Cette leçon contient 21 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.
Éléments de cette leçon
20 maart 2025
-Quiz
-Introductie vakdidactiek/ algemene didactiek
-nabespreking
-DPI
Slide 1 - Diapositive
Quiz H2 t/m H4 basiskennis N&T
Slide 2 - Diapositive
Biologish eenheid
Slide 3 - Carte mentale
Instandhouding
Slide 4 - Carte mentale
Gedrag en Interactie
Slide 5 - Carte mentale
Waarvan vormen de longen, de luchtpijp, de bronchien en het strottenhoofd gezamenlijk een voorbeeld?
A
een weefsel
B
een orgaanstelsel
C
een organisme
D
een orgaan
Slide 6 - Quiz
Bij welke organismen treffen we cellen zonder een celwand aan?
A
bacteria
B
planten
C
schimmels
D
dieren en mensen
Slide 7 - Quiz
Welke celonderdeel kan zowel worden aangetroffen in een niercel van de mens als in een bladcel van een boom?
A
bladgroenkorrel
B
celmemberaan
C
celwand
D
zetmeelkorrels
Slide 8 - Quiz
Welke ondelen vormen gezamelijk de stamper van de bloem?
Slide 9 - Question ouverte
Dankzij de aanwezigheid van kleurgevoelige zintuigcellen (de kegeltjes) in ons oog kunne we kleuren zien. Waar bevinden deze kegeltjes zich?
A
in het glasachtig lichaam
B
in de iris
C
in het netvlies
D
in het vaatvlies
Slide 10 - Quiz
Benoem de gewrichten en koppel deze met een voorbeeld.
Slide 11 - Question ouverte
Welk mineraal is belangrijk bij de aanmaak van rode bloedcellen?
A
calcium
B
fosfor
C
kalium
D
ijzer
Slide 12 - Quiz
Je eet een zoet snoepje. In een bepaald deel van haar centrale zenuwstelsel worden deze smaakprikkels omgezet in impulsen en verwerkt, zodat de gewaarwording van 'zoet' ervaart. In welk deel vindt dit plaats?
A
in het ruggenmerg
B
in de kleine hersenen
C
in de hypofyse
D
in de grote hersenen
Slide 13 - Quiz
Een boomblad wordt aangevreten door een slak. Tot welke groep wordt de slak gerekend?
Hoe noem je de groep die het vermogen heeft om organisch afvalmateriaal om te zetten in anorganische bestanddelen die weer door producenten opgenomen kunnen worden?
A
de alleseters
B
de consumenten
C
de producenten
D
de reducenten
Slide 16 - Quiz
Beschrijf de twee vormen van zelfbestuiving.
Slide 17 - Question ouverte
Beschrijf het verschil tussen zelfbestuiving en kruisbestuiving.