250404 ww-spelling §13 werkwoordstijden

Welkom V2b!
Deze spullen heb ik nodig:

  • iPad
  • Pen
  • Iets om op te schrijven
1 / 12
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 12 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Welkom V2b!
Deze spullen heb ik nodig:

  • iPad
  • Pen
  • Iets om op te schrijven

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen?
  • Lezen (10 min)
  • Werkwoordspelling: werkwoordstijden (30 min)

Slide 2 - Slide

Alle werkwoordstijden:
TIJD


T

Slide 3 - Slide

Alle werkwoordstijden:
TOEKOMENDE




Het werkwoord zullen staat in de zin.
TIJD


T

Slide 4 - Slide

Alle werkwoordstijden:
TEGENWOORDIGE/
VERLEDEN

T = pv staat in tegenwoordige tijd

V = persoonsvorm staat in verleden tijd

TOEKOMENDE




Het werkwoord zullen staat in de zin.
TIJD


T

Slide 5 - Slide

Alle werkwoordstijden:
VOLTOOID/ ONVOLTOOID


V = hebben/ zijn + ander werkwoord (Volt.dw)

O = 1) er is maar één werkwoord
2) meerdere werkwoorden, maar niet hebben/zijn
TEGENWOORDIGE/
VERLEDEN

T = pv staat in tegenwoordige tijd

V = persoonsvorm staat in verleden tijd

TOEKOMENDE




Het werkwoord zullen staat in de zin.
TIJD


T

Slide 6 - Slide

In welke tijd staan de zinnen?
  1. Mijn lievelingsvest is kapot. 

  2. Wij hebben afgelopen kerst voor de verandering geen kalkoen gegeten.

  3. Zou jij iets voor mij willen doen?

  4. Ga eens iets nuttigs doen!
timer
2:30

Slide 7 - Slide

Opdracht
Opdracht

Cursus 7 - §13 opdracht 1 t/m 4 (werkwoordsvormen en -tijden)


Hoe: Alleen
Wat: iPad

timer
10:00

Slide 8 - Slide

Aanvoegende wijs

Slide 9 - Slide

* Men neme een kilo suiker.
* Men legge daar eerst de uien in.
* Lang leve de koningin.
Benoem de werkwoorden. Wat valt op?

Slide 10 - Open question

Aanvoegende wijs

  • Wens, aansporing, toegeving, gevoel van berusting
  • Infinitief - n.
Lang leve de koningin.
Men neme een kilo suiker.
Helaas het zij zo

Slide 11 - Slide

Aanvoegende wijs
* werkwoord staat in tegenwoordige tijd
* eindigt (meestal) op een 'e' 

Let op: bij het werkwoord 'zijn' krijg je de verledentijdsvorm:

Bijv.: Ware het niet dat jullie vorig jaar ijsvrij kregen?

Slide 12 - Slide