1. Je leert welke gewoonten mensen uit verschillende culturen hebben en waarom deze belangrijk voor hen zijn.
2. Je leert welke speciale regels er zijn voor eten in verschillende geloven, zoals halal of koosjer eten.
3. Je weet hoe je rekening kunt houden met iemands eetgewoonten en tradities bij het maken en serveren van eten.
4. Je oefent met het aanbieden van eten op een manier die past bij iemands cultuur en geloof.
5. Je leert dat mensen uit verschillende culturen andere gewoonten hebben voor schoon zijn en hygiëne.
6. Je weet hoe je iemand helpt op een manier die past bij zijn of haar geloof of gewoonten.