's zie je van elke categorie een foto:

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

graad 1: niet wegdrukbare roodheid

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

graad 2: blaar of open blaar

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

graad 3: oppervlakkige decubitus

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

graad 4: diepe decubitus

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

behandelingen en aandachtspunten 
bedcomplicaties
  • Trombose -->
  • Spitsvoeten -->
  • Longontsteking -->
  • Smetten --> 
  • Obstipatie/mictie -->
  • Decubitus -->

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Welk dieet wordt er voorgeschreven bij een zorgvrager met decubituswonden?
A
koolhydraat verrijkt dieet
B
caloriearm dieet
C
vet verrijkt dieet
D
eiwitrijk dieet

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Uitscheiding: urine en ontlasting

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Hoe zat het ook al weer.....

Slide 29 - Slide

- Nieren
Je nieren hebben de vorm van een boon. Je hebt er twee. Ze zijn ongeveer 12 cm. Ze liggen achterin je buik, links en rechts van je wervelkolom.
Je nieren maken je bloed schoon. Ze halen afvalstoffen en water uit je bloed. En maken daar plas van.
- Nierbekkens
Je nierbekken zit binnen in je nier en loopt naar de onderkant van de nier. Het is een soort trechter waarin je plas wordt opgevangen.
- Urineleiders
De urineleiders zijn dunne buisjes in je lichaam. Ze zijn 25 tot 30 centimeter lang. Je hebt er 2; 1 voor elke nier. Ze brengen je plas (urine) van je nieren naar je blaas. Daar blijft het tot je het uitplast.
- Blaas
Je blaas is de plek waar plas (urine) wordt bewaard voordat je het uitplast. Is je blaas vol? Dan krijgen je hersenen een seintje. Je voelt dan dat je moet plassen.
- Plasbuis
De plasbuis loopt van de blaas naar buiten. Je plas gaat er doorheen. Het bovenste deel van de plasbuis ligt in de buurt van je blaas. Het onderste deel van je plasbuis ligt in de buurt van je plasgaatje.

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Complicaties uitscheiding
  • Wat betreft urineren:
  • Urineretentie: het onvermogen om de blaas volledig of gedeeltelijk te legen. --> UWI
  • Incontinentie: Als urineretentie te lang blijft bestaan, gaat de blaas ‘overlopen’ (overloopblaas)
  • Residu: De urine die na het plassen achterblijft dan in de blaas => kans op: urineretentie en blaasontsteking.

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Urineren in bed op een po bevorderen
- Laat de kraan lopen
- Geef de zorgvrager een andere houding in bed, meer rechtop
- Laat de zorgvrager (meer) bewegen.
- Laat de zorgvrager minimaal twee liter vocht innemen 
   (vochtbalans)
- Fijne temperatuur van de po zelf (niet te koud)
- Zorg voor privacy

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Ontlasting
Samenstelling
water, slijm en zouten, bilirubine, vezels, darmbacteriën en afgestoten darmslijmvliescellen. 

Soms zijn deels onverteerde voedselresten zichtbaar.
Ontlastingspatroon (defecatiepatroon)
Het ontlastingspatroon is de ontlastingsfrequentie die iemand gedurende langere tijd heeft.

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Wat is obstipatie?
Verstopping van de darmen
Een ander woord voor obstipatie is constipatie

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Wat ie een normale hoeveelheid ontlasting die iemand produceert?
A
200 gram
B
300 gram
C
500 gram
D
50 gram

Slide 35 - Quiz

This item has no instructions

Wat betekent observeren op consistentie bij feces?
A
Frequentie
B
Kleur
C
Vorm en vastheid
D
Geur

Slide 36 - Quiz

This item has no instructions

Kleur 
- bruin 
- zwart 
- stopverfkleurig 
- helderrood
- kleur van de voeding ​





Slide 37 - Slide

Zwarte ontlasting: wordt veroorzaakt bij gebruik van ijzerpreparaten of gebruik van norit. ​
Ook bloedontlasting (melaena) is zwart van kleur en duidt op een bloeding in het maag-darmkanaal. Bij grote bloedingen ontstaat er een volumeuze hoeveelheid met een weeïge geur.​
Ontkleurde ontlasting (grauw-wit van kleur). Dit komt voor bij een afvloedbelemmering van de gal naar de darmen en soms voor korte tijd bij een leverontsteking. ​
Vetontlasting of steatorroe= grijzig, brijachtige-volumonieus en vettig om te zien. Bij verteringsstoornisen (afwijkingen alvleeskier of darmen) ​
Slijm bij de ontlasting = t.g.v. overactiviteit van slijmklieren. (ziekte of stoornis dikke darm, of prikkelbaardarmsyndroom)​
Diarree = meerdere malen per dag, weke , brijachtige of waterige ontlasting ​
Obstipatie = minder frequente productie van feces dan normaal, vaak harde knobbelige ontlasting. ​
Etter bij de ontlasting. Dit is vrijwel altijd afkomstig van een ziekteproces in het laatste deel van het maag-darmkanaal. ​
Lintvormige of potloodvormige ontlasting = kan duiden op een afsluiting of tumor.​
Afwijkende bestanddelen
Diarree
Acute diarree: viraal of bacterie, voedselvergiftiging, dieetfouten, vergiftiging door medicatie, zware metalen, laxeermiddelen, bijwerking van antibiotica

Chronische diarree: langdurige infecties, chronische ontsteking (Crohn), vetdiaree (alvleesklierontsteking), gebrek aan suikersplitsend enzym (lactosedeficientie), darmtumor, diverticulitis, na operatie aan maag of darmen, hormonaal, stofwisselingsziekten, allergie, etc.

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Het braaksel ruikt naar feces/ontlasting. Wat is eraan de hand?
A
Zorgvrager heeft de handen niet gewassen
B
Ontsteking in de mond
C
De maag verteert de voeding onvoldoende
D
Darmafsluiting

Slide 39 - Quiz

This item has no instructions

Melena 
Ontstaat door vermenging van bloed met ontlasting  
Bloed wordt na vertering door maagzuur, enzymen en bacteriën zwart

Hoog in maagdarmstelsel
100 tot 200 milliliter bloed nodig 
Eenmalige grote bloeding
Chronisch bloedverlies



Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Epidemiologie/hoe vaak komt het voor

10-30% van de algemene bevolking ervaart op enig moment klachten van obstipatie
er zijn aanwijzingen dat vrouwen tweemaal zo vaak obstipatieklachten hebben als mannen

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Complicaties 
Als obstipatie langer dan drie maanden aanwezig is ondanks behandeling spreken we van chronische obstipatie. 

Complicaties die bij chronische obstipatie kunnen voorkomen:
  • Aambeien 
  • Anale fissuur
  • Fecale impactie 
  • Rectale prolaps
  • Diverticulose

Slide 42 - Slide

- fecale impactie: een ernstige darmverstopping. medicatie of manueel verwijderen
Voeding en vocht bij obstipatie
Voeding bij obstipatie:
  • Voldoende vezelrijke voeding
  • Zeer vetarm eten
  • Voldoende drinken
Advies bij obstipatie:
  • Voldoende bewegen
  • Ontlasting niet ophouden en de tijd nemen om te ontlasten

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Wat is belangrijk bij obstipatie?
  • Houding
  • Eten 
  • Drinken
  • Bewegen

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Les 1&2 25-03

praktijk:
mondzorg en 
scheren

verschil. doelgroepen en ziektebeelden
ADL/PDL
P2-K1-W3 Verkennen 4. 
AVG
dementie, fasen, benaderingswijzen
mondhygiëne, paradontitis
afweergedrag bij mondzorg
bedcomplicaties; decubitus, trombose, spitsvoeten. behandeling en aandachtspunten tijdens verzorging
controles: temp, AH, gewicht/vochtbalans, kleur/huidconditie pols
Boek: persoonlijke verzorging en ADL

Boom Thema 4: 4.1 t/m 4.18
5, 6, 7, 9, 11, 12, 14, 17, 23, 28, 31, 36

Boom Thema 4: 4.19 t/m 4.35
37, 39, 42, 44, 45, 47, 50, 51, 53, 57, 58, 59, 62, 64, 65
Les 3 01-04
obstipatie/incontinentie en oorzaken
Bristol Stool Chart / def rapporteren
aandachtspunten bij observatie sputum (kleur, hoeveelheid) en braaksel (hoe om te gaan met uitgebraakte medicatie?)
hulpmiddelen bij mobiliteit en ergonomie hierbij (PR)
AVG???, sociale problematiek en meldcode huiselijk geweld
haptonomie
Boek: persoonlijke verzorging en ADL

Boom Thema 4: 4.36 t/m 4.49
68, 69, 73, 75, 76, 77, 78, 82, 86

Les 4 08-04
controles: temp, AH, gewicht/vochtbalans, kleur/huidcontroles, pols
Boek: persoonlijke verzorging en ADL

Boom Thema 4: 4.50 t/m 4.68
87, 88, 89, 92, 97, 100, 103, 104, 105, 106, 108, 111, 114, 124

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

bufferweek 15-04
bufferweek
bufferweek
Les 5  22-04
Les 6
Boek: Anatomie en ziekteleer
Les 7
Les 8
Quiz vragen verzamelen opdr 70,71
Les 9
Quiz spelen met de klas
Les 10
Presentaties 

Slide 47 - Slide

This item has no instructions

Slide 48 - Slide

This item has no instructions