C6§2 Verwijswoorden (1)

Wat gaan we doen?
Nieuwsbegrip 
Leerdoel deze les

Herhaling + nakijken opdrachten
Afsluiting les
1 / 14
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 2

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Wat gaan we doen?
Nieuwsbegrip 
Leerdoel deze les

Herhaling + nakijken opdrachten
Afsluiting les

Slide 1 - Slide

Formuleren klas 1


Volledige zin
Geslacht woord
Verwijswoorden
Als/ dan

Slide 2 - Slide

Lesdoel
- Ik kan op de juiste manier verwijzen 
naar personen en bezit (§2)

Slide 3 - Slide

Formuleren §2 Verwijswoorden (1)
Welk verwijswoord je gebruikt, hangt af van het zelfstandig naamwoord waarnaar het verwijst. Je kunt verwijzen met deze, die, dit en dat.

Het- woorden: dit/ dat
De- Woorden: die/ deze

Slide 4 - Slide

Met wie/ waarmee?
Met wie -> verwijst altijd naar personen

Waarmee -> verwijst altijd naar een dier/ding

Slide 5 - Slide

Formuleren §2 Verwijswoorden (1)

Slide 6 - Slide

Melanie straalt, want ze heeft zojuist ... diploma gekregen.
A
zijn
B
haar

Slide 7 - Quiz

Bart moet op tijd naar huis, want ... moet vanmiddag op zijn broertje passen.
A
hij
B
zij
C
het

Slide 8 - Quiz

Print het formulier en stuur ... ondertekend naar het volgende adres.
A
hem
B
haar
C
het

Slide 9 - Quiz

Arnold heeft een eigen paard. Het dier dat daar staat, is van ... .
A
hem
B
haar
C
het

Slide 10 - Quiz

De kat van de buren heeft kittens gekregen. ... zijn echt superschattig.
A
Hun
B
Ze

Slide 11 - Quiz

U kunt ... boeken bij deze balie inleveren.
A
u
B
uw

Slide 12 - Quiz

Aan de slag!
 
Je maakt opdracht 1 t/m 4 blz. 220

Je werkt 15 min in stilte

Vind je iets lastig? Stel vragen!

Slide 13 - Slide

Ik kan op de juiste manier verwijzen naar personen en bezit.
😒🙁😐🙂😃

Slide 14 - Poll