Mens & MaatschappijMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1
This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
H 4.1 Het ontstaan van steden
Slide 1 - Slide
Woon jij in een dorp of in een stad? Wat maakt een stad fijn om in te wonen en wat juist minder fijn? In Nederland groeien steeds meer steden aan elkaar vast. Zie jij dit bij jou in de buurt ook gebeuren?
In dit hoofdstuk leer je in welk tijdvak mensen in steden zijn gaan wonen en waarom ze dat deden. Je leert ook hoe steden in andere landen zich ontwikkelen. Is het prettig wonen in een Nederlandse stad?
Slide 2 - Slide
Leerdoelen
Je kunt uitleggen hoe steden ontstonden.
Je weet hoe de economie zich ontwikkelde via handel en ambacht.
Je weet hoe steden stadsrechten kregen en je kunt uitleggen hoe de steden werden bestuurd.
Je weet dat Floris V van Holland een belangrijk gewest maakte.
Slide 3 - Slide
Wat wordt er verkocht op een markt?
Slide 4 - Mind map
Leerstof
Stad en platteland
In het Frankische rijk was het normaal dat je op het platteland woonde. Steden waren er nog nauwelijks. Rond het jaar 1000, in de tijd van steden en staten (1000-1500), veranderde dat. Boeren hadden namelijk een betere ploeg uitgevonden, waarmee ze grond konden bewerken. Daardoor werd de mest beter verdeeld en de grond vruchtbaarder. De oogst van boeren was nu groter. Zo kwam er veel meer voedsel voor mensen. Ouders konden nu kiezen om meer kinderen te nemen. Er was immers voedsel genoeg. Daardoor verdubbelde de bevolking tussen 1000 en 1300. Boeren produceerden meer voedsel dan ze zelf nodig hadden. In bron 1 zie je een markt. Hier verkochten boeren hun groente en fruit dat ze over hadden. De boeren zorgden voor het aanbod (wat iemand wil verkopen). Er was voor de boeren door de bevolkingsgroei gelukkig veel vraag (wat iemand wil kopen) naar hun producten. Steeds meer mensen gingen bij de markt wonen. Dat was handig, dan hoefden ze niet meer zo ver te reizen om spullen te kopen of verkopen. Zo groeiden sommige marktplaatsen uit tot een stad.
Slide 5 - Slide
Slide 6 - Video
Dat wat te koop is noemen we ....
A
Aanbod
B
Vraag
C
Handel
D
Vraag en aanbod
Slide 7 - Quiz
Dat wat mensen willen kopen noemen we ....
A
Aanbod
B
Vraag
C
Handel
D
Vraag en aanbod
Slide 8 - Quiz
Leerstof
De eerste stadsbewoners
Toen er zoveel voedsel beschikbaar kwam, kon een boerenzoon ervoor kiezen om iets anders te gaan doen dan boer worden. Zo werden sommigen bakker of slager. Anderen maakten sieraden of kleding. In bron 2 zie je een timmerman meubels maken. Mensen die iets met hun handen of gereedschap maken, noemen we ambachtslieden. De producten verkochten ze op de markt. Sommige mensen kochten de producten op om die ergens anders duurder te verkopen. Van de winst konden ze leven. Dat waren handelaren. De eerste bewoners van de stad waren vooral ambachtslieden en handelaren.
Slide 9 - Slide
Leg uit wat ambachtslieden zijn
Slide 10 - Open question
Leg uit wat handelaren zijn
Slide 11 - Open question
Maken
Bladzijde 120
Opdracht 1 t/m 5
Tijd: 10 minuten
timer
15:00
Je bent stil
Je mag zachtjes overleggen met degene NAAST je
Je mag overleggen in je groepje
Slide 12 - Slide
Leerstof
Stadsrechten en stadsbestuur
De mensen op het platteland werden beschermd door hun heer. Bij gevaar konden ze bescherming zoeken in zijn kasteel. De inwoners van de stad moesten zichzelf beschermen. Daarom wilden de inwoners van de stad zelf hun wetten maken en een muur om de stad bouwen. Om dat te betalen moest de stad belasting vragen aan zijn inwoners. Ook wilden ze hun eigen inwoners zelf straffen. Als dat mocht van de koning of edelman kreeg een stad stadsrechten. In bron 3 zie je de inwoners van een stad, de burgers. Je kon burger worden als je een jaar in de stad woonde en een beroep had. Vaak werd een stad bestuurd door families die door handel rijk waren geworden. De belangrijkste bestuurder was de burgemeester, de schout. De schout was ook het hoofd van de stadspolitie. De politie en schout werden betaald van belastinggeld. Zo waren ook de burgers veilig, dus de stad had geen koning of edelman meer nodig.
Slide 13 - Slide
quiz.ntr.nl
Slide 14 - Link
Wat was je cijfer?
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
Slide 15 - Poll
Leerstof
Gewest Holland
De koning of edelman die stadrechten had gegeven aan een stad, wilde natuurlijk wel iets terug. Eén keer per jaar kwam hij naar de stad om belasting te ontvangen. In steden werd met handel veel geld verdiend. Met een deel van dat geld kon hij een kasteel laten bouwen en ridders betalen. Een bekende edelman was graaf Floris. In de tijd van Floris bestond Nederland uit provincies, gewesten. Al die gewesten samen werden de Nederlanden genoemd.
Floris had van Holland een belangrijk gewest gemaakt. Om zijn rijkdom en macht te laten zien, liet hij in Den Haag de Ridderzaal bouwen. Andere edelen werden erg jaloers op Floris en namen hem gevangen (bron 4). Bij veel boeren en burgers was Floris populair. Ze wilden hem bevrijden, maar tijdens de bevrijding werd Floris door jaloerse edelen vermoord.