H5 Thema 13 Afweer B4 Transplantatie en bloedtransfusie

Thema 13

Afweer



B4
Transplantatie en bloedtransfusie
1 / 28
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Thema 13

Afweer



B4
Transplantatie en bloedtransfusie

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Lesprogramma
  • Introductiefilmpje
  • Leerdoelen B4 (2 minuten)
  • Uitleg B4 Deel 1 Transplantatie + opdracht 52 en 53 maken + nakijken
  • Uitleg B4 Deel 1 Bloedgroepen en resusfactor + opdracht 54 t/m 60 maken + nakijken
  • Oefen de Flitskaarten en maak Test Jezelf als laatste
  • Lesafsluiter B4 (5 minuten)

Eerder klaar? 
  • Neem context 'Je hoeft geen dokter te zijn om een leven te redden' en maak opdrachten 61 t/m 63

Slide 3 - Slide

Immuniteit
natuurlijk
kunstmatig
actief
passief
Een antigeen komt op natuurlijke wijze in contact met je imuunsysteem, je wordt ziek maar je maakt wel geheugen-T en -B-cellen. Er wordt actief door je lichaam antistoffen en geheugen aangemaakt
Je krijgt op natuurlijke wijze al gemaakte antistoffen binnen. Deze antistoffen bieden immuniteit op korte termijn. Je lymfocyten komen nooit antigenen tegen dus gaan zelf geen antistoffen en geheugen aanmaken.
Je krijgt bewust door een medisch professioneel persoon op kunstmatige wijze antistoffen toegediend.mDeze antistoffen bieden immuniteit op korte termijn. Je lymfocyten komen nooit antigenen tegen dus gaan zelf geen antistoffen en geheugen aanmaken.
Een antigeen wordt door een medisch professioneel persoon op kunstmatige wijze toegediend, je wordt ziek maar je maakt wel geheugen-T en -B-cellen. Er wordt actief door je lichaam antistoffen en geheugen aangemaakt

Slide 4 - Slide

Afhankelijk van hoe er geimmuniseerd wordt, vindt er wel of geen reactie van de lymfocyten plaats. 
Wat is het verschil tussen actieve en passieve immunisatie? Sleep de term naar de bijbehorende omschrijving.
Antigenen worden geintroduceerd, de lymfocyten reageren en er ontstaan geheugencellen
antistoffen worden geintroduceerd, de lymfocyten reageren niet en er wordt geen geheugen opgebouwd
actieve immunisatie
passieve immunisatie

Slide 5 - Drag question

Leerdoelen B4
13.4.1 Je kunt beschrijven welke problemen door antigenen kunnen ontstaan bij transplantaties en bloedtransfusies.


Vroeger gingen veel mensen dood na een transplantatie. Ook bloedtransfusies waren geen succes. Pas na de ontdekking van de bloedgroepen door Karl Landsteiner in 1901 ging het stukken beter.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Slide 8 - Video

Transplantatie
  • Aangetast weefsel of orgaan wordt vervangen.
  • Acceptor ontvangt weefsel of orgaan van zichzelf of van een donor.
  • MHC (major histocompatibility complex), bij mensen HLA (human leukocyte antigen):
  • Eiwitten op celmembranen voor de herkenning  van lichaamseigen en lichaamsvreemde cellen door lymfocyten. 
  • Niet op rode bloedcellen
  • HLA-systeem is voor iedere persoon uniek.

Slide 9 - Slide

Afstotingsreactie
  • Eiwitten op de membranen van donorcellen worden door het afweersysteem van de acceptor herkend als antigenen.
  • Vooral door cellulaire afweer: T-cellen van de acceptor herkennen lichaamsvreemde HLA-antigenen en vernietigen donorcellen.
  • In sommige gevallen: antistofvorming door plasmacellen die leidt tot zeer snelle afstoting (acute afstoting).
  • Bij transplantaties worden donoren gezocht van wie het HLA-systeem zoveel mogelijk overeenkomt met dat van de acceptor (HLA-matching).
  • Afstotingsreacties worden onderdrukt met medicijnen die het gehele afweersysteem onderdrukken.

Slide 10 - Slide

Donorregistratie
  • Iedereen van 18 jaar en ouder 
  • Vier registratiemogelijkheden:
       1 Ja, ik wil donor worden.
       2 Nee, ik wil geen donor worden.
       3 Mijn partner of familie beslist na mijn 
          overlijden.
       4 Ik wijs één persoon aan die beslist na                     mijn overlijden.
  • Bij geen keuze, sta je met 'geen bezwaar tegen orgaandonatie' in het register
  • Doneren alleen bij sterfte in ziekenhuis

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Link

Maak opdracht 52 en 53

Slide 13 - Slide

Bloedgroepen en bloedtransfusie
  • Voorkeur: donor dezelfde bloedgroep als acceptor.
  • Rode bloedcellen klonteren samen als antistoffen van acceptor reageert met antigenen van donor
  • Rode bloedcellen gaan kapot, hemoglobine komt vrij in het bloedplasma (hemolyse).
  • Bloedgroep 0: algemene donor.
  • Bloedgroep AB: de algemene acceptor.
  • Door alleen rode bloedcellen (zonder bloedplasma met antistoffen) toe te dienen komen ook andere bloedgroepen in aanmerking voor een bloedtransfusie.

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Link

Resusfactor (resusantigeen)
  • Eiwit op de celmembranen van de rode bloedcellen; komt voor bij 85% van de mensen.
  • Resuspositief bloed bevat resusantigeen.
  • Resusnegatief bloed bevat geen resusantigeen en kan antiresus bevatten.

Slide 16 - Slide

Resuskindje
  • Voorkeur: donor dezelfde resusfactor (en dezelfde bloedgroep) als de acceptor.
  • Resusnegatief bloed naar resuspositieve acceptor is prima

Resusnegatieve
moeder die zwanger is van een resuspositief kind:
  •  Na bevalling vormt de moeder antiresus.
  • Tijdens volgende zwangerschap(pen) worden rode bloed-cellen van een resuspositief kind afgebroken (resuskindje).
  • Door toediening van antiresus aan de moeder in week 30 en onmiddellijk na de geboorte wordt vorming van antiresus door moeder tegengegaan.
Resuspositieve moeder zwanger van resusnegatief kind:
  • Geen problemen, kind kan tijdens de eerste maanden nog geen antistoffen maken.

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Link

Huiswerk
  • Maak opdracht 35 t/m 47

  • Oefen de Flitskaarten en controleer de leerdoelen 
van B3 met de Test Jezelf

Klaar?
  • Neem de Context 'Vaccinatieverpleegkundige' door en 
maak opdracht 48 t/m 51

Slide 19 - Slide

Lesafsluiter B4

13.4.1 Je kunt beschrijven welke problemen door antigenen kunnen ontstaan 
bij transplantaties en bloedtransfusies.





Slide 20 - Slide

Slide 21 - Link

Oefentoetsen 
Thema 13 Afweer

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Link

Hoeveel procent heb je gescoord?

Slide 24 - Open question

Slide 25 - Link

Hoeveel procent heb je gescoord?

Slide 26 - Open question

Extra 1 Allergie

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Video