Eencellige dieren: niet-symmetrisch, geen skelet, voorbeeld; pantoffeldiertje
Sponzen: niet-symmetrisch, inwendig skelet ( hoornvezels tussen cellen), voorbeeld; badspons
Holtedieren: veelzijdig symmetrisch, geen skelet, voorbeeld; kwal
Wormen: tweezijdig symmetrisch, geen skelet, voorbeeld; regenworm
Weekdieren: tweezijdig symmetrisch, uitwendig skelet (huisje of schelp), voorbeeld slak
Geleedpotigen: tweezijdig symmetrisch, uitwendig skelet (pantser), voorbeeld krab
Stekelhuidigen: veelzijdig symmetrisch, inwendig skelet, voorbeeld zeester
Gewervelden: tweezijdig symmetrisch, inwendig skelet (wervelkolom), voorbeeld mens