Les 2: Blues Introductieles

1 / 31
next
Slide 1: Slide
MuziekMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Dit kwartaal
  • Musicboxen: voortekens, akkoorden, muzikale lagen
  • Voor formatieve toets

  • Kennis van de oorsprong en kenmerken vd blues
  • PO voor cijfer: blues schrijven en spelen

Slide 2 - Slide

Les vandaag

  • Introductie Blues in LessonUp
  • Herhalen voortekens

  • Introductie bluesschema (spelen)
  • Start PO: Eigen blues maken

Slide 3 - Slide

Blues

Slide 4 - Mind map

Blues
  • Eind 19de eeuw in de zuidelijke VS
  • Afro-Amerikaanse gemeenschap
  • Einde van de slavernij,
    maar blijvende ongelijkheid
  • Muziek verlichtte het zware bestaan
  • Spirituals, gospel en worksongs

Slide 5 - Slide

Blues
Treurig ('to feel blue')
Traag, slepend tempo

Thema = Ellende arme zwarte bevolking
Uitzichtloos bestaan, verloren liefde,
onbereikbare zaken in het leven... 

Slide 6 - Slide

Slavernij Amerika 1619 - 1865
Worksong
Spiritual

Slide 7 - Slide

Kenmerken liedstijlen
De slaafgemaakten hadden 3 verschillende liedstijlen.

Blues
  • Klaagzang
  • Langzaam
  • Uiten van gevoelens
  • meestal solo

Worksong
  • Ter ondersteuning 
    van het werk
  • Teksten over het werk
  • Erg ritmisch
Spiritual
  • Godsdienstig
  • Koor/voorzanger
  • Matig tempo
  • Call & Response
Railroad worksong
Sweet Home Chicago

Slide 8 - Slide

1

Slide 9 - Video

01:06
Welke liedstijl hoor je hier?
A
Blues
B
Worksong
C
Spiritual

Slide 10 - Quiz

Kenmerken bluesmuziek
  • Melodie en tekst in coupletten met de vorm AAB.
  • Bluesschema: akkoordenschema van 12 maten.
  • Kenmerkend voor de blues is het soleren. Zang wordt afgewisseld met instrumentale improvisatie.
  • Tempo is langzaam/slepend
  • Ritme is vaak in swing (zie uitleg bord)
  • Herkenbaar door riffs (korte melodietjes die vaak worden herhaald, bijvoorbeeld op de gitaar)
  • Gebruik van blue notes (lager geïntoneerd, glijden naar de juiste toon)  deze noten vaak bereikt met instrumenten die tonen kunnen 'buigen', zoals gitaar, bluesharp en saxofoon. 

Slide 11 - Slide

Muziekinstrumenten
In het begin vooral (Delta Blues): 
Zang, gitaar (ook slideguitar), mondharmonica

Uitbreiding naar de stad (Cityblues): 
Zang, gitaar, mondharmonica, piano, basgitaar/contrabas, drums, blaasinstrumenten zoals trompet, saxofoon, trombone.

Slide 12 - Slide

Wanneer is de Blues ontstaan?
A
Begin 19e eeuw
B
Eind 19e eeuw
C
Begin 20e eeuw
D
Eind 20e eeuw

Slide 13 - Quiz

Vanuit welke liederen is de Blues ontstaan?
A
Religieuze liederen
B
Country songs
C
Rocksongs
D
Worksongs

Slide 14 - Quiz

Hoe is de bluesmuziek 'gereisd'?
A
Van Amerika naar Afrika
B
Van Afrika naar Europa
C
Van Afrika naar Azië
D
Van Afrika naar Amerika

Slide 15 - Quiz

Uit hoeveel maten bestaat het bluesschema?
(alleen cijfer antwoorden)

Slide 16 - Open question

Wat is 'swing'?

Slide 17 - Open question

Noem (minimaal) 3 instrumenten die vaak worden gebruikt in de blues.

Slide 18 - Open question

Voortekens

Slide 19 - Slide

Bij toevallige voortekens (staan voor de noot) geldt de mol of het kruis tot aan de maatstreep

Slide 20 - Slide

Waarvoor heb je de voortekens nodig?

A
Om een pauze in te lassen
B
Om de noot langer te laten duren
C
De noot wordt halve toon hoger of lager
D
De noot is niet te spelen

Slide 21 - Quiz

Wat is het verschil tussen vaste voortekens en toevallige voortekens?
Er zijn 2 antwoorden goed
A
Vaste voortekens staan alleen vooraan in de notenbalk, toevallige voortekens staan alleen voor de noten
B
Vaste voortekens staan alleen voor de noten, toevallige voortekens staan alleen vooraan in de notenbalk
C
Vaste voortekens gelden voor het hele muziekstuk, toevallige voortekens alleen voor één maat
D
Vaste voortekens gelden voor één maat, toevallige voortekens voor het hele muziekstuk

Slide 22 - Quiz

Welke vaste voortekens
staan hier?
A
bes -as
B
bes-es
C
fis-cis
D
bes-fis

Slide 23 - Quiz

Geef de notennamen van maat 1 (met spaties)

Slide 24 - Open question

Het bluesschema in C
C:
F:
G:

Slide 25 - Slide

Met 2 handen spelen

2 handen:
- Links: Grondtoon 
- Rechts: Hele akkoord
C

Slide 26 - Slide

Bluesschema spelen

Slide 27 - Slide

Checklist opruimen
  • Instrumenten/versterkers uit?

  • Instrumenten/versterkers terug op juiste plek?

  • Kabels netjes opgerold en terug in de bak?

  • Oefenruimte netjes achtergelaten? 

Slide 28 - Slide

PO 'Eigen blues'
  • Groepje van 4 a 5 lln

  • 2 a 3 coupletten eigen tekst, passend op bluesschema

  • Zang, akkoorden, bas, ritme 

  • Presenteren voor de klas

Slide 29 - Slide

Groepjes maken
  • Groepje van 4 a 5 lln

  • Zang, akkoorden, bas, ritme 

  • Denk alvast na over voorkeur instrument/partij

  • Wees sociaal, anders groepjes via magister


Slide 30 - Slide

Onderwerp kiezen en tekst schrijven
  • Ga met de groepje bij elkaar zitten met je laptop
  • Open de SpecialBox 'Blues'
  • Onderwerp passend bij blues (klaaglijk/ellende bezingen)
  •  Tekst schrijven (probeer meteen hoe het klinkt bij de track)
  • Let op ritme, met de klemtonen op logische plekken
  • Er staan voorbeelden van bluesteksten in de studiewijzer op magister

Slide 31 - Slide