Adverbs / adjectives revision

Chapter 3
Grammar 9
1 / 19
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 1 min

Items in this lesson

Chapter 3
Grammar 9

Slide 1 - Slide

Lesson goal

  • Je weet het verschil  tussen Adverbs  & Adjectives. 
  • Je kunt Adverbs & Adjectives toepassen in zinnen. 

Slide 2 - Slide

Adverbs
Dichtbij            Verweg

Slide 3 - Slide

Wat weet je nog over "Adverbs"(bijwoorden) & "Adjectives"(bijvoegelijk naamwoorden?

Slide 4 - Mind map

Hoe zat het ook weer? 

Slide 5 - Slide

Quiz Time - Part 1
Choose the correct answer

Slide 6 - Slide

Choose the right answer
He is wearing ____ pants.
A
old
B
oldest
C
older
D
eldery

Slide 7 - Quiz

Choose the right answer
It is _____ hot today!
A
Real
B
Really
C
Reallest
D
So real

Slide 8 - Quiz

Choose the correct answer
The garden is .....
A
Beautiful = bijwoord
B
Beautifully = bijwoord
C
Beautifully = Bijv. naamwoord
D
Beautiful = Bijv. naamwoord

Slide 9 - Quiz

Choose the correct answer
She put her glasses down ...
A
careful = Bijv. naamwoord
B
carefully = Bijwoord
C
carefully = Bijv. naamwoord
D
careful = Bijwoord

Slide 10 - Quiz

Wat is de correcte vorm van het bijwoord van fantastic?
A
fantasticaly
B
fantasticly
C
fantastically
D
fantasticle

Slide 11 - Quiz

Quiz Time - Part 2
Fill in the sentences using the correct 
adverb or adjective

Slide 12 - Slide

The bus driver was _____ injured. (serious)

Slide 13 - Open question

Robin looks _____. What's the matter with him? (sad)

Slide 14 - Open question

The weather is _____ today. (terrible)

Slide 15 - Open question

The dog barks _____. (loud)

Slide 16 - Open question

Study on!
  • Slim Stampen Grammar 9 a / b
  • https://www.englisch-hilfen.de/en/exercises/adjectives_adverbs/adjective_adverb.htm -> link in homework SOMToday

Slide 17 - Slide

End of class

Je weet het verschil tussen Adverbs & Adjectives.
Je hebt geoefend met het toepassen van Adverbs & Adjectives  een in zin.

Slide 18 - Slide

Heb je het gevoel dat je adjectives en adverbs beheerst.
A
Ja, deze quiz en opdrachten waren makkie
B
Nee, ik moet nog meer leren
C
Het was te doen, maar nog een beetje extra oefenen kan geen kwaad
D
Ik snap er helemaal niks van

Slide 19 - Quiz