What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
TaalCompleet A1 - thema 4 - 4.15 In de supermarkt
4.15 In de supermarkt
het pak
in de aanbieding
goedkoop
de kassa
de zegel
het geld
pinnen
de bon
iets
mee
daarna
want
1 / 24
next
Slide 1:
Slide
NT2
ISK
This lesson contains
24 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
45 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
4.15 In de supermarkt
het pak
in de aanbieding
goedkoop
de kassa
de zegel
het geld
pinnen
de bon
iets
mee
daarna
want
Slide 1 - Slide
het
pak
kartonnen doos waar levensmiddelen in zitten
het
pak - de pak
k
en
zin:
Ik koop drie
pakken
melk.
Slide 2 - Slide
in de aanbieding
een artikel dat tijdelijk goedkoper is
zin:
De aardappels zijn
in de aanbieding
.
Slide 3 - Slide
goedkoop
wat weinig geld kost
voordelig
een koopje
goedkoop <-> duur
zin:
Op de markt is het fruit
goedkoop
.
Slide 4 - Slide
de kassa
apparaat dat aangeeft hoeveel je moet betalen
de kassa - de kassa
'
s
zin:
Hebt u dit pak melk al op de
kassa
aangeslagen?
Slide 5 - Slide
de zegel
de zegel - de zegel
s
zin:
Met deze
zegels
spaar je voor een handdoek.
Slide 6 - Slide
het
geld
munten of briefjes (papier) om mee te betalen
zin:
Ik heb geen
geld
bij me.
Slide 7 - Slide
pinnen
(ww)
pinpas gebruiken om geld op te nemen of te betalen
zin:
Ik heb geen geld bij me. Kan ik
pinnen
?
Ik pin
Jij pin
t
-
Pin jij?
Hij pin
t
Wij pin
n
en
Slide 8 - Slide
de bon
bon die je bij de kassa krijgt en waarop staat wat je gekocht hebt en wat het kost
de bon - de bon
n
en
de bon -
het
bon
n
etje
zin:
Wilt u het
bonnetje
meenemen?
Slide 9 - Slide
iets
als je niet weet of wil zeggen waar het precies over gaat
zin:
Ik ga
iets
voor mijn vriend kopen.
Wat
ga je kopen?
Dat weet ik nog niet.
Slide 10 - Slide
mee
met iemand of iets
zin:
Wil jij ook met ons
mee
naar de bioscoop?
Wat wordt er vaak in de bioscoop gegeten?
popcorn
Slide 11 - Slide
daarna
na dat andere
zin:
Was eerst je handen,
daarna
mag je eten.
Slide 12 - Slide
want
voegwoord
er wordt een reden of argument genoemd
zin:
Piet gaat niet naar de film,
want
hij vindt de film niet leuk.
Waarom
gaat hij niet naar de film?
Hij vindt de film niet leuk.
synoniem - omdat - grammatica 1 - 3 - 2
zin:
Piet gaat niet naar de film,
omdat
hij de film niet leuk vindt.
Slide 13 - Slide
Wat is het meervoud van ?
(lidwoord + woord)
Slide 14 - Open question
'In de aanbieding' betekent ...
A
dat iets goedkoop is.
B
dat iets een koopje is.
C
dat iets duur is.
D
dat iets voordelig is.
Slide 15 - Quiz
Wat is het meervoud van ?
(lidwoord + woord)
Slide 16 - Open question
Met deze ... spaar je voor een handdoek.
Slide 17 - Open question
munten of briefjes om mee te betalen
A
het geld
B
de geld
C
de pinpas
D
het papier
Slide 18 - Quiz
(Pinnen) ... jij altijd of betaal je met munten en briefjes?
Slide 19 - Open question
Francien is bijna jarig.
Weet jij ... wat ik voor haar kan kopen?
Slide 20 - Open question
Ik wil naar de supermarkt.
Ga jij ... naar de supermarkt?
A
me
B
mee
C
meen
D
ma
Slide 21 - Quiz
Ik ga eerst ontbijten en ... ga ik naar school.
Slide 22 - Open question
Vandaag is het leuk op school,
... alle leerlingen zijn gezellig.
Slide 23 - Open question
Vandaag is het leuk op school,
omdat ...
Slide 24 - Open question
More lessons like this
TaalCompleet A1 - thema 4 - 4.15
30 days ago
- Lesson with
24 slides
NT2
ISK
A1 les 13
4 days ago
- Lesson with
24 slides
NT2
MBO
Voortgezet speciaal onderwijs
Leerroute 5
Studiejaar 2
4.15: in de supermarkt
January 2025
- Lesson with
11 slides
NT2
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 2
4.15: in de supermarkt
February 2025
- Lesson with
30 slides
NT2
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 2
4.15: in de supermarkt
February 2025
- Lesson with
29 slides
NT2
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 2
TaalCompleet A1 - thema 4 - 4.15
4 days ago
- Lesson with
24 slides
NT2
ISK
Verhaalsommen geld
July 2024
- Lesson with
14 slides
Rekenen
Basisschool
Groep 3,4
Verhaalsommen geld
May 2024
- Lesson with
14 slides
Rekenen
Basisschool
Groep 3,4