Formuleren deel 5

Formuleren deel 5
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Formuleren deel 5

Slide 1 - Slide

Trappen van vergelijking 
aantekening

Slide 2 - Slide

Huiswerk nakijken 
Bladzijde 225 opdracht 1 t/m  6 



Slide 3 - Slide

Opdracht 1

1 slim – slimmer – slimst
2 braaf – braver – braafst
3 zuur – zuurder – zuurst
4 logisch – logischer – meest logisch
5 bewust – bewuster – meest bewust
6 weinig – minder – minst

Slide 4 - Slide

Opdracht 2
1 Om filmpjes te kijken is je telefoon bijna net zo bruikbaar als een computer.
2 Ik vind een tablet daarvoor het handigste apparaat.
3 Die is namelijk wat groter dan een telefoon.
4 Voor onderweg is je telefoon natuurlijk het meest praktisch.
5 Een tablet of computer is immers veel zwaarder dan je mobieltje.
6 Uiteindelijk bepaal je zelf wat voor jou het best / beste is.

Slide 5 - Slide

Opdracht 3
1 De opbrengst van de kerstactie is dit jaar nog hoger dan vorig jaar.
2 Scoren middenvelders even vaak als spitsen?
3 Een salto vanaf de hoge duikplank was moeilijker dan ik dacht.
4 Thomas vindt diepvriespizza net zo lekker als zelfgemaakte pizza.


Slide 6 - Slide

Opdracht 4
1 Mijn vriendinnen hebben langer haar dan ik heb.
2 Mason kan nog beter keepen dan jij kunt / kan.
3 Onze buren gaan net zo vaak op vakantie als wij gaan.
4 Deze judoka is even sterk als hij is.

Slide 7 - Slide

Opdracht 5
1 Mijn zusje is veel leniger dan ik.
2 De leraren zijn meestal vroeger op school dan wij.
3 Hopelijk word ik later net zo snel met schaatsen als jij.
4 Joeps neefje is precies zo blond als hij vroeger.
5 Katelijne is nog preciezer dan zij met het inkleuren van haar tekening.
6 Wij zijn even nieuwsgierig als zij naar de nieuwe James Bondfilm.

Slide 8 - Slide

Opdracht 6
Eigen antwoorden, bijvoorbeeld:
De tank is even stoer als de vrachtwagen.
De tank en de vrachtwagen zijn stoerder dan de hippieauto.
De tank is bijna net zo gigantisch als de vrachtwagen.
De vrachtwagen is nog gigantischer dan de tank.
De tank is net zo kleurig als de vrachtwagen.
De hippieauto is kleuriger dan de tank en de vrachtwagen.




Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

Je gebruikt bij de trappen van vergelijking 'als'....
A
als iemand iets minder is dan een ander
B
als iemand iets meer is dan een ander
C
als iets/mensen gelijk zijn aan elkaar

Slide 11 - Quiz

Tom is net zo snel ...... jij.
A
als
B
dan

Slide 12 - Quiz

Bilal voetbalt toch beter .... Lars
A
als
B
dan

Slide 13 - Quiz

Maaike fietst langzamer dan/als ik/mij.
A
dan, ik
B
dan, mij
C
als, ik
D
als, mij

Slide 14 - Quiz

Onze buurman kookt lekkerder dan/als zij/haar
A
dan, zij
B
dan, haar
C
als, zij
D
als, haar

Slide 15 - Quiz

Zelfstandig 
Verder met de oefentoets! 
Klaar?  Trainen in de methode!

Slide 16 - Slide