3 -Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
4 -Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui
stap voor stap
1 / 16
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3
This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 70 min
Items in this lesson
ZH3 Donderdag 4
BIENVENIDOS
A LA CLASE DE ESPAÑOL
STARTKLAAR STAP VOOR STAP
1 -Op je plek zitten
2 -Telefoon in het Zakkie
3 -Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
4 -Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui
stap voor stap
Slide 1 - Slide
What day is today?
¿Qué día es hoy?
Slide 2 - Slide
Slide 3 - Video
PINTAR
NACER
VIVIR
Pinté
Nací
Viví
Pintaste
Naciste
Viviste
Pintó
Nació
Vivió
Pintamos
Nacimos
Vivimos
Pintasteis
Nacisteis
Vivisteis
Pintaron
Nacieron
Vivieron
Regelmatig werkwoorden
Andrere werkowoorden CANTAR, COMER, SALIR
VERVOEG ZE IN JE NOTEBOOK
Bladzijde 32, 33
Slide 4 - Slide
AGUDAS
-n, car-bón
-s, com-pás
klinkers:
a, a-llá
e, ca-fé
i, ja-ba-lí
o, re-vi-só
u, i-glú
LLANAS
Alle woorden die niet eindigen op een -n, -s of een klinker zijn heeft geen accen.
sue-ño
jo-ven
ESDRÚJULAS
Alle woorden die esdrújulas zijn, hebben een accent.
ca-pí-tu-lo
tí-tu-lo
má-gi-co
rá-pi-do
trá-gi-co
Llanas met accent
fácil, lápiz, cáliz
Slide 5 - Slide
Objetivos de hoy
Recapitular:
- Los objetivos de la unidad
- El perfil del alumno
- Los conceptos
- El proyecto para la evaluación sumativa
- Revisión de contenido
Slide 6 - Slide
De plaatsing van de voornaamwerpen staat altijd vóór het werkwoord; de volgorde is omgekeerd. Subject+OI+OD+Verb
Slide 7 - Slide
Hulp werkwoord HABER
1a Singular
yo
he
2a Singular
tú
has
3a Singular
él/ella
ha
1a Plural
nosotros/as
hemos
2a Plural
vosotros/as
habéis
3a Plural
ellos/ellas
han
Slide 8 - Slide
The verbs in Spanish have three impersonal forms. They are used to form mostly other past tenses and the present continuous.
INFINITIVO
CANTAR
LEER
SER
HACER
SALIR
DORMIR
GERUNDIO
CANTANDO
LEYENDO
SIENDO
HACIENDO
SALIENDO
DURMIENDO
PARTICIPIO
CANTADO
LEÍDO
SIDO
HECHO
SALIDO
DORMIDO
little something
Find three verbs of your interest in each conjugation, (3 in ar, 3 in er, 3 in ir) and find their gerundio and participio forms.
You can use a dictionary or Reverso conjugate in Spanish.
Slide 9 - Slide
MYP3 pretérito indefinido
Slide 10 - Slide
Hoe wordt een meewerkend voornaamwoord in het Spaans gebruikt?
A
vóór het werkwoord
B
in het midden
C
na het werkwoord
Slide 11 - Quiz
Wat is een voorbeeld van een lijdend voornaamwoord in het Spaans?
A
la
B
lo
C
un
D
el
Slide 12 - Quiz
Welk voorbeeld is een meewerkend voornaamwoord in het Spaans?
A
te
B
tu
C
yo
D
me
Slide 13 - Quiz
Hoe wordt een meewerkend voornaamwoord in het Spaans gebruikt?
A
vóór het werkwoord
B
in het midden
C
na het werkwoord
Slide 14 - Quiz
Wat is een voorbeeld van een lijdend voornaamwoord in het Spaans?
A
la
B
lo
C
un
D
el
Slide 15 - Quiz
ASSESMENT
- Choose an article about scientific innovation, computer science, any new technology, could also be gaming. When did they start to develop? How did this technologies change our lives? Develop it. Use images and a script. Presentations take place in the class hours.
- Written exam reading part with exercices with the new tenses of the verbs we worked and the prepositions we worked in this unit.