goniometrie uitleg + oefenen!!

Goniometrie
1 / 40
suivant
Slide 1: Diapositive
WiskundeMiddelbare schoolvmbo k, t, mavoLeerjaar 3,4

Cette leçon contient 40 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min

Éléments de cette leçon

Goniometrie

Slide 1 - Diapositive

Wat gaan we doen?

  1. hoeken berekenen met sinus, cosinus en tangens
  2. zijden berekenen met sinus, cosinus en tangens
  3. zijden bereken met de Stelling van Pythagoras


Slide 2 - Diapositive

Goniometrie
Sinus, cosinus, tangens en pythagoras alleen in rechthoekige driehoeken
Bij verhaaltjessommen maak je áltijd een schets
Rond je eindantwoord goed af,  vermeld eenheden !!

Slide 3 - Diapositive

Slide 4 - Diapositive

Slide 5 - Diapositive

stappenplan
  1. Maak een schets!  (zet alle info die je hebt in de schets)
  2. Bepaal uit welke hoek je kijkt.  Je kijkt nooit uit de rechte hoek! 
  3. Benoem de zijden van de driehoek (Kies uit: Aanliggende rechthoekzijde, Overstaande rechthoekzijde en Schuine zijde)
  4.  Kies je hulpmiddel  
  5. Schrijf je berekening volledig op (Rond goed af en controleer of je de vraag beantwoord hebt)







Slide 6 - Diapositive

Rechthoekige driehoek
A
B
C
Vanuit LB:
BC is de schuine zijde
AC is de overstaande rechthoekszijde
AB is de aanliggende rechthoekszijde
a
s
o

Slide 7 - Diapositive

Rechthoekige driehoek
A
B
C
Vanuit LC:
BC is de schuine zijde
AB is de overstaande rechthoekszijde
AC is de aanliggende rechthoekszijde
o
s
a

Slide 8 - Diapositive


De schuine zijde is:
A
AB
B
BC
C
AC

Slide 9 - Quiz


De rechthoekzijden zijn:
A
AB
B
BC
C
AC

Slide 10 - Quiz


Vanuit LA
overstaande zijde is:
A
AB
B
BC
C
AC
D
kan niet

Slide 11 - Quiz


Vanuit LB
overstaande zijde is:
A
AB
B
BC
C
AC
D
kan niet

Slide 12 - Quiz


Vanuit LC
overstaande zijde is:
A
AB
B
BC
C
AC
D
kan niet

Slide 13 - Quiz


Vanuit LC
aanliggende zijde is:
A
AB
B
BC
C
AC
D
kan niet

Slide 14 - Quiz


Vanuit LB
aanliggende zijde is:
A
AB
B
BC
C
AC
D
kan niet

Slide 15 - Quiz


Vanuit LA
aanliggende zijde is:
A
AB
B
BC
C
AC
D
kan niet

Slide 16 - Quiz

SOS CAS TOA
tangens=aanliggendezijdeoverstaandezijde
sinus=schuinezijdeoverstaandezijde
cosinus=schuinezijdeaanliggendezijde
t=aotoa
s=sosos
c=sacas

Slide 17 - Diapositive

tangens
A
B
C
tanB=ao
tanB=ABAC

Slide 18 - Diapositive

sinus
A
B
C
sinB=so
sinB=BCAC

Slide 19 - Diapositive

cosinus
A
B
C
cosB=sa
cosB=BCAB

Slide 20 - Diapositive


tanA=
A
BCAB
B
ACBC
C
ACAB
D
ABBC

Slide 21 - Quiz


sinA
A
BCAB
B
ACBC
C
ACAB
D
ABBC

Slide 22 - Quiz


cosA
A
BCAB
B
ACBC
C
ACAB
D
ABBC

Slide 23 - Quiz


tanC
A
BCAB
B
ACBC
C
ACBC
D
ABBC

Slide 24 - Quiz


sinC
A
BCAB
B
ACBC
C
ACAB
D
ABBC

Slide 25 - Quiz


cosC
A
BCAB
B
ACBC
C
ACAB
D
ABBC

Slide 26 - Quiz


tanB
A
BCAB
B
ACBC
C
ACAB
D
ABBC

Slide 27 - Quiz

tan(B)=3218
shifttan(18:32)=29,357...
geeft B=29,357...°
Hoek berekenen met tangens
alleen bij een rechthoekige driehoek!
op de rekenmachine:
dusB29,4°
tan=aosin=socos=sa
_____

Slide 28 - Diapositive

Hoek berekenen met sinus
sinA=36,718
shiftsin(18:36,7)=29,371...
tan=aosin=socos=sa
geeftA=29,371...°
Σ
_____
op de rekenmachine:
dusA29,4°

Slide 29 - Diapositive

 Hoek berekenen met cosinus
cosA=36,732
geeftA=29,351...°
tan=aosin=socos=sa
A=cos1(32:36,7)=29,315...
______
op de rekenmachine:
dusA29,4°

Slide 30 - Diapositive

Zijde berekenen met tangens
29°
tan29=32AB
AB=(tan29)32=17,737...
2=36
dusAB17,7
_____
tan=aosin=socos=sa
tanC=BCAB

Slide 31 - Diapositive

29°
Zijde berekenen met tangens
tan29=AB18
AB=18:(tan29)=32,472...
2=36
dusAB32,5
tan=aosin=socos=sa
_____
tanC=BCAB

Slide 32 - Diapositive

 Zijde berekenen met sinus
29°
sin29=BC18
BC=18:(sin29)=37,127...
2=36
dusBC37,1
tan=aosin=socos=sa
______
?
sinC=BCAC

Slide 33 - Diapositive

 Zijde berekenen met sinus
29°
?
sinB=BCAC
AC=36,7(sin29)=17,792...
2=36
dusAC17,79
________
tan=aosin=socos=sa
sin29=36,7AC

Slide 34 - Diapositive

 Zijde berekenen met cosinus
?
29°
cosC=ACBC
2=36
AC=32:(cos29)=36,587...
________
tan=aosin=socos=sa
dusAC35,6
cos29=AC32

Slide 35 - Diapositive

 zijde berekenen met cosinus
?
29°
cosC=ACBC
BC=(cos29)36,7=32,098...
2=36
dusBC32,10
_________
tan=aosin=socos=sa
cos29=36,7BC

Slide 36 - Diapositive

De stelling van Pythagoras mag ik toepassen in elke driehoek.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 37 - Quiz

Rechthoekige driehoek
Alleen in zo'n driehoek want er zit een hoek van 90 graden in (P)

Slide 38 - Diapositive

Wat is de lengte van LM?
A
5,2
B
4,9
C
6,7
D
7,2

Slide 39 - Quiz

Wat is de lengte van BC?
A
8
B
7
C
11
D
9

Slide 40 - Quiz