b1 les 1

B1 les 1
1 / 28
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsISK

Cette leçon contient 28 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min

Éléments de cette leçon

B1 les 1

Slide 1 - Diapositive



Hoe gaat het met je?
 Check in

Slide 2 - Diapositive

Lesplan
1.  Spreekoefening 
2. Herhaling voltooid deelwoord + opdracht scheidbare woorden
3.  Spreekoefening Praatplaat
4.  Klanken - sch en -ng en -nk
5. Opdrachten B1 
6.  Schrijfopdracht 
7. Bespreken van de les

Slide 3 - Diapositive

Leerdoelen
✅ Je kunt een gesprek voeren en je mening geven in het Nederlands.
✅ Je herhaalt het gebruik van het voltooid deelwoord en oefent met scheidbare werkwoorden.
✅ Je kunt een praatplaat beschrijven en hierover spreken.
✅ Je oefent de uitspraak van de -sch -nk -ng klank.
✅ Je maakt opdrachten op B1-niveau om je taalvaardigheid te verbeteren.
✅ Je schrijft een korte tekst in het Nederlands.
✅ Je reflecteert op de les en bespreekt wat je hebt geleerd.

Slide 4 - Diapositive

Spreekoefening
Wat zijn jouw hobby’s en waarom vind je die leuk?
Welke culturele verschillen tussen Nederland en jouw land vind je interessant of opvallend?
Kun je een moment beschrijven waarop je trots was op jezelf?
Als je een jaar in een ander land mocht wonen, welk land zou je kiezen en waarom?
Wat doe jij om milieubewust te leven? Heb je tips voor anderen?

Slide 5 - Diapositive

Wat is het goede voltooid deelwoord van koken?
A
Ik heb gisteren de pasta gekookt.
B
Ik heb gisteren de pasta gekookd.

Slide 6 - Quiz

Wat is het voltooid deelwoord van:
zeggen?

Slide 7 - Question ouverte

Wat is het voltooid deelwoord van:
fietsen

Slide 8 - Question ouverte

Wat is het voltooid deelwoord van:
voetballen

Slide 9 - Question ouverte

Wat is het voltooid deelwoord van:
schoonmaken

Slide 10 - Question ouverte

Maak goede zinnen met de woorden.
1. schoonmaken - keuken
2. ophangen- was
3 innemen- de pillen
4. doorgeven- het bericht
5. opsturen - de brief
6. aanhebben - laarzen
7. uitnodigen- de buren

Slide 11 - Diapositive

Spreekoefening: Alles verandert

Slide 12 - Diapositive

Slide 13 - Diapositive

Bedenk een rijmwoord met -sch erin
edel
raken 
slim
kade
tikken
uw
kool


Slide 14 - Diapositive

Klanken

-ng en -nk 

Slide 15 - Diapositive

Slide 16 - Diapositive

Welke woorden staan hier? NG of NK
eigenbela
koppeli
rechtba
overde
vrijstelli
reserveba
overwinni
bespreki
gesche



Slide 17 - Diapositive

Bedenk zelf de woorden
1. Onder leiding van de ........ gaan de leerlingen een dagje uit.
2. Au, ik heb zo'n rugpijn. Wil je mijn ........ oprapen?
3. Durf jij een ...........aan te raken?
4. Als ik een ongeluk krijg, moet je contact opnemen met.......
5. ........................is niet goed voor het milieu.
6. .................zijn nu erg populair.
7. Omdat de cursist ziek is, kan hij niet deelnemen aan......
8. Wat is jouw talent? Ik kan goed.........

Slide 18 - Diapositive

Nieuwe woorden leren
 • weigeren
 • ondanks
 • de gewoonte
 • de paniek
 • enthousiast
 • depressief
 • de uitdaging
• Onafhankelijk
Maak met elk woord één zin
1.  Ik weiger mee te doen met de les. 

Slide 19 - Diapositive

weigeren – ondanks – de gewoonte – de paniek – enthousiast – depressief – de uitdaging – onafhankelijk
1. Hij voelde ______ toen hij zijn sleutels niet kon vinden en bijna te laat kwam voor zijn afspraak.
2. Mijn oma heeft ______ om elke ochtend een kopje thee te drinken voordat ze aan haar dag begint.
3. Ze bleef vrolijk en positief, ______ de moeilijke situatie.
4. Na het verliezen van zijn baan voelde hij zich lange tijd ______.
5. Het is een grote ______ om een nieuwe taal te leren, maar het is ook heel leuk!
6. Hij was zo ______ over zijn vakantie dat hij er de hele dag over praatte.
7. Sommige mensen ______ om hun mening te veranderen, zelfs als ze ongelijk hebben.
8. Ze woont al jaren alleen en is heel ______; ze heeft niemand nodig om voor haar te zorgen.

Slide 20 - Diapositive

Slide 21 - Lien

schrijfopdracht 
 uitnodiging voor een feest.
Je bent volgende week vrijdag 10 jaar getrouwd. Je gaat een feest geven.
Omdat er heel veel mensen komen, is het feest niet thuis, maar in de kantine
van sportclub “De Trappers”. Het adres is Meerlaan 72 in Amsterdam West.
Je hebt bijna iedereen al gevraagd voor het feest, alleen de buren nog niet.
Je gaat naar de buren toe, maar ze zijn niet thuis. Daarom schrijf je een kort
briefje. Schrijf in het briefje de volgende dingen:
- waarom is het feest
- de buren mogen ook komen
- op welke dag is het feest
- hoe laat begint het
- waar is het feest

Slide 22 - Diapositive

Leerdoelen
✅ Je kunt een gesprek voeren en je mening geven in het Nederlands.
✅ Je herhaalt het gebruik van het voltooid deelwoord en oefent met scheidbare werkwoorden.
✅ Je kunt een praatplaat beschrijven en hierover spreken.
✅ Je oefent de uitspraak van de -sch -nk -ng klank.
✅ Je maakt opdrachten op B1-niveau om je taalvaardigheid te verbeteren.
✅ Je schrijft een korte tekst in het Nederlands.
✅ Je reflecteert op de les en bespreekt wat je hebt geleerd.

Slide 23 - Diapositive

Wat heb je geleerd?
- Wat vond je van de les?
- Wat heb je geleerd?
- Wat wil je volgende week leren?

Slide 24 - Diapositive

Extra 
- Tekst Rembrandt
- invuloefening verleden tijd

Slide 25 - Diapositive

Slide 26 - Lien

Spreekoefening Cultuur
Lees een zin voor.
Klopt dit voor jouw cultuur? Leg uit waarom (niet).
 1. Mensen vieren vaak feest.
 2. Waar ik vandaan kom, zijn mensen meestal buiten.
 3. Kleine kinderen moeten helpen geld te verdienen.
 4. Geloof speelt een belangrijke rol in het leven.
 5. In mijn cultuur zijn mannen even belangrijk als vrouwen.
 6. Werknemers mogen hun mening geven aan hun baas.
 7. Iedereen mag trouwen met wie hij of zij wil.
 8. Mensen zijn trots op hun land.

Slide 27 - Diapositive

Beantwoord de vragen
1. Wat eet jij graag? 
 2. Wat heeft een agent altijd bij zich? 
 3. Zeg jij altijd wat je denkt? 
 4. Denk jij veel aan je land? 
 5. Een man heeft veel geld gestolen. Waar moet hij naartoe? 
 6. Je buurman heeft geen familie. Hoe voelt hij zich? 

Slide 28 - Diapositive