Het gezegde in een zin onderzoeken

Het gezegde in een zin onderzoeken
1 / 19
next
Slide 1: Slide
NederlandsSecundair onderwijs

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 150 min

Items in this lesson

Het gezegde in een zin onderzoeken

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Slide

Toneeltje - leerlingen beelden uit
WWG
- het onderwerp doet iets 
- er gebeurt iets 

De trein dendert als een razende reus het station binnen.
NWG
- het onderwerp wordt beschreven 

De trein is reusachtig. 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

DOEL 
Stappenplan nr. 5

--> Het gezegde gebruiken

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Individueel: Oefening 1 blz. 258

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Een giraf is zeer groot.
A
NWG
B
WWG

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Haar poten zijn zo'n 2 meter lang.
A
NWG
B
WWG

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Met die lange poten kan ze snel rennen.
A
NWG
B
WWG

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Met haar nek van wel 2 meter lang kan ze smikkelen van de lekkere acaciablaadjes.
A
NWG
B
WWG

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Tweetal coach 

Oefening 2 + 3 

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

 Oef. 5 blz. 254
1. Tekst reviseren: 
- afwisseling DOEN - ZIJN 
- hoofdletters
- spelling 






Slide 12 - Slide


Stappenplan demonstreren t.e.m. 5
Differentiatie PLUS 
Delen WWG? 

De ijsbeer heeft de zeehond gevangen.

Met hun hoeven kunnen de bizons de prairie laten daveren. 



Slide 13 - Slide

This item has no instructions

PLUS
1) Groen kader aandachtig lezen 
2) Oefening 10 

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Delen NWG oef. 11
De ijsbeer is een bijzonder groot dier. 

Zijn klauwen lijken grote messen. 


Slide 16 - Slide

Demonstratie leerkracht m.b.v. stappenplan 
Het naamwoordelijk deel (NWD) - NWG

= Het naamwoordelijk deel (NWD) zegt iets over het onderwerp en is de noodzakelijke aanvulling bij het onderwerp en het werkwoord.
 

Vb.1: De hondjes zijn speels.             Vb.2:   Zij lijken gelukkig te zijn.

     

Omdat “De hondjes zijn” of “Zij lijken te zijn” geen volledige zinnen zijn, zijn “speels” en “gelukkig” het NWD en een noodzakelijke aanvulling bij het onderwerp en het werkwoord


Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Jiggsaw 
Oefening 14 en 15

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Schrijfopdracht

Slide 19 - Slide

This item has no instructions