1. vraagteken /vragend uitspreken
Tu es malade?
2. Est-ce que aan het begin van de zin
Est-ce que tu es malade?
3. Omdraaien onderwerp en persoonsvorrm (inversie)
Es-tu malade? Mag niet bij namen en zelfstandige naamwoorden
Est-Pierre malade? Est- le chien malade?
!!!!! Wel mag: Pierre , est-il malade?