V3 Unité 4 gramma 1 en 2

V3 Unité 4 gramma 1 en 2
1 / 20
suivant
Slide 1: Diapositive
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

Cette leçon contient 20 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 15 min

Éléments de cette leçon

V3 Unité 4 gramma 1 en 2

Slide 1 - Diapositive

Kies de juiste vertaling/vorm:

wij ontvangen
A
on recoit
B
nous recevons
C
on a recu
D
vous recevez

Slide 2 - Quiz

Kies de juiste vertaling/vorm:

ik moest
A
je dois
B
je devrai
C
je devrais
D
je devais

Slide 3 - Quiz

Vertaal/noteer de juiste vorm:
hij moet

Slide 4 - Question ouverte

Vertaal/noteer de juiste vorm:
hij moest (imparfait)

Slide 5 - Question ouverte

Vertaal/noteer de juiste vorm:
hij zal moeten (futur)

Slide 6 - Question ouverte

Vertaal/noteer de juiste vorm:
hij zou moeten (conditionnel)

Slide 7 - Question ouverte

Kies de juiste vertaling/vorm:

jullie zullen ontvangen
A
vous recevrez
B
vous recevez
C
vous receviez
D
vous recevriez

Slide 8 - Quiz

Vertaal/noteer de juiste vorm:
zij (mnl mv) ontvingen (imparfait)

Slide 9 - Question ouverte

Vertaal/noteer de juiste vorm:
zij (mnl mv) zullen ontvangen (futur)

Slide 10 - Question ouverte

Vertaal/noteer de juiste vorm:
zij (mnl mv) hebben ontvangen (p.c.)

Slide 11 - Question ouverte

En nu over het bijwoord!

Slide 12 - Diapositive

Wat is in de volgende zin het bijwoord?

Il est vraiment intelligent.
A
il
B
est
C
vraiment
D
intelligent

Slide 13 - Quiz

Waarover zegt het bijwoord 'VRAIMENT' iets in de volgende zin?
Il est vraiment intelligent.

Slide 14 - Question ouverte

Noteer de vorm van het bijwoord dat past in de zin:

Ils ont joué (agressief)

Slide 15 - Question ouverte

Noteer de vorm van het bijwoord dat past in de zin:

Je veux (alleen maar) travailler avec toi.

Slide 16 - Question ouverte

Noteer de vorm van het bijwoord dat past in de zin:

Elle a (goed) répondu à la question.

Slide 17 - Question ouverte

Noteer de vorm van het bijwoord dat past in de zin:

Il parle (langzaam) en anglais.

Slide 18 - Question ouverte

Noteer de vorm van het bijwoord dat past in de zin:

Ne crie pas! Parle (zachtjes)!

Slide 19 - Question ouverte

Noteer de vorm van het bijwoord dat past in de zin:

Utiliser son portable en classe est (streng) interdit!

Slide 20 - Question ouverte