Blok 5 alineaverbanden

Blok 5 Lezen
Je hebt nodig:
  • iPad
  • schrift en pen voor aantekeninen
  • Learnbeat 
1 / 24
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

Cette leçon contient 24 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

Éléments de cette leçon

Blok 5 Lezen
Je hebt nodig:
  • iPad
  • schrift en pen voor aantekeninen
  • Learnbeat 

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Aan het eind van de les kun je onderstaande alineaverbanden herkennen in een zin:

  • Middel - doel
  • Oorzaak - gevolg
  • Uitspraak - vergelijking
  • Uitspraak - reden 

Slide 2 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Aan het eind van de les kun je onderstaande alineaverbanden herkennen in een zin:

  • Middel - doel
  • Oorzaak - gevolg
  • Uitspraak - vergelijking
  • Uitspraak - reden 

Slide 3 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions



                        Objectief
Subjectief                           

Slide 4 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is een argument?
Als iemand zijn mening wil verdedigen, legt hij uit waarom hij iets vindt. 
Dit noem je een argument.

Veel gebruikte signaalwoorden bij argumenten zijn: 
want
omdat
daarom
namelijk

Slide 5 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Tegenargument

  • als je het niet eens bent met een mening, dan geven we     een tegenargument
  • een tegenargument kun je herkennen aan woorden als: ik vind echter, maar ik vind....

Slide 6 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions


Wat zijn argumenten? Argumenten zijn ...
A
Belangrijke woorden in een tekst die een verband aangeven
B
Woorden die de mening van de schrijver aangeven
C
Een onderbouwing van de reden waarom je iets doet of niet doet
D
Voorbeelden die gegeven worden in de tekst

Slide 7 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

In blok 3 heb je geleerd over...
1. uitspraak-opsomming
2. uitspraak-tegenstelling
3. uitspraak-voorbeeld

Slide 8 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Welk verband zie je?
Eerst plunderden de Vikingen de nederzetting, daarna staken ze die in brand.
A
uitspraak-opsomming
B
uitspraak-tegenstelling
C
uitspraak-voorbeeld

Slide 9 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Welk verband zie je?
Het klinkt wel als een goede verklaring, echter is dat het niet.
A
uitspraak-opsomming
B
uitspraak-tegenstelling
C
uitspraak-voorbeeld

Slide 10 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Welk verband zie je?
Er zijn onderzoeken gedaan, maar er is geen duidelijke oorzaak uitgekomen.
A
uitspraak-opsomming
B
uitspraak-tegenstelling
C
uitspraak-voorbeeld

Slide 11 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Alineaverbanden in blok 5
- middel-doel
- oorzaak-gevolg
- uitspraak-vergelijking
- uitspraak-reden

Slide 12 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Middel - doel
Iets wordt gebruikt of gedaan (het middel),
om iets anders te bereiken (het doel).

Signaalwoorden van een middel-doel verband zijn:
daarmee, het doel ervan, door middel van

Voorbeeld: We nemen een paraplu mee, daarmee kunnen we droog thuiskomen als het regent. 


Slide 13 - Diapositive


Oorzaak <-> gevolg

Slide 14 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Uitspraak-vergelijking
  • Uitspraak-vergelijking: Na een uitspraak worden er twee of meer dingen met elkaar vergeleken. 




  • Signaalwoorden: Zoals, hetzelfde, dezelfde, in vergelijking met, net zo een... 
Mijn broer heeft een Apple gekocht, net zo één als Raoul.

Slide 15 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Uitspraak-reden
  • Uitspraak-reden: Na of voor een uitspraak wordt een reden genoemd. 




  • Signaalwoorden: daarom, want en omdat.
Mirjam vindt drie dagen werken genoeg, want zij wil tijd over hebben om te studeren.

Slide 16 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Ik ga niet naar het feest omdat ik moe ben.
A
middel-doel
B
oorzaak-gevolg
C
uitspraak-reden
D
uitspraak-tegenstelling

Slide 17 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Om niet van de fiets te vallen, moeten kinderen in een zitje.
A
middel-doel
B
oorzaak-gevolg
C
uitspraak-voorbeeld
D
uitspraak-vergelijking

Slide 18 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is een oorzaak-gevolg?
A
De koeien staan in de wei, maar de paarden nog niet.
B
De spits van Ajax krijgt de bal goed aangespeeld, waardoor hij scoort.
C
Hij staat een acht voor de vakken wiskunde en Engels.
D
De kleuren van de vlag zijn geel en blauw.

Slide 19 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Mijn broer is net zo goed in voetbal als mijn vader.
A
uitspraak-vergelijking
B
middel-doel
C
uitspraak- reden
D
oorzaak-gevolg

Slide 20 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Aan de slag:

Boek blz. 252 t/m 254 opdracht 2 en 3 
of 
Learnbeat 5.5 B + C vraag 1 t/m 9

Slide 21 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 22 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Aan het eind van de les kun je onderstaande alineaverbanden herkennen in een zin:

  • Middel - doel
  • Oorzaak - gevolg
  • Uitspraak - vergelijking
  • Uitspraak - reden 

Slide 23 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

De volgende les (morgen):
  • Huiswerk nakijken
  • Verder oefenen met de alineaverbanden die we vandaag hebben geleerd.

Slide 24 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions