Les 16: Dit, dat, deze, die, welk, welke (2)

Eenvoudige 
Basisgrammatica NT2 
1 / 22
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Eenvoudige 
Basisgrammatica NT2 

Slide 1 - Slide

Zijn we er allemaal?

Stop je je telefoon in je zakkie in je tas?

Heb je je spullen klaarliggen?

Heb je je huiswerk gemaakt?
De afspraken

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Weet je het nog?

Slide 4 - Slide

die, deze, dit of dat?
De auto is hier.
A
deze
B
die
C
dit
D
dat

Slide 5 - Quiz

die, deze, dit of dat?
Het mens is daar.
A
deze
B
die
C
dit
D
dat

Slide 6 - Quiz

Doel


Ik kan welk en welke goed gebruiken.

Slide 7 - Slide

Grammatica
Welk huis is van jou?
Of welke huis is van jou?

Let op: Is het een de- of het-woord?
        
                
welke    welk

Slide 8 - Slide

Grammatica
Welk huis is van jou?
Of welke huis is van jou?

Het huis > Welk huis is van jou?

Slide 9 - Slide

_____ snoepje is van jou?
A
Welk
B
Welke

Slide 10 - Quiz

Grammatica
Welk tafel is van jou?
Of welke tafel is van jou?

Let op: Is het een de- of het-woord?
        
                
welke    welk

Slide 11 - Slide

Grammatica
Welk tafel is van jou?
Of welke tafel is van jou?

De tafel > Welke tafel is van jou?

Slide 12 - Slide

_____ schoen is van jou?
A
Welk
B
Welke

Slide 13 - Quiz

_____ tas is van jou?
A
Welk
B
Welke

Slide 14 - Quiz

Grammatica
Onthoud de regel:

Is het een de-woord?                 welke
Is het een het-woord?                welk

Slide 15 - Slide

______ tas vind je mooi?

Slide 16 - Open question

______ trein neem je?

Slide 17 - Open question

______potlood is van jou?

Slide 18 - Open question

Maak een zin met welk.

Slide 19 - Mind map

Maak een zin met welke.

Slide 20 - Mind map

Boek: Grammatica
Ga naar les 16. Bladzijde 62
Maak vraag 47, 48, 49 en 50.

Klaar? 
Roep de docent. 

Slide 21 - Slide

Tot morgen!

Slide 22 - Slide