Woordenschat

Taal

We gaan deze les de woorden van het thema extra oefenen.
Wie kan er een woord van het thema opnoemen?
1 / 13
next
Slide 1: Slide
TaalBasisschoolGroep 5

This lesson contains 13 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Taal

We gaan deze les de woorden van het thema extra oefenen.
Wie kan er een woord van het thema opnoemen?

Slide 1 - Slide

Doel van de les: Aan het einde van de les heb extra geoefend met de woorden van het thema: ‘Noodweer’.  

Slide 2 - Slide

Zelfstandig werken
Spel 1: woorden in de goede volgorde leggen.
Spel 2: zoek de tegenstellingen bij elkaar.
Spel 3: hints.
Spel 4: wat zegt de weerman en wat zeggen ‘gewone’ mensen.
Spel 5: spring het goede woord (op het plein). 

Volgorde: 1-2-3-4-5-1 enz. Als de timetimer gaat gaan we ruilen.

Slide 3 - Slide

Gunstig
  1. Aanrichten/de reden waarom dingen gebeuren.
  2. Bij guur weer waait er een koude wind.
  3. Goed, positief/komt goed uit.
  4. Als er ergens feest is.

Slide 4 - Slide

3

Slide 5 - Slide

Verschroeien
  1. Verbranden.
  2.  Door de hitte wegbranden, zonder vlammen.
  3. Hele warme periode, als het meer dan 5 dagen boven de 25 graden is en minstens 3 dagen boven de 30 graden.
  4. Een hele zware storm. 

Slide 6 - Slide

2

Slide 7 - Slide

Een hele zware storm

Slide 8 - Slide

Een orkaan

Slide 9 - Slide

Het weer is telkens anders.

Slide 10 - Slide

Wisselvallig

Slide 11 - Slide

Het regent zachtjes

Slide 12 - Slide

Miezeren

Slide 13 - Slide